Cantica (losse kaart)
(psalmtonen)
Lofzang van Maria
Lucas 1:46-55
Hoog verheft nu mijn ziel de Héer, *
verrukt is mijn geest om God, mijn Verlósser.
Zijn keus viel op zijn eenvoudige díenstmaagd: *
van nu af prijst ieder geslacht mij zálig.
Wonderbaar is het wat Hij mij déed, *
de Machtige, groot is zijn Náam!
Barmhartig is Hij tot in lengte van dágen *
voor ieder die Hem erként. –
Hij doet zich gelden met krachtige árm, *
vermetelen drijft Hij uitéen;
machtigen haalt Hij omlaag van hun tróon, *
eenvoudigen brengt Hij tot áanzien;
behoeftigen schenkt Hij óvervloed, *
maar rijken gaan heen met ledige hánden. –
Hij trekt zich zijn dienaar Israël áan, *
zijn milde erbarming indáchtig;
zoals Hij de vaderen heeft belóofd, *
voor Abraham en zijn geslacht voor áltijd. –
Eer aan de Vader en de Zóon *
en de heilige Géest,
zoals het was in het begin en nu en áltijd *
en in de eeuwen der eeuwen. Ámen.
Lofzang van Simeon
Lucas 2:29-32
Laat nu, Heer, volgens uw wóord *
uw dienaar in vrede héengaan.
Mijn ogen hebben uw heil aanschóuwd *
dat Gij hebt bereid voor de vólken:
Het licht dat voor alle heidenen stráalt, *
de glorie van Israël uw vólk. –
Eer aan de Vader en de Zóon *
en de heilige Géest,
zoals het was in het begin en nu en áltijd *
en in de eeuwen der eeuwen. Ámen.
(psalmtonen)
Lofzang van Zacharias
Lucas 1:68-79
Geprezen zij de Heer, de God van Ísraël, *
omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevríjdt.
Een redder heeft Hij ons verwékt *
in het geslacht van David, zijn getroúwe;
zoals Hij reeds van oudsher had verkláard *
bij monde van zijn heilige proféten:
verlossing uit de macht van onze víjanden *
en uit de hand van allen die ons háten.
Zo zal Hij onze vaderen barmhártig zijn, *
zijn heilige verbond gestánd doen;
de eed aan onze vader Abraham gezwóren *
ons eenmaal te verlénen,
om aan de greep van vijanden ontrúkt *
Hem zonder vrees te díenen;
in vroomheid en geréchtigheid *
al onze dagen voor zijn áanschijn. –
En gij, kind, zult profeet zijn van de Allerhóogste, *
want gij gaat voor de Heer uit om zijn wég te banen.
Gij zult zijn volk de boodschap van verlóssing brengen *
door de vergeving van hun zónden;
dank zij de innige barmhartigheid van onze Gód, *
die als een nieuwe dag voor ons zal ópgaan;
om licht te brengen in het duister
en de schaduw van de dóod *
en onze voeten te geleiden op een weg van vréde.
Eer aan de Vader en de Zóon *
en de heilige Géest,
zoals het was in het begin en nu en áltijd *
en in de eeuwen der eeuwen. Ámen.