Lofzang van Maria
De cantica worden gezongen met een antifoon, passend bij de tijd van het jaar (zie Antifonen bij de cantica). Elk van de antifonen heeft een aanduiding van de bijbehorende psalmtoon (I-VIII).
Lofzang van Maria (Magnificat)
Lucas 1: 46-55

Hoog verheft nu mijn ziel de Héer, *
verrukt is mijn geest om God, mijn Verlósser.
Zijn keus viel op zijn eenvoudige díenstmaagd: *
van nu af prijst ieder geslacht mij zálig.
Wonderbaar is het wat Hij mij déed, *
de Machtige, groot is zijn Náam!
Barmhartig is Hij tot in lengte van dágen *
voor ieder die Hem erként. –
Hij doet zich gelden met krachtige árm, *
vermetelen drijft Hij uitéen;
machtigen haalt Hij omlaag van hun tróon, *
eenvoudigen brengt Hij tot áanzien;
behoeftigen schenkt Hij óvervloed, *
maar rijken gaan heen met ledige hánden. –
Hij trekt zich zijn dienaar Israël áan, *
zijn milde erbarming indáchtig;
zoals Hij de vaderen heeft belóofd, *
voor Abraham en zijn geslacht voor áltijd. –
Eer aan de Vader en de Zóon *
en de heilige Géest,
zoals het was in het begin en nu en áltijd *
en in de eeuwen der eeuwen. Ámen.