Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

Ingebruikneming van een kerkgebouw – Orde II (korte vorm)

Gebed van toenadering

Here God,

er is in de hemel boven

en op de aarde beneden

geen God als Gij,

die vasthoudt aan het verbond

en de goedertierenheid jegens uw dienaren,

die met heel hun hart

wandelen voor uw aangezicht.

Zoudt Gij dan waarlijk op aarde wonen?

Zie, de hemel,

ja zelfs de hemel der hemelen

kan U niet bevatten,

hoeveel te min dit huis

dat hier is gebouwd!

Almachtige en eeuwige God,

wend U dan tot het gebed van uw gemeente

en tot haar smeking,

hoor naar het roepen

en het gebed dat uw gemeente

op deze dag bidt voor uw aangezicht:

dat uw ogen open zijn, nacht en dag over dit huis,

over deze plaats, waarvan Gij hebt gezegd:

mijn naam zal daar zijn.

Wij bidden

dat Gij alle gebed, alle smeking

van welke mens ook,

van uw volk tezamen,

van de vreemdeling in ons midden,

van ieder die komt en bidt in dit huis,

wilt horen in uw hemel

op de vaste plaats van uw woning.

Doe hen recht

en geef ieder naar al hun wegen,

zoals Gij hun hart kent

– want Gij alleen kent het hart van alle mensen –

opdat wij U vrezen

al de dagen van ons leven.

Geprezen zijt Gij

die uw volk doet wonen in vrede.

Geprezen zij uw heilige Naam,

nu en altijd,

en in de eeuwen der eeuwen. (naar 1 Kon. 8)

Amen.