Buitengebruikstelling van een kerkgebouw Orde - I
Buitengebruikstelling van een
kerkgebouw – Orde I
INTREDE - A
Allen staan en zingen een
PSALM of INTREDELIED
Liedsuggesties blz. 663-681
Dit lied kan ook na het gebed van toenadering gezongen worden
GROET
Genade zij u en vrede
van God, onze Vader,
en van Jezus Christus, de Heer.
Amen.
BEMOEDIGING
Onze hulp is de naam van de HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft, Ps. 124:8
[die trouw is tot in eeuwigheid Ps. 146:6
en niet loslaat het werk van zijn handen. Ps. 138:8]
GEBED VAN TOENADERING
Trouwe God,
die wilt wonen bij de mensen –
door de tijden heen
zijn wij hier samengekomen
om uw aangezicht te zoeken,
naar uw Woord te horen,
om te zingen en te bidden
en aan tafel te worden gevoed
met Christus’ gaven.
Nu wij voor de laatste keer hier bijeen zijn,
bidden wij U:
Wees in ons midden,
ga met ons mee.
[Indien de dienst niet met een lied is begonnen, zingt de gemeente een PSALM of INTREDELIED
Liedsuggesties blz. 663-681]
KYRIE EN GLORIA
Een diaken kan een kyrie-intentie zeggen
Laten wij de Heer om ontferming aanroepen
voor de nood van de wereld
… hier kunnen enkele intenties worden ingevoegd …
en zijn naam prijzen,
want zijn barmhartigheid heeft geen einde.
Heer, ontferm U.
Heer, ontferm U.
Christus, ontferm U.
Christus, ontferm U.
Heer, ontferm U.
Heer, ontferm U.
Ere zij God in den hoge,
en vrede op aarde
voor mensen van zijn welbehagen.
Wij loven U, wij zegenen U,
wij aanbidden U, wij verheerlijken U,
wij zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid,
Heer God, hemelse koning,
God, almachtige Vader.
Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus,
Heer God, Lam van God,
Zoon van de Vader,
die de zonden der wereld wegneemt,
ontferm U over ons;
die de zonden der wereld wegneemt,
aanvaard ons gebed;
die zit aan de rechterhand van de Vader,
ontferm U over ons.
Want Gij alleen zijt heilig,
Gij alleen de Heer,
Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus,
met de heilige Geest,
in de heerlijkheid van God de Vader.
Amen.
zie ook Dienstboek - een proeve, deel I, blz. 156v.
GEBED VAN DE DAG
De Heer zij met u.
En met uw geest.
Laat ons bidden.
Na een korte gebedsstilte zegt de voorganger het gebed van de dag of het gebed om verlichting met de heilige Geest. Het gebed wordt afgesloten met de woorden
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U in de eenheid van de heilige Geest
leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
zie Dienstboek - een proeve, deel I, blz. 157v.
Na de INTREDE gaan allen zitten
INTREDE – B
GROET
Genade zij u en vrede
van God, onze Vader,
en van Jezus Christus, de Heer.
Amen.
BEMOEDIGING
Onze hulp is de naam van de HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft, Ps. 124:8
[die trouw is tot in eeuwigheid Ps. 146:6
en niet loslaat het werk van zijn handen. Ps. 138:8]
Allen staan en zingen een
PSALM of INTREDELIED Liedsuggesties blz. 663-681
VEROOTMOEDING
Voor U belijden wij, almogende God,
voor heel uw kerk en voor elkaar,
dat wij gezondigd hebben
in gedachten, woorden en werken.
… gebedsstilte …
Ontferm U over ons,
vergeef ons onze zonden
en geleid ons tot het eeuwig leven,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
LOFVERHEFFING, DE TIEN WOORDEN
zie Dienstboek - een proeve, deel I, blz. 159v.
GEBED VAN DE DAG
De Heer zij met u.
En met uw geest.
Laat ons bidden.
Na een korte gebedsstilte zegt de voorganger het gebed van de dag of het
gebed om verlichting met de heilige Geest. De gemeente antwoordt
Amen.
zie Dienstboek - een proeve, deel I,blz. 161v.
Na de INTREDE gaan allen zitten
DE HEILIGE SCHRIFT
Een of meer
LEZINGEN (met liederen) uit de heilige Schrift
PREDIKING
GELOOFSBELIJDENIS OF LIED
Allen staan. Wanneer de geloofsbelijdenis gesproken of gezongen wordt, zegt de voorganger
In verbondenheid met de kerk
van alle tijden en alle plaatsen
belijden wij ons christelijk geloof:
Wij geloven in één God,
de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde,
van alle zichtbare en onzichtbare dingen;
en in één Here Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
geboren uit de Vader voor alle tijden,
God uit God,
Licht uit Licht,
waarachtig God uit waarachtig God,
geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader,
en door wie alles is geworden;
die om ons mensen en om ons behoud
is neergedaald uit de hemel
en is vlees geworden,
door de heilige Geest uit de maagd Maria
en is mens geworden,
die ook voor ons is gekruisigd onder Pontius Pilatus,
geleden heeft en begraven is,
en op de derde dag is opgestaan volgens de Schriften,
is opgevaren naar de hemel
en zit aan de rechterhand van de Vader,
en zal wederkomen in heerlijkheid
om te oordelen de levenden en de doden,
en aan zijn rijk zal geen einde komen;
en in de heilige Geest,
die Here is en levend maakt,
die uitgaat van de Vader en de Zoon,
die samen met de Vader en de Zoon
aanbeden en verheerlijkt wordt,
die gesproken heeft door de profeten.
En één heilige, katholieke en apostolische Kerk.
Wij belijden één doop tot vergeving van de zonden.
En wij verwachten de opstanding van de doden
en het leven in de wereld die komt.
Amen.
Liedsuggesties blz. 663-681
DE MAALTIJD VAN DE HEER
Indien de Maaltijd van de Heer niet wordt gevierd, volgen GEBEDEN
EN GAVEN (zie blz. 640)
VOORBEDE
De intenties worden telkens besloten met
Laat ons bidden/Zo bidden wij/Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U.
STIL GEBED
eventueel besloten met
God, die blijkens de kracht die in ons werkt
bij machte zijt meer dan overvloedig te doen
boven al wat wij vragen of denken –
U zij de heerlijkheid
in de gemeente en in Christus Jezus,
tot in alle geslachten
in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
De voorbede kan ook na de inzameling van en het gebed over de gaven plaatsvinden
NODIGING
De Heer heeft zijn tafel bereid
voor wie op Hem vertrouwen en Hem liefhebben.
Christus nodigt ons
om dankbaar en gelovig
met de lofprijzing van zijn kerk in te stemmen
en brood en wijn uit zijn hand te ontvangen.
zie ook Dienstboek - een proeve, deel I, blz. 165v.
VREDEGROET
Allen staan
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En met uw geest.
Wenst elkaar de vrede.
of
Geeft elkaar een teken van vrede.
De gemeenteleden brengen elkaar de vredegroet
Allen gaan zitten
INZAMELING VAN DE GAVEN
Terwijl de gaven worden ingezameld, brengen de predikant en de diakenen de tafel in gereedheid met de gaven van brood en wijn. Tijdens de inzameling kan worden gezongen en/of gemusiceerd
GEBED OVER DE GAVEN
Gezegend zijt Gij, God,
Schepper van al wat leeft.
Uit uw milde hand
hebben wij gaven ontvangen.
Aan U dragen wij op
de vruchten van de aarde,
brood en wijn,
het werk van onze handen.
Maak het voor ons
en voor allen tot leeftocht
op weg naar uw koninkrijk,
voor nu en altijd.
Amen.
zie ook Dienstboek - een proeve, deel I, blz. 166v.
TAFELGEBED
Allen staan
De Heer zal bij u zijn.
De Heer zal u bewaren.
Verheft uw harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.
Vader,
naar U zijn wij op weg.
Wij danken U voor uw liefde,
die zin en richting geeft aan onze pelgrimstocht.
Gij zegent ons met uw goddelijke onrust.
Gij houdt ons af van valse tevredenheid.
Gij laat ons wegen gaan door donkere diepten,
ook als wij ons daarvoor niet sterk genoeg voelen.
Gij ondersteunt ons door mensen die ons begeleiden,
die ons sterk maken als wij zwak zijn,
die ons troosten en bemoedigen,
als wij denken niet verder te kunnen.
Wij danken U voor allen
die vóór ons de weg gegaan zijn naar U toe:
voor Abraham en Sara,
voor Mirjam en Mozes,
voor David en Ester.
Maar wij danken U vooral voor Hem
die zo hartstochtelijk met ons op weg is:
Jezus Christus.
Hij is een licht op ons pad.
Hij opent ons de ogen
en sterkt ons met zijn gaven,
opdat wij in zijn voetspoor kunnen treden.
In de nacht voor Hij stierf,
nam Jezus brood en dankte U, Vader.
Hij gaf het aan zijn vrienden
als voedsel voor onderweg
en Hij zei:
Neemt en eet, gij allen.
Dit is mijn lichaam, voor u gegeven.
Daarop nam Hij een beker wijn
en dankte U opnieuw.
Hij gaf hem aan zijn vrienden
als drank voor onderweg
en Hij zei:
Neemt en deelt hem met elkaar.
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en alle mensen is vergoten,
opdat de schuld vergeven wordt.
Doet dit opdat Ik u nabij zal zijn.
Zo danken wij U, Vader,
voor de woorden en het voorbeeld van Jezus
die ons is voorgegaan.
Door zijn leven leert Hij ons te geloven in U
en de pelgrimstocht van het leven te wagen.
Door zijn dood biedt Hij ons uitzicht,
ook wanneer alles ons ontvalt.
Door zijn opstanding maakt Hij ons uw liefde bekend,
uw liefde die allen vernieuwt.
Vader,
zend ons uw Geest,
opdat wij op uw weg
licht voor onze ogen hebben,
kracht voor onze leden
en vrienden op de anders zo eenzame weg.
Geef dat wij U zoeken,
U ontmoeten en U kennen,
als wij onze weg gaan.
Dat bidden wij door Jezus Christus
die onze weg is naar U toe.
Amen.
zie ook Tafelgebed 1 of 19 in
Dienstboek – een proeve, deel I, blz. 208v. en 262
GEBED DES HEREN
ingeleid met de slotwoorden van het TAFELGEBED, of
Laten wij bidden tot God, onze Vader,
met de woorden die Jezus ons geleerd heeft:
Onze Vader …
GEMEENSCHAP VAN BROOD EN WIJN
GEBED NA DE MAALTIJD of LIED
Liedsuggesties blz. 663-681
GEBEDEN EN GAVEN
Indien de Maaltijd van de Heer niet wordt gevierd, volgen na blz. 636 GEBEDEN EN GAVEN
DANKZEGGING
VOORBEDE
De intenties worden telkens besloten met
Laat ons bidden/Zo bidden wij/Daarom bidden wij:
Heer, ontferm U.
STIL GEBED
eventueel besloten met
God, die blijkens de kracht die in ons werkt
bij machte zijt meer dan overvloedig te doen
boven al wat wij vragen of denken –
U zij de heerlijkheid
in de gemeente en in Christus Jezus,
die ons leerde bidden:
GEBED DES HEREN
INZAMELING VAN DE GAVEN
Tijdens de inzameling kan worden gezongen en/of gemusiceerd
GEBED OVER DE GAVEN
Louter onze gaven, Heer,
tot zuivere aanbidding;
laat niet vals klinken
wat onze mond zegt,
en laat niet dubbelzinnig zijn
wat onze hand doet.
Dat bidden wij U in de Messias Jezus,
uw eengeboren, eenvoudige Zoon.
Amen.
zie ook Dienstboek - een proeve, deel I, blz. 809v.
AFSCHEID VAN HET KERKGEBOUW
Tijdens het lied na de maaltijd of na het gebed over de gaven nemen degenen die de liturgische voorwerpen de kerk uit zullen dragen, hun plaatsen in: wie het avondmaalsgerei dragen, achter de tafel; wie de bijbel draagt, bij de kansel of lezenaar; wie de doopschaal draagt, bij de doopvont; wie de paaskaars draagt, bij de paaskaars
De voorganger staat achter de tafel
Laten wij bidden:
… gebedsstilte …
Christus, onze Gastheer,
die door de tijden heen
ons aan uw tafel hebt gevoed
met uw eigen leven,
nu wij afscheid nemen van dit kerkgebouw,
smeken wij U:
blijf ons versterken met uw gaven,
wees onze reisgenoot
op weg naar uw toekomst.
Zo bidden wij:
Blijf in ons midden,
ga met ons mee.
De tafel wordt afgeruimd en het avondmaalsgerei wordt de dragers in handen gegeven: de kaarsen (die blijven branden), de bloemen, de schalen met brood, de bekers met wijn, het antependium en het witte tafelkleed. De dragers blijven op hun plaats staan
De voorganger gaat naar de plaats waar ambtsdragers zijn bevestigd, waar tijdens trouwvieringen werd geknield en waar tijdens uitvaartdiensten de kist met de gestorvene stond
God die trouw blijft
in leven en in sterven,
op deze plaats,
waar ambtsdragers zijn bevestigd,
waar mensen zijn gezegend
in hun trouw voor elkaar,
waar wij afscheid hebben genomen
van wie ons lief waren,
smeken wij U:
blijf ons allen met uw zegen nabij,
één kerk in hemel en op aarde.
Zo bidden wij:
Blijf in ons midden,
ga met ons mee.
De voorganger gaat naar de kansel/lezenaar
God die uw Woord doet klinken,
en door uw Geest ons troost
en opwekt tot lofzang en gebed,
wij smeken U:
blijf ons met uw Woord nabij,
spreek ons aan
en wijs ons de weg.
Zo bidden wij:
Blijf in ons midden,
ga met ons mee.
De voorganger geeft de kanselbijbel in handen van een drager, evenals het antependium. De dragers blijven staan
De voorganger gaat naar de doopvont
God, die uw Naam wilt verbinden
met de namen van mensenkinderen,
hier waar mensen de doop hebben ontvangen,
waar mensen hun doop hebben beaamd,
smeken wij U
dat wij van dag tot dag
leven uit de genade van de doop
in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.
Zo bidden wij:
Blijf in ons midden,
ga met ons mee.
Als de doopvont een losse schaal heeft, overhandigt de voorganger deze aan een drager. De drager blijft staan
Hierna gaat de voorganger naar de paaskaars
O Licht van de verrijzenis,
dat alle duisternis verdrijft,
o vuurkolom in onze nacht,
nu wij opbreken van hier,
smeken wij U:
ga met uw licht ons voor
op de weg naar uw koninkrijk.
Zo bidden wij:
Blijf in ons midden,
ga met ons mee.
De voorganger neemt de paaskaars van de kandelaar en overhandigt deze aan de drager (de kaars blijft branden). De drager blijft staan
ZENDING EN ZEGEN
De voorganger gaat midden achter de tafel staan, met links en rechts alle dragers
Gaat heen in vrede,
in de verwachting van de toekomst van onze Heer.
De HEER zegene u en Hij behoede u,
De HEER doe zijn aangezicht over u lichten
en zij u genadig,
De HEER verheffe zijn aangezicht over u
en geve u vrede.
Amen.
zie ook Dienstboek - een proeve, deel I, blz. 196v.
UITTOCHT UIT HET KERKGEBOUW
De organist zet het voorspel van het slotlied in, de koster opent de buitendeur. Onder het zingen van een pelgrimslied (zie Liedsuggesties blz. 678-681) trekt de stoet als volgt de kerk uit: wie de paaskaars draagt, begeeft zich als eerste door het middenpad naar achteren. Wie de doopschaal draagt, sluit aan; daarna de dragers van kanselbijbel, antependium, avondmaalsgerei, andere kaarsen et cetera. Achter de dragers komt de cantorij. Dan volgen de leden van de kerkenraad, de dienstdoende ambtsdragers en de predikant. Hierna de gemeente, te beginnen bij de voorste rij. Als het lied uit is, voegt ook de organist zich in de stoet. Wanneer iedereen het gebouw verlaten heeft, draait de voorzitter van de kerkenraad de deur van de kerk op slot en overhandigt de sleutel aan de voorzitter van het college van kerkrentmeesters. De gemeente begeeft zich naar haar nieuwe onderkomen