Heringebruikneming van een kerkgebouw Orde I
Heringebruikneming van een
kerkgebouw – Orde I
(uitgebreide vorm)
OPENING – A
Wanneer de gehele gemeente de kerk binnentrekt
De gemeente verzamelt zich in het gebouw dat tijdelijk als vervangende ruimte werd gebruikt tijdens de restauratie/renovatie van het kerkgebouw
GROET
In de naam + van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen.
Genade zij u en vrede van God, onze Vader,
en van Jezus Christus, de Heer.
Amen.
BEMOEDIGING
Onze hulp is in de naam van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft, Ps. 124:8
[die trouw houdt tot in eeuwigheid Ps. 146:6
en niet laat varen het werk van zijn handen. Ps. 138:8]
INLEIDEND WOORD
voorganger
Wij zijn hier bijeengekomen
om ons gerestaureerde/gerenoveerde kerkgebouw
weer te bestemmen tot de dienst van God aan deze wereld,
want Hij is een God die wil wonen bij de mensen;
en tot onze dienst aan Hem,
want Hij is alle lof en eer waardig.
Kom, laat ons met vreugde opgaan
naar het huis van de HEER. Ps. 122:1
Hij is onze God, Hij is onze helper. Ps. 85:5a
Gelukkig de mensen die kracht vinden bij Hem.
Hij is voor ons de God van de hemelse machten. Ps. 80:5
Steeds krachtiger gaan zij voort
om in Sion voor Hem te verschijnen. Ps. 84:8
of
Ik zal naderen tot het altaar van God,
tot God, mijn hoogste vreugde. Ps. 43:4
Zend uw licht en uw waarheid.
Laten zij mij geleiden naar uw heilige berg,
naar de plaats waar U woont, Ps. 43:3
naar U, HEER van de hemelse machten,
mijn koning en mijn God. Ps. 84:4
OPGANG NAAR DE KERK
Vervolgens vindt de processie naar de gerestaureerde/gerenoveerde kerk plaats. Voorop gaat de voorganger, aansluitend dienstdoende ouderlingen en diakenen. In de processie worden de paaskaars; andere kaarsen die op of naast de avondmaalstafel en bij de lezenaar gezet kunnen worden; het water bestemd voor de doopvont; de bijbel; het avondmaalsgerei (schaal en bekers) en de antependia voor lezenaar en altaartafel meegedragen. Er kan een omgang rond de kerk plaatsvinden. Tijdens de processie worden psalmen en gezangen gezongen (zie liedsuggesties blz. 0-0), in elk geval Psalm 122. Voor de deuren van de kerk aangekomen houdt de stoet stil
INTREDE
De gemeente zingt Psalm 24 (LbK). Indien mogelijk wordt de vraag ‘Wie is die vorst …?’ in strofe 4 en 5 gezongen door een zanger die zich in de kerk bevindt
De voorzitter van de kerkenraad opent de deuren van het kerkgebouw
voorganger
Jezus zegt: ‘Ik ben de deur;
wanneer iemand door Mij binnenkomt,
zal hij gered worden.’ Joh. 10:9
De gemeente treedt achter haar voorganger en de dienstdoende kerkenraadsleden het kerkgebouw binnen
PSALM of GEZANG
Liedsuggesties blz. 663-681
De gemeente houdt stil bij de doopvont. Bij de vont staat een kandelaar voor de paaskaars
Een diaken zet de paaskaars op de kandelaar en zegt
De Heer is opgestaan.
Hij is waarlijk opgestaan. Lc. 24:34
Zijn licht schijnt in de duisternis Joh. 1:5
tot openbaring voor de volkeren. Lc. 2:32
U bent allen kinderen van het licht.
Aan nacht en duisternis behoren wij niet toe. 1 Tes. 5:5
PSALM of GEZANG
Liedsuggesties blz. 663-681
Onder het zingen worden alle lichten in de kerk ontstoken
De dienst wordt vervolgd met het opnieuw in gebruik nemen van de doopvont (zie blz. 596)
OPENING – B
Wanneer de gemeente zich reeds in de kerk bevindt
De voorganger, de leden van de kerkenraad en van het college van kerkrentmeesters stellen zich op vóór de ingang van de kerk. Kerkenraadsleden of andere daartoe aangewezen personen dragen het licht in de vorm van de brandende paaskaars en andere (nog niet brandende) kaarsen die op of naast de avondmaalstafel en bij de lezenaar gezet kunnen worden; water in een kruik, bestemd voor de doopvont; de bijbel; het avondmaalsgerei (schaal en bekers) en de antependia voor de lezenaar en de altaartafel
GROET
In de naam + van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen.
Genade zij u en vrede van God, onze Vader,
en van Jezus Christus, de Heer.
Amen.
BEMOEDIGING
Onze hulp is in de naam van de HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft, Ps. 124:8
[die trouw houdt tot in eeuwigheid Ps. 146:6
en niet laat varen het werk van zijn handen. Ps. 138:8]
INLEIDEND WOORD
voorganger
Wij zijn hier bijeengekomen
om ons gerestaureerde/gerenoveerde kerkgebouw
weer te bestemmen tot de dienst van God aan deze wereld,
want Hij is een God die wil wonen bij de mensen,
en tot onze dienst aan Hem,
want Hij is alle lof en eer waardig.
PSALM of GEZANG
Liedsuggesties blz. 663-681
Onder het zingen betreden de voorganger en de leden van de kerkenraad en het college van kerkrentmeesters de kerkruimte
De leden van de kerkenraad, die verder geen bijzondere taken meer behoeven te verrichten, en de leden van het college van kerkrentmeesters nemen hun plaatsen in temidden van de gemeente. De voorganger, de dienstdoende ouderling en diaken en degenen die liturgische voorwerpen meedragen, begeven zich naar de doopvont. Bij de vont staat een kandelaar voor de paaskaars
Een diaken zet de paaskaars op de kandelaar en zegt
De Heer is opgestaan.
Hij is waarlijk opgestaan. Lc. 24:34
Zijn licht schijnt in de duisternis Joh. 1:5
tot openbaring voor de volkeren. Lc. 2:32
U bent allen kinderen van het licht.
Aan nacht en duisternis behoren wij niet toe. 1 Tes. 5:5
PSALM of GEZANG
Liedsuggesties blz. 663-681
BIJ DE DOOPVONT
In de doopvont wordt water gegoten
ouderling
Uit de wateren van de oervloed
heeft God de aarde aan het licht gebracht.
Door het water van de zee
is Hij zijn volk voorgegaan
op weg naar het land van belofte.
Hij deed zijn aangezicht over hen lichten,
een wolkkolom overdag,
een vuurzuil in de nacht.
Bij de doop in het water van de Jordaan
heeft Hij Jezus gezalfd met de heilige Geest.
In het water van de doop
worden wij met Hem begraven,
opdat ook wij,
zoals Hij uit de doden is opgewekt
door de majesteit van de Vader,
zouden wandelen in nieuw leven.
Zo worden wij als ledematen
opgenomen in zijn Lichaam
en als levende stenen opgebouwd
tot een geestelijk bouwwerk,
een heilig en koninklijk priesterschap.
De voorganger kan nu desgewenst de aanwezigen met het water besprenkelen
LIED over de doop
Liedsuggesties blz. 663-681
Wanneer gekozen is voor opening B, gaan de aanwezigen nu zitten
BIJ HET ORGEL OF EEN ANDER MUZIEKINSTRUMENT
cantor-organist
Halleluja! Zing voor de HEER een nieuw lied,
roem Hem te midden van zijn getrouwen. Ps. 149:1
Hoe goed is het te zingen voor onze God,
hoe heerlijk Hem onze lof te brengen. Ps. 147:1
Laten wij bezingen de wegen van de HEER,
want groot is zijn majesteit. Ps. 138:5
of
Juich de HEER toe, heel de aarde,
juich en jubel, zing het uit.
Zing voor de HEER bij de lier,
laat bij de lier uw lied weerklinken.
Blaas op de ramshoorn en de trompetten,
juich als de HEER, uw Koning, verschijnt. Ps. 98:4-6
De organist zet in met een voorspel van een
PSALM of GEZANG
Liedsuggesties blz. 663-681
In het geval van een processie door de gehele gemeente, begeeft deze zich onder het zingen naar de lezenaar
BIJ DE LEZENAAR
ouderling/lector/gemeentelid
HEER, voor eeuwig staat uw woord vast in de hemel.
Uw trouw duurt van geslacht op geslacht. Ps. 119:89-90a
Als uw woorden opengaan, is er licht. Ps. 119:130a
Laat het licht van uw gelaat
over ons schijnen. Ps. 119:135a
Uw woord is een lamp voor onze voet,
ja, het is een licht op ons pad. vgl. Ps. 119:105
Het antependium wordt over de lezenaar gelegd. Een ouderling reikt de voorganger de bijbel aan, die hem vervolgens op de lezenaar legt. Eventueel worden bij de lezenaar brandende kaarsen neergezet
LIED over Gods Woord
Liedsuggesties blz. 663-681
In het geval van een processie door de gehele gemeente, nemen de aanwezigen nu hun plaats in de kerk in
GEBED VAN DE DAG of GEBED OM VERLICHTING MET DE HEILIGE GEEST
DE HEILIGE SCHRIFT
EERSTE SCHRIFTLEZING uit het Oude Testament
Schriftlezingen blz. 659-662
De lezing kan worden besloten met
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
ANTWOORDPSALM
Liedsuggesties blz. 663-681
TWEEDE SCHRIFTLEZING uit de Brieven
Schriftlezingen blz. 659-662
De lezing kan worden besloten met
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
HALLELUJA (-VERS OF -LIED)
Halleluja. Dit is het huis van God bij de mensen.
Zijn naam zal daar wonen voor eeuwig. Halleluja.
Gn. 28:17; Dt. 12:5
of
Halleluja. Gods woonplaats is onder de mensen,
Hij zal bij hen wonen.
Zij zullen zijn volken zijn
en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Halleluja.
Opb. 21:3
of
Halleluja. Loof de naam van de HEER,
u, die staat in het huis van de HEER.
Loof de HEER, want Hij is goed. Halleluja.
Ps. 135:1a, 2a, 3a
EVANGELIE
Schriftlezingen blz. 659-662
De lezing kan worden besloten met
Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.
ACCLAMATIES op de lezingen
zie Dienstboek – een proeve deel I, blz. 162-163
PREDIKING
GELOOFSBELIJDENIS of LIED
Allen staan. Wanneer de geloofsbelijdenis gesproken of gezongen wordt, zegt de voorganger
In verbondenheid met de kerk
van alle tijden en alle plaatsen
belijden wij ons christelijk geloof:
Wij geloven in één God,
de almachtige Vader,
Schepper van hemel en aarde,
van alle zichtbare en onzichtbare dingen;
en in één Here Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
geboren uit de Vader voor alle tijden,
God uit God,
Licht uit Licht,
waarachtig God uit waarachtig God,
geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader,
en door wie alles is geworden;
die om ons mensen en om ons behoud
is neergedaald uit de hemel
en is vlees geworden,
door de heilige Geest uit de maagd Maria
en is mens geworden,
die ook voor ons is gekruisigd onder Pontius Pilatus,
geleden heeft en begraven is,
en op de derde dag is opgestaan volgens de Schriften,
is opgevaren naar de hemel
en zit aan de rechterhand van de Vader,
en zal wederkomen in heerlijkheid
om te oordelen de levenden en de doden,
en aan zijn rijk zal geen einde komen;
en in de heilige Geest,
die Here is en levend maakt,
die uitgaat van de Vader en de Zoon,
die samen met de Vader en de Zoon
aanbeden en verheerlijkt wordt,
die gesproken heeft door de profeten.
En één heilige, katholieke en apostolische Kerk.
Wij belijden één doop tot vergeving van zonden.
En wij verwachten de opstanding van de doden
en het leven in de wereld die komt.
Amen.
Liedsuggesties blz. 663-681
De gemeente begeeft zich naar de avondmaalstafel
LITANIE of LIED
Liedsuggesties blz. 663-681
Men kan de litanie inleiden met de woorden
Laat ons dan, verzameld op deze plaats,
samen met allen die geloven in de hemel en op aarde,
met aartsvaders en profeten, apostelen en martelaren,
met alle heiligen die ons zijn voorgegaan
en die leven in Gods welbehagen,
de naam van de Eeuwige aanroepen,
opdat Hij ons genadig zij en zich over ons ontferme.
Als de Maaltijd van de Heer wordt gevierd, wordt de dienst vervolgd met de gedachtenis rond de altaartafel en het avondmaalsgerei, en de voorbede. Is dat niet het geval, dan zal de viering van de Maaltijd van de Heer op de eerstvolgende zondag plaatsvinden Men vervolgt dan de dienst met de ge-beden en gaven rond de avondmaalstafel
DE MAALTIJD VAN DE HEER
BIJ DE ALTAARTAFEL EN HET AVONDMAALSGEREI
diaken
Machtig zijn de werken van de HEER,
zijn daden hebben glans en glorie, Ps. 111:2a.3a
Hij stelde een gedenkdag in voor zijn wonderen,
genadig en liefdevol is de HEER.
Hij gaf voedsel aan wie Hem vrezen,
eeuwig gedenkt Hij zijn verbond. Ps. 111:4-5
of
Allen zien hoopvol naar U uit,
U geeft brood, op de juiste tijd. Ps. 145:15
De HEER is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
U nodigt mij aan tafel,
mijn beker vloeit over. Ps. 23:1.5
Proef, en geniet de goedheid van de HEER,
gelukkig de mens die bij Hem schuilt. Ps. 34:9
ouderling
Zoals Noach na de vloed
een altaar oprichtte voor de HEER
om de vruchten van de aarde
toe te wijden aan Hem,
en zie, de Eeuwige gedacht zijn verbond;
zoals Abraham op de berg Moria
een altaar oprichtte
om zijn zoon te offeren, zijn enige,
en zie, een lam stierf in zijn plaats;
zoals de Heer Jezus op een berg
een maaltijd aanrichtte voor vijfduizend,
en zie, er was brood genoeg voor velen,
zo staan wij nu rond deze tafel
om te gedenken bij brood en wijn
met lofzang en gebed,
dat God zijn schepping niet vergeet,
dat Hij ons heeft voorzien
in het offer van zijn Zoon,
en dat Hij met ons is alle dagen,
tot aan de voleinding der wereld.
Het antependium wordt op de avondmaalstafel gelegd. Kaarsen, broodschaal en bekers worden neergezet
VOORBEDE
Voor de voorbede kan de volgende tekst gekozen worden of een tekst in eigen bewoordingen
Laat ons bidden tot God onze Vader
door Jezus Christus, onze Heer,
in de kracht van de heilige Geest:
dat op deze plaats
Gods aanwezigheid altijd gevonden zal worden
door allen die zich tot Hem wenden.
Laat ons bidden:
Heer, ontferm U.
Dat wij hier ons dagelijks leven delen
als een gemeente die is als het zout der aarde
en een licht voor de wereld.
Laat ons bidden:
Heer, ontferm U.
Dat wij hier als Gods volk samenkomen
om zijn aangezicht te zoeken,
Hem de lof te brengen, die Hem toekomt,
en zonder vrees onze gebeden zeggen.
Laat ons bidden:
Heer, ontferm U.
Dat wij hier gelovig horen naar Gods woord,
het nieuwe leven vieren in de doop
en in het breken van het brood.
Laat ons bidden:
Heer, ontferm U.
Dat mensen die hun leven willen delen met elkaar,
hier in het bijzijn van Gods gemeente
elkaar liefde en trouw beloven.
Laat ons bidden:
Heer, ontferm U.
Dat wij hier onze dierbare overledenen
aanbevelen in zijn handen
en elkaar troosten en bemoedigen.
Laat ons bidden:
Heer, ontferm U.
Dat wij hier vergeving en genade vinden,
vrede en vreugde, zekerheid en kracht.
Laat ons bidden:
Heer, ontferm U.
… gebedsstilte …
Vader van oneindige goedheid,
Schepper van al wat bestaat,
onderhoud wat Gij hebt gemaakt.
Jezus Christus,
het vaste fundament en de kostbare hoeksteen,
bevestig ons vertrouwen in U.
Heilige Geest,
bron van alle gaven, van liefde en kracht,
beziel het werk van onze handen.
Aan de levende God,
Vader, Zoon en heilige Geest
zij alle glorie, nu en altijd. Amen.
NODIGING
Wie gedoopt is
en in eigen kerk kan deelnemen
aan de maaltijd van de Heer,
mag zich welkom weten in de kring rond de tafel
om dankbaar en gelovig in te stemmen
met de lofzegging en de zegening
van God, onze hemelse Vader.
zie ook Dienstboek – een proeve, deel I, blz. 805v.
VREDEGROET
Allen staan
De vrede van de Heer zij altijd met u.
En met uw geest.
Wenst elkaar de vrede.
of
Geeft elkaar een teken van vrede.
De gemeenteleden brengen elkaar de vredegroet
Allen gaan zitten
INZAMELING VAN DE GAVEN
tijdens het zingen van een
LIED
Liedsuggesties blz. 663-681
Onderwijl worden de gaven van brood en wijn aangedragen, eventueel vergezeld van andere scheppingsgaven
GEBED OVER DE GAVEN
Gezegende God,
in dit huis waar onze lofzang weerklinkt,
komen wij tot U met onze gaven van dankbaarheid.
Geef dat wij U mogen naderen
met een hart vol eerbied en ontzag
om alles wat Gij hebt gemaakt.
Aanvaard dit brood en deze wijn
en heilig ons als disgenoten
aan de tafel van uw Zoon,
opdat wij deel krijgen aan zijn leven,
nu en in eeuwigheid.
Amen.
of
Van U, o Heer,
is de grootheid en de kracht,
ja, alles wat in de hemel
en op de aarde is.
Wij loven U, onze God,
en prijzen uw heerlijke Naam.
Wie toch zijn wij
dat wij in staat zouden zijn
deze gaven vrijwillig te schenken?
Want het komt alles van U
en wij geven het U
uit uw hand.
Amen.
TAFELGEBED
De Heer zal bij u zijn.
De Heer zal u bewaren.
Verheft uw harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.
Ja, goed is het en passend
dat wij U dank brengen, heilige God,
want op deze dag verheerlijken wij U
in dit huis van gebed,
dat wij toewijden aan uw dienst.
Gij richt uw woning op
als een tent in de woestijn,
een schuilplaats tegen storm en regen,
een vesting waar uw genade heerst
en uw liefde wordt gedaan.
Als levende stenen hebt Gij ons genomen
en bouwt Gij uw gemeente op
tot een heilige tempel,
steunend op het fundament van apostelen en profeten,
en met Christus Jezus als de hoeksteen.
Gij maakt uw kerk tot een stad op de berg,
die niet verborgen kan blijven,
lichtend van vuur
voor allen die leven in duisternis.
Daarom loven wij U,
samen met engelen en heiligen,
heel het nieuwe Jeruzalem,
al uw mensenkinderen in tijd en eeuwigheid,
en zingen U toe met de woorden:
of
De Heer zal bij u zijn.
De Heer zal u bewaren.
Verheft uw harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.
Ja waarlijk, Heer, goed is het en passend
U dank te brengen,
overal en altijd,
en vooral op deze dag,
nu wij met vreugde deze kerk aan U toewijden,
een huis van gebed,
door mensenhanden gemaakt,
een huis waar Gij uw Naam doet wonen,
in taal en teken,
in lofzang en gebed.
In dit huis, gebouwd tot uw eer,
schenkt Gij voortdurend uw genade
aan het volk dat op weg is naar U toe.
In dit huis bouwt Gij ons op
tot een levende tempel,
gegrondvest op het fundament
van profeten en apostelen
met als hoeksteen Jezus Christus.
In dit huis brengt Gij uw kerk van overal bijeen
om één lichaam te zijn,
verbonden met elkaar ten dienste van de mensen.
Daarom, met allen die uw troon omringen,
met serafiem en cherubiem,
met aartsvaders en profeten,
met apostelen en martelaren,
met al uw zieners en zangers,
heffen wij onze adem op en zingen:
of
De Heer zal bij u zijn.
De Heer zal u bewaren.
Verheft uw harten.
Wij zijn met ons hart bij de Heer.
Brengen wij dank aan de Heer, onze God.
Hij is onze dankbaarheid waardig.
Ja, goed is het en passend
dat wij U dank brengen, Allerhoogste,
Gij, Schepper van al wat bestaat,
die troont op de lofzangen van uw volk.
Geen enkele hemel kan U bevatten,
ja, zelfs de hemel der hemelen is te klein
voor uw heerlijkheid en macht.
Toch zijt Gij uit den hoge afgedaald
als het Woord dat mens is geworden
en onder ons heeft gewoond
in Jezus Christus, de Zoon van uw liefde.
Zijn lichaam mogen wij zijn,
in Hem verbonden met U en met elkaar,
een heilige tempel, vervuld van uw Geest.
Zo wijden wij in dit uur,
vol eerbied en dankbaarheid,
deze kerk toe aan uw dienst,
dit huis van gebed,
gemaakt door mensenhanden,
als een plaats van rust en inkeer
op onze pelgrimsweg naar de heilige stad,
het nieuwe Jeruzalem,
dat neerdaalt uit de hemel.
Daar zult Gij wonen temidden van de mensen.
Dan zal de dood niet meer zijn,
geen rouw, geen geklaag of moeite,
enkel vreugde en lofzang, zonder einde.
Daarom verheerlijken wij U,
tezamen met de engelen en aartsengelen,
met de machten en krachten,
met allen die staan voor uw troon
en die U onophoudelijk de lof toezingen
met de woorden:
Heilig, heilig, heilig, ….
vervolg TAFELGEBED, zie Dienstboek – een proeve, deel I blz. 169; 207-353
GEBED DES HEREN
GEMEENSCHAP VAN BROOD EN WIJN
GEBED NA DE MAALTIJD
Gij die in ons midden zijt,
geef dat wij door de gaven
die wij uit uw hand ontvingen,
groeien in waarachtig geloof,
zodat wij U
hier en overal en altijd
in geest en waarheid aanbidden
en eens voor uw aanschijn
met alle heiligen delen in uw heerlijkheid.
Door Christus, onze Heer.
Amen.
of
Algoede God,
wij danken U voor uw gaven
waarmee Gij ons voedt in dit leven.
Blijf uw gemeente nabij
op de weg die zij gaat
door deze wereld.
Dat bidden wij U
door Hem in wie Gij hebt willen wonen
van eeuwigheid af:
Jezus Messias, onze Heer.
Amen.
ZENDING EN ZEGEN
Allen staan
SLOTLIED
Liedsuggesties blz. 663-681
Het slotlied kan ook na de zegen gezongen worden
voorganger
Gaat heen in de vrede van de Heer.
De HEER zegene u en Hij behoede u,
De HEER doe zijn aangezicht over u lichten
en zij u genadig,
De HEER verheffe zijn aangezicht over u
en geve u vrede.
Amen.
[SLOTLIED
indien niet vóór de zegen gezongen]