Heringebruikneming van een kerkgebouw Orde II
Heringebruikneming van een
kerkgebouw – Orde II
(korte vorm)
De gemeente bevindt zich reeds in het kerkgebouw. De voorganger staat met de dienstdoende ouderlingen en diakenen achterin het kerkgebouw. Leden van de kerkenraad en/of andere gemeenteleden, dragen de (brandende) paaskaars, andere (nog niet brandende) kaarsen die naast of op de avondmaalstafel en bij de lezenaar gezet kunnen worden, een kruik met water bestemd voor de doopvont, de bijbel, het avondmaalsgerei (schaal en bekers) en de antependia voor lezenaar en altaartafel
Allen staan
voorganger
Hoe lieflijk is uw woning,
HEER van de hemelse machten.
Van verlangen smacht mijn ziel
naar de voorhoven van de HEER.
Mijn hart en mijn lijf roepen
om de levende God. Ps. 84:2-3
Gelukkig wie wonen in uw huis,
gedurig mogen zij U loven.
Gelukkig wie bij U hun toevlucht zoeken. Ps. 84:5-6a
Steeds krachtiger gaan zij voort
om in Sion voor God te verschijnen. Ps. 84:8
God, ons schild, zie naar ons om,
sla goedgunstig het oog op uw gezalfde. Ps. 84:10
Want God, de HEER, is een zon en een schild.
Genade en glorie schenkt de HEER. Ps. 84:12ab
HEER van de hemelse machten,
gelukkig de mens die op U vertrouwt. Ps. 84:13
INTREDELIED
Liedsuggesties blz. 663-681
Onderwijl komen de voorganger, kerkenraadsleden en degenen die liturgische voorwerpen dragen de kerkruimte binnen. De paaskaars wordt bij de doopvont neergezet. De andere kaarsen, bestemd voor altaartafel en eventueel lezenaar, worden hieraan aangestoken
voorganger
Jezus zegt:
‘Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen,
opdat iedereen, die in Mij gelooft,
niet meer in de duisternis is.’ Joh. 12:46
of
Eens was u duisternis
maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer.
Ga de weg van de kinderen van het licht. Ef. 5:8
of
Ontwaak uit uw slaap,
sta op uit de dood,
en Christus zal over u stralen. Ef. 5:14
of
De God die heeft gezegd:
‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’
heeft in ons hart het licht doen schijnen
om ons te verlichten met de kennis van zijn luister,
die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.
2 Kor. 4:6
LIED over het licht
Liedsuggesties blz. 663-681
Hierna wordt er water in de doopvont gegoten
voorganger
Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus,
zijn gedoopt in zijn dood?
We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven
om, zoals Christus door de macht van de Vader
uit de dood is opgewekt,
een nieuw leven te leiden. Rom. 6:3-4
of
Want door het geloof en in Christus Jezus
bent u allen kinderen van God.
U allen die door de doop één met Christus bent geworden,
hebt u met Christus omkleed. Gal. 3:26-27
LIED over de doop
Liedsuggesties blz. 663-681
Intussen begeven de voorganger en de andere dienstdoenden zich naar de lezenaar. Eerst wordt daar het antependium overheen gelegd. Vervolgens wordt de bijbel op de lezenaar gelegd en worden er eventueel kaarsen naast gezet.
voorganger
Gods weg is volmaakt;
Het Woord van de HEER is zuiver,
een schild is Hij
voor allen die bij Hem schuilen. Ps. 18:31
of
Oprecht is het woord van de HEER,
alles wat hij doet is betrouwbaar.
Hij heeft recht en gerechtigheid lief,
van de trouw van de HEER is de aarde vervuld.
Ps. 33:4-5
of
Uw woord is volkomen betrouwbaar,
elk van uw voorschriften rechtvaardig en eeuwig.
Laat mijn mond uw woord bezingen,
want al uw geboden zijn rechtvaardig. Ps. 119:160;172
of
Ik zie uit naar de HEER,
mijn ziel ziet uit naar hem
en verlangt naar zijn woord,
mijn ziel verlangt naar de Heer,
meer dan wachters naar de morgen,
meer dan wachters uitzien naar de morgen. Ps. 130:5-6
of
Jezus zegt: ‘Ik verzeker u,
wie luistert naar wat ik zeg en Hem gelooft,
die Mij gezonden heeft,
heeft eeuwig leven,
hij is van de dood overgegaan naar het leven.’ Joh. 5:24
LIED over Gods Woord
Liedsuggesties blz. 663-681
Intussen begeven de voorganger en de andere dienstdoenden zich naar de avondmaalstafel. Daar wordt eerst het antependium overheen gelegd. Vervolgens worden de kaarsen en de schaal en bekers neergezet.
voorganger
Jezus zegt: ‘Ik ben het levende brood,
dat uit de hemel is neergedaald;
wanneer iemand dit brood eet,
zal hij eeuwig leven.’ Joh. 6:51
of
Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken
ons niet één met het bloed van Christus?
Maakt het brood dat wij breken
ons niet één met het lichaam van Christus? 1Kor. 10:16
LIED over de Maaltijd van de Heer
Liedsuggesties blz. 663-681
Intussen scharen de voorganger en de andere dienstdoenden zich achter de altaartafel
voorganger
Onze hulp is in de naam van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft, Ps. 124:8
[die trouw houdt tot in eeuwigheid Ps. 146:6
en niet laat varen het werk van zijn handen. Ps. 138:8]
Here God,
er is in de hemel boven
en op de aarde beneden
geen God als Gij,
die vasthoudt aan het verbond
en de goedertierenheid jegens uw dienaren,
die met heel hun hart
wandelen voor uw aangezicht.
Zoudt Gij dan waarlijk op aarde wonen?
Zie, de hemel,
ja zelfs de hemel der hemelen
kan U niet bevatten,
hoeveel te min dit huis
dat hier is gebouwd!
Almachtige en eeuwige God,
wend U dan tot het gebed van uw gemeente
en tot haar smeking,
hoor naar het roepen
en het gebed dat uw gemeente
op deze dag bidt voor uw aangezicht:
dat uw ogen open zijn, nacht en dag over dit huis,
over deze plaats, waarvan Gij hebt gezegd:
mijn naam zal daar zijn.
Alle gebed, alle smeking,
van welke mens ook,
van uw volk tezamen,
van de vreemdeling in ons midden,
zij komen, en bidden in dit huis.
Hoor Gij dan in uw hemel
op de vaste plaats van uw woning
en doe hen recht;
geef ieder naar al hun wegen,
zoals Gij hun hart kent
– want Gij alleen kent het hart van alle mensen –
opdat wij U vrezen
al de dagen van ons leven.
Geprezen zijt Gij
die uw volk doet wonen in vrede.
Geprezen zij uw heilige Naam,
nu en altijd,
en in de eeuwen der eeuwen.
Amen. naar 1 Kon. 8
Hierna wordt de dienst op de gebruikelijke wijze voortgezet met Kyrie en Gloria (Dienstboek – een proeve, deel I, blz. 155v.) dan wel met verootmoediging en lofverheffing (Dienstboek – een proeve, deel I, blz. 159v.)