Herziening Proeven voor de eredienst - aflevering 1-3
prof. dr. M. Barnard, voorzitter
ds. P.M.J. Hoogstrate, voorzitter
ds. J.H. Uytenbogaardt, secretaris
Verantwoording
Herziening van de Proeven voor de Eredienst,
afleveringen 1-3
Liturgie in dagen van rouw (1987), Bevestiging van ambts-
dragers (1989), Doop en belijdenis (1993)
Inleiding
Sinds 1987 heeft het toenmalige Samenwerkingsorgaan voor de Eredienst op verzoek van de gezamenlijke synoden een reeks Proeven voor de Eredienst gepubliceerd. Zij bedoelen het proces van samengaan in de eredienst van de drie kerken te ondersteunen. De Proeven 1, 2 en 3 verschenen afzonderlijk. De Proeven 4 en 5 zijn gebundeld in het DIENSTBOEK – een proeve, Schrift –
Maaltijd – Gebed (1998). Uitdrukkelijk is aan de gemeenten, classicale vergaderingen en individuele gemeenteleden gevraagd hun reacties aan de Redactie Dienstboek toe te zenden.
Evaluatie en herziening
Met name op de eerste drie proeven zijn inmiddels vele reacties van ervaringen uit de praktijk van gemeenten, classes en gemeenteleden ontvangen. Ook in de kerkelijke pers en het theologisch gesprek is daaraan ruim aandacht gegeven. Met het oog op de uitgave van dit DIENSTBOEK – een proeve, deel II, Leven – Zegen – Gemeenschap is besloten tot een tussentijdse evaluatie en herziening van de eerste drie proeven. De belangrijkste aandachtsvelden die in de commentaren zijn aangegeven en hebben gediend als uitgangspunt voor de herziening zijn:
Eenvoud en doorzichtigheid
Uit de ervaringen in de praktijk zijn vele suggesties aangereikt met betrekking tot de eenvoud en de doorzichtigheid van de betreffende riten. Deze hebben geleid tot verheldering van de orde en een vereenvoudiging van het ritueel.
Taal
De kanttekeningen bij de taal van de orden en gebeden meldden in vrijwel alle gevallen dat de aangeboden taalvelden niet aansluiten bij de belevingswereld van de gemeenten. Bij de herziening is rekening gehouden met het zogenoemde gangbare Nederlands. Dit is overigens aan vele en zeer diverse invloeden onderhevig, waarbij veranderingen en verschuivingen elkaar soms snel opvolgen. Daarbij wordt de Protestantse Kerk in Nederland gekenmerkt door een zeer uiteenlopend spectrum van kerkelijk
taalgebruik in verschillende gemeenten. De in de orden gebruikte taal bedoelt nadrukkelijk aansluiting te zoeken bij het bijbels taalgebruik. De wisselwerking tussen die drie taalvelden – de voortgaande ontwikkeling van het Nederlands, het onderscheiden taalgebruik in kerkelijk Nederland en de verlangde bijbelse taalwereld als fundament van geloofsbeleving – brengt met zich mee dat alle aangeboden bewoordingen in de liturgie van de kerk momentopnamen zijn, die hopelijk bijdragen aan een blijvend gesprek over de wijze waarop de kerk haar geloof tot uitdrukking brengt.
Veranderingen in de kerk
De voorbereiding van de uitgave van de reeks Proeven voor de Eredienst begon in 1985, toen het Samen op Weg-proces nog alleen gevormd werd door de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland. Zo ontstond bijvoorbeeld de proeve Bevestiging van ambtsdragers in eerste aanleg alleen voor deze beide kerken. Overigens maakten de lutheranen reeds lang deel uit van de toenmalige Commissie voor het Dienstboek en heeft de synode van de Evangelisch-Lutherse Kerk direct bij toetreding tot het Samen op Weg-proces de reeks Proeven voor de Eredienst onder haar gemeenten verspreid. De herziening van de proeve ‘Bevestiging van ambtsdragers’ is daarom mede gekenmerkt door de veranderende situatie in het samengaan van de drie kerken. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de nieuw aangeboden gebeden voor de bevestiging van ambtsdragers, waarin in het kader van de kerkorde PKN en de oecumene gepoogd wordt meer recht te doen aan de gezamenlijkheid van de ambten en aan de eigen kenmerken van elke ambtsbediening afzonderlijk.
Een ander aspect van de veranderende situatie in de kerk betreft de ontwikkelingen in het pastoraat. Meer dan in de jaren tachtig van de twintigste eeuw is er nu aandacht voor de levensweg die ieder individueel gemeentelid gaat en de wijze waarop daar in liturgie en pastoraat mee wordt omgegaan. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot een uitdrukkelijke verbreding van de proeve Liturgie
in dagen van rouw. Het aandachtsveld strekt zich nu uit van ziekte en het moment van sterven tot en met de tijd na de uitvaart en de jaarlijks weerkerende gedachtenis van de gestorvenen, zowel persoonlijk als in de gemeente.
Een derde aspect van de veranderende situatie in de kerk is te vinden in de herziening van de proeve Doop en Belijdenis. Het
betreft met name de aandacht die in brede kring is gegroeid voor de wijze waarop de doop in de gemeenten functioneert. De kerk wordt hier geconfronteerd met zeer uiteenlopende gezichtspunten die alle bedoelen het hart van doop en belijdenis te verhelderen, maar die elkaar soms dreigen uit te sluiten. Te denken valt bijvoorbeeld aan de in sommige kringen verlangde doop van volwassenen met uitsluiting van de doop van zuigelingen en de verschillende theologische benaderingen van de doop. Uitdrukkelijk wordt in continuïteit met de voorgaande proeve gekozen voor de eenheid van de bediening van doop en belijdenis. Daarbij wordt nu echter bij zowel de doop en belijdenis van volwassenen als bij de doop van kinderen de gelegenheid geboden de geloften zowel voorafgaand aan als volgend op doop (en belijdenis) af te leggen. Ook worden onderwijzingen aangeboden, die verschillende aspecten van de doop in het licht stellen. Deze zijn als onderling aanvullend te verstaan. Nieuw is de mogelijkheid om kinderen en volwassenen te zegenen onderweg naar de doop. De doopgedachtenis als een weerkerend moment in het leven van de gemeente en de gemeenteleden is reeds aangeboden in de orde voor de viering van de Paaswake in het DIENSTBOEK – een proeve,
deel I, Schrift – Maaltijd – Gebed (blz. 139-143).
Onderweg
De bovengenoemde aandachtsvelden duiden aan hoezeer de eredienst altijd een expressie is van het veelkleurige geloof van een kerk onderweg en zo is ingebed in een kerk in beweging. Dat betekent dat het DIENSTBOEK – een proeve, deel I, Schrift – Maaltijd – Gebed en deel II, Leven – Zegen – Gemeenschap tezamen in de komende tien jaar geëvalueerd worden. Daarop zullen dan ongetwijfeld weer herziene publicaties het licht zien.