Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

Ingebruikneming van een kerkgebouw Orde I

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

Ga in vrede en dien de Heer met vreugde.

Wij danken God.

Ingebruikneming van een

kerkgebouw – Orde I

(uitgebreide vorm)

OPENING – A

Wanneer de gehele gemeente de kerk binnentrekt

De gemeente verzamelt zich op een bepaalde plaats buiten het in gebruik te nemen kerkgebouw

 

GROET

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Amen.

Genade zij u en vrede van God, onze Vader,

en van Jezus Christus, de Heer.

Amen.

 

BEMOEDIGING

Onze hulp is in de naam van de Heer,

die hemel en aarde gemaakt heeft, Ps. 124:8

[die trouw houdt tot in eeuwigheid Ps. 146:6

en niet laat varen het werk van zijn handen. Ps. 138:8]

 

INLEIDEND WOORD

voorganger

Wij zijn hier bijeengekomen om ons nieuwe kerkgebouw

te bestemmen tot de dienst van God aan deze wereld,

want Hij is een God die wil wonen bij de mensen –

en tot onze dienst aan Hem,

want Hij is alle lof en eer waardig.

Kom, laat ons met vreugde opgaan

naar het huis van de HEER. Ps. 122:1

Hij is onze God, Hij is onze helper. Ps. 85:5a

Gelukkig de mensen die kracht vinden bij Hem.

Hij is voor ons de God van de hemelse machten. Ps. 80:5

Steeds krachtiger gaan zij voort

om in Sion voor Hem te verschijnen. Ps. 84:8

of

Ik zal naderen tot het altaar van God,

tot God, mijn hoogste vreugde. Ps. 43:4

Zend uw licht en uw waarheid.

Laten zij mij geleiden naar uw heilige berg,

naar de plaats waar U woont, Ps. 43:3

naar U, HEER van de hemelse machten,

mijn koning en mijn God. Ps. 84:4

 

OPGANG NAAR DE KERK

Vervolgens vindt de processie naar de nieuwe kerk plaats. Voorop gaat de voorganger, aansluitend dienstdoende ouderlingen en diakenen. In de processie worden de paaskaars; andere kaarsen die op of naast de avondmaalstafel en bij de lezenaar gezet kunnen worden; het water bestemd voor de doopvont; de bijbel; het avondmaalsgerei (schaal en bekers) en de antependia voor lezenaar en altaartafel meegedragen. Er kan een omgang rond de kerk plaatsvinden. Tijdens de processie worden psalmen en gezangen gezongen (zie liedsuggesties blz. 0-0). Voor de deuren van de kerk aangekomen houdt de stoet stil

 

OVERDRACHT VAN DE SLEUTEL

voorzitter van het college van kerkrentmeesters

Dit is het huis van onze God.

Treed hier binnen met een lofzang.

Breng Hem hulde, prijs zijn naam.

De HEER is goed,

zijn liefde duurt eeuwig,

zijn trouw van geslacht op geslacht. Ps. 100:4-5

 

De voorzitter van het college van kerkrentmeesters overhandigt de sleutel van het kerkgebouw aan de voorzitter van de kerkenraad

N,

namens het college van kerkrentmeesters

vraag ik aan u als voorzitter van de kerkenraad

de sleutel van deze kerk te aanvaarden,

opdat dit huis mag worden toegewijd

tot Gods eer en de dienst aan mensen.

voorzitter van de kerkenraad

In dank aanvaarden wij deze sleutel.

Laat ons dit gebouw betreden.

Dat Gods lof er klinken mag,

dat het een huis mag zijn voor velen.

voorganger tot de gemeente

Met welke naam zal deze kerk genoemd worden?

gemeente

De …-kerk, zo zal dit huis heten.

 

voorganger

Laat ons bidden.

… gebedsstilte …

Heer Jezus Christus,

Gij zijt het begin en het einde van alle dingen,

de eerste en de laatste, de alfa en de omega.

Gij bezit de sleutel van het huis van David;

wat Gij opent, zal niemand sluiten

en wat Gij sluit, zal niemand openen.

Daarom bidden wij U:

zegen ons en allen die U toebehoren,

en geef dat dit huis dat wij nu binnengaan,

voor altijd gevuld mag zijn met uw aanwezigheid

tot lof en eer van uw heilige naam,

vandaag en alle dagen.

Amen.

 

INTREDE

De gemeente zingt Psalm 24 (LbK). Indien mogelijk wordt de vraag ‘Wie is die vorst …?’ in strofe 4 en 5 gezongen door een zanger die zich in de kerk bevindt

 

De voorzitter van de kerkenraad opent de deuren van het kerkgebouw  

voorganger

Jezus zegt: ‘Ik ben de deur;

wanneer iemand door Mij binnenkomt,

zal hij gered worden.’ Joh. 10:9

 

De gemeente treedt achter haar voorganger en de dienstdoende kerkenraadsleden het kerkgebouw binnen

 

PSALM of GEZANG

Liedsuggesties blz. 663-681

De gemeente houdt stil bij de doopvont. Bij de vont staat een kandelaar voor de paaskaars

Een diaken zet de paaskaars op de kandelaar en zegt

De Heer is opgestaan.

Hij is waarlijk opgestaan. Lc. 24:34

Zijn licht schijnt in de duisternis Joh. 1:5

tot openbaring voor de volkeren. Lc. 2:32

U bent allen kinderen van het licht.

Aan nacht en duisternis behoren wij niet toe. 1 Tes. 5:5

 

PSALM of GEZANG

Liedsuggesties blz. 663-681

 

Onder het zingen worden alle lichten in de kerk ontstoken

De dienst wordt vervolgd met het in gebruik nemen van de doopvont

(zie blz. 571)

OPENING – B

Wanneer de gemeente zich reeds in de kerk bevindt

 

De voorganger, de leden van de kerkenraad en van het college van kerkrentmeesters stellen zich op vóór de ingang van de kerk. Kerkenraadsleden of andere daartoe aangewezen personen dragen het licht in de vorm van de brandende paaskaars en andere (nog niet brandende) kaarsen die op of naast de avondmaalstafel en bij de lezenaar gezet kunnen worden; water in een kruik, bestemd voor de doopvont; de bijbel; het avondmaalsgerei (schaal en bekers) en de antependia voor de lezenaar en de altaartafel

 

GROET

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Amen.

Genade zij u en vrede van God, onze Vader,

en van Jezus Christus, de Heer.

Amen.

 

BEMOEDIGING

Onze hulp is in de naam van de Heer,

die hemel en aarde gemaakt heeft, Ps. 124:8

[die trouw houdt tot in eeuwigheid Ps. 146:6

en niet laat varen het werk van zijn handen. Ps. 138:8]

 

INLEIDEND WOORD

voorganger

Wij zijn hier bijeengekomen om ons nieuwe kerkgebouw

te bestemmen tot de dienst van God aan deze wereld,

want Hij is een God die wil wonen bij de mensen –

en tot onze dienst aan Hem,

want Hij is alle lof en eer waardig.

 

OVERDRACHT VAN DE SLEUTEL

voorzitter van het college van kerkrentmeesters

Dit is het huis van onze God.

Treedt hier binnen met een lofzang.

Breng Hem hulde, prijs zijn naam.

De HEER is goed,

zijn liefde duurt eeuwig,

zijn trouw van geslacht op geslacht. Ps. 100:4-5

De voorzitter van het college van kerkrentmeesters overhandigt de sleutel van het kerkgebouw aan de voorzitter van de kerkenraad

N,

namens het college van kerkrentmeesters

vraag ik aan u als voorzitter van de kerkenraad

de sleutel van deze kerk te aanvaarden,

opdat dit huis mag worden toegewijd

tot Gods eer en de dienst aan mensen.

voorzitter van de kerkenraad

In dank aanvaarden wij deze sleutel.

Laat ons dit gebouw betreden.

Dat Gods lof er klinken mag,

dat het een huis mag zijn voor velen.

voorganger tot de gemeente

Met welke naam zal deze kerk genoemd worden?

gemeente

De …-kerk, zo zal dit huis heten.

voorganger

Laat ons bidden.

… gebedsstilte …

Heer Jezus Christus,

Gij zijt het begin en het einde van alle dingen,

de eerste en de laatste, de alfa en de omega.

Gij bezit de sleutel van het huis van David;

wat Gij opent, zal niemand sluiten

en wat Gij sluit, zal niemand openen.

Daarom bidden wij U:

zegen ons en allen die U toebehoren,

en geef dat dit huis

voor altijd gevuld mag zijn met uw aanwezigheid

tot lof en eer van uw heilige naam,

vandaag en alle dagen.

Amen.

INTREDE

Terwijl de voorganger en de leden van de kerkenraad en het college van kerkrentmeesters de kerkruimte betreden, zingt de gemeente Psalm 24 of 84 uit het Liedboek voor de Kerken.

(Bij Psalm 24 wordt, indien mogelijk, de vraag ‘Wie is die vorst…?’ in strofe 4 en 5 gezongen door een zanger die zich in de kerk bevindt.)

De leden van de kerkenraad, die verder geen bijzondere taken meer behoeven te verrichten, en de leden van het college van kerkrentmeesters nemen hun plaatsen in temidden van de gemeente. De voorganger, de dienstdoende ouderling en diaken en degenen die liturgische voorwerpen meedragen, begeven zich naar de doopvont. Bij de vont staat een kandelaar voor de paaskaars

Een diaken zet de paaskaars op de kandelaar en zegt

De Heer is opgestaan.

Hij is waarlijk opgestaan. Lc. 24:34

Zijn licht schijnt in de duisternis Joh. 1:5

tot openbaring voor de volkeren. Lc. 2:32

U bent allen kinderen van het licht.

Aan nacht en duisternis behoren wij niet toe. 1 Tes. 5:5

PSALM of GEZANG

Liedsuggesties blz. 663-681

Onder het zingen worden alle lichten in de kerk ontstoken

TOEWIJDING VAN DE DOOPVONT

ouderling

Uit de wateren van de oervloed

heeft God de aarde aan het licht gebracht.

Door het water van de zee

is Hij zijn volk voorgegaan

op weg naar het land van belofte.

Hij deed zijn aangezicht over hen lichten,

een wolkkolom overdag,

een vuurzuil in de nacht.

Bij de doop in het water van de Jordaan

heeft Hij Jezus gezalfd met de heilige Geest.

In het water van de doop

worden wij met Hem begraven,

opdat ook wij,

zoals Hij uit de doden is opgewekt

door de majesteit van de Vader,

zouden wandelen in nieuw leven.

Zo worden wij als ledematen

opgenomen in zijn Lichaam

en als levende stenen opgebouwd

tot een geestelijk bouwwerk,

een heilig en koninklijk priesterschap.

Er wordt water in de doopvont gegoten

voorganger

De Heer zal bij u zijn.

De Heer zal u bewaren.

Laat ons bidden.

… gebedsstilte …

Eeuwige God, Schepper van leven en licht,

nooit zult Gij uw verbond verbreken,

eeuwig duren uw liefde en trouw.

Wij bidden U:

zegen + deze doopvont,

opdat allen die hier gedoopt worden

of hun doop gedenken,

met Christus verbonden mogen zijn.

Geef dat zij elke dag nieuw mogen opstaan

en leven in het licht van Christus,

met waar geloof, goede hoop en vurige liefde,

uw toekomst tegemoet.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

of

Eeuwige, Schepper van hemel en aarde,

aan U dankt al wat leeft het levenslicht,

uw liefde reinigt ons van zonde

met de dauw van uw genade

en voert ons telkens weer terug tot Christus.

Wij bidden U:

heilig + dan deze doopvont

en laat haar een teken zijn van het heilzame waterbad,

waardoor wij in Christus gereinigd zijn

en een tempel zijn geworden van uw Geest.

Geef dat wij met alle broeders en zusters

die in deze kerk het geheim van het geloof vieren

eens deel mogen krijgen aan het hemelse Jeruzalem,

waarheen wij als pelgrims op weg zijn,

Hem achterna,

Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

De voorganger kan nu desgewenst de aanwezigen met het water besprenkelen

LIED over de doop

Liedsuggesties blz. 663-681

Wanneer gekozen is voor opening B, gaan de aanwezigen nu zitten

TOEWIJDING VAN HET ORGEL OF EEN ANDER

MUZIEKINSTRUMENT

cantor-organist

Halleluja! Zing voor de HEER een nieuw lied,

roem Hem te midden van zijn getrouwen. Ps. 149:1

Hoe goed is het te zingen voor onze God,

hoe heerlijk Hem onze lof te brengen. Ps. 147:1

Laten wij bezingen de wegen van de HEER,

want groot is zijn majesteit. Ps. 138:5

of

Juich de HEER toe, heel de aarde,

juich en jubel, zing het uit.

Zing voor de HEER bij de lier,

laat bij de lier uw lied weerklinken.

Blaas op de ramshoorn en de trompetten,

juich als de HEER, uw Koning, verschijnt. Ps. 98:4-6

 

voorganger

Laat ons bidden.

… gebedsstilte …

God van onze vreugde,

Gij hebt ons zelf uw Adem ingeblazen,

opdat wij zouden leven tot eer van uw Naam.

Gij hebt ons een stem gegeven,

opdat wij haar zouden verheffen tot uw lof.

Wij bidden U:

zegen + dit orgel/instrument en hen die het bespelen.

Geef dat wij op de klanken van zijn muziek

U met vreugde zullen loven en eren

en ons verheugen over de schoonheid

van alles wat Gij hebt gemaakt.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

 

De organist zet in met een voorspel van een

PSALM of GEZANG

Liedsuggesties blz. 663-681

In het geval van een processie door de gehele gemeente, begeeft deze zich onder het zingen naar de lezenaar

TOEWIJDING VAN DE LEZENAAR

ouderling/lector/gemeentelid

HEER, voor eeuwig staat uw woord vast in de hemel.

Uw trouw duurt van geslacht op geslacht. Ps. 119:89-90a

Als uw woorden opengaan, is er licht. Ps. 119:130a

Laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.

Uw woord is een lamp voor onze voet, Ps. 119:135a

ja, het is een licht op ons pad. vgl. Ps. 119:105

 

Het antependium wordt over de lezenaar gelegd. Een ouderling reikt de voorganger de bijbel aan, die hem vervolgens op de lezenaar legt. Eventueel worden bij de lezenaar brandende kaarsen neergezet

 

voorganger

De Heer zal bij u zijn.

De Heer zal u bewaren.

Laat ons bidden.

… gebedsstilte …

Heilige God,

in den beginne hebt Gij uw Woord gesproken

en alles kwam tot leven.

Toen uw volk rondzwierf in de woestijn,

hebt Gij aan Mozes uw geboden gegeven

en het richting gewezen naar een toekomst van vrede.

Eenmaal teruggekeerd uit de ballingschap,

heeft de priester Ezra het boek geopend

en werd heel het volk tot tranen bewogen.

En toen Jezus in de synagoge kwam,

heeft Hij het profetenwoord gelezen,

dat in Hem tot vervulling komt.

Daarom bidden wij U:

zegen + allen die op deze plaats de Schriften verkondigen

en geef dat allen die uw Woord horen

het mogen bewaren in hun hart.

Laat het als zaad ontkiemen en groeien

en vrucht dragen menigvoud,

ja, laat komen uw koninkrijk

nu en alle dagen

tot Hij zal wederkomen in heerlijkheid:

Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer.

Amen.

 

of

Heer God,

wij bidden U:

vervul met uw heilige Geest

alle dienaren die hier uw Woord zullen bedienen,

opdat zij spreken als gezanten van Jezus Christus,

met wijsheid, vrijmoedigheid en blijdschap;

en geef genade aan uw volk,

dat het uw Woord met blijdschap ontvangt,

het hoort en verstaat

en het ook doet

door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer.

Amen.

zie ook Dienstboek – een proeve, deel I, blz. 782-785

 

LIED over Gods Woord

Liedsuggesties blz. 663-681

 

In het geval van een processie door de gehele gemeente, nemen de aanwezigen nu hun plaats in de kerk in

 

DE HEILIGE SCHRIFT

 

EERSTE SCHRIFTLEZING uit het Oude Testament

Schriftlezingen blz. 659-662

De lezing kan worden besloten met

Zo spreekt de Heer.

Wij danken God.

 

ANTWOORDPSALM

Liedsuggesties blz. 663-681

 

TWEEDE SCHRIFTLEZING uit de Brieven

Schriftlezingen blz. 659-662

De lezing kan worden besloten met

Zo spreekt de Heer.

Wij danken God.

 

HALLELUJA(-VERS OF -LIED)

Halleluja. Dit is het huis van God bij de mensen.

Zijn naam zal daar wonen voor eeuwig. Halleluja.

Gn. 28:17; Dt. 12:5

of

Halleluja. Gods woonplaats is onder de mensen,

Hij zal bij hen wonen.

Zij zullen zijn volken zijn

en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Halleluja.

Opb. 21:3

of

Halleluja. Loof de naam van de HEER,

u, die staat in het huis van de HEER.

Loof de HEER, want Hij is goed. Halleluja.

Ps. 135:1a, 2a, 3a

 

EVANGELIE

Schriftlezingen blz. 659-662

De lezing kan worden besloten met

Zo spreekt de Heer.

Wij danken God.

ACCLAMATIES op de lezingen

zie Dienstboek – een proeve deel I, blz. 162-163

PREDIKING

GELOOFSBELIJDENIS of LIED

Allen staan. Wanneer de geloofsbelijdenis gesproken of gezongen wordt, zegt de voorganger

In verbondenheid met de kerk

van alle tijden en alle plaatsen

belijden wij ons christelijk geloof:

Wij geloven in één God,

de almachtige Vader,

Schepper van hemel en aarde,

van alle zichtbare en onzichtbare dingen;

en in één Here Jezus Christus,

de eniggeboren Zoon van God,

geboren uit de Vader voor alle tijden,

God uit God,

Licht uit Licht,

waarachtig God uit waarachtig God,

geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader,

en door wie alles is geworden;

die om ons mensen en om ons behoud

is neergedaald uit de hemel

en is vlees geworden,

door de heilige Geest uit de maagd Maria

en is mens geworden,

die ook voor ons is gekruisigd onder Pontius Pilatus,

geleden heeft en begraven is,

en op de derde dag is opgestaan volgens de Schriften,

is opgevaren naar de hemel

en zit aan de rechterhand van de Vader,

en zal wederkomen in heerlijkheid

om te oordelen de levenden en de doden,

en aan zijn rijk zal geen einde komen;

en in de heilige Geest,

die Here is en levend maakt,

die uitgaat van de Vader en de Zoon,

die samen met de Vader en de Zoon

aanbeden en verheerlijkt wordt,

die gesproken heeft door de profeten.

En één heilige, katholieke en apostolische Kerk.

Wij belijden één doop tot vergeving van zonden.

En wij verwachten de opstanding van de doden

en het leven in de wereld die komt.

Amen.

Liedsuggesties blz. 663-681

 

De gemeente begeeft zich naar de avondmaalstafel

 

LITANIE of LIED

Liedsuggesties blz. 663-681

Men kan de litanie inleiden met de woorden

Laat ons dan, verzameld op deze plaats,

samen met allen die geloven in hemel en op aarde,

met aartsvaders en profeten, apostelen en martelaren,

met alle heiligen die ons zijn voorgegaan

en die leven in Gods welbehagen,

de naam van de Eeuwige aanroepen,

opdat Hij ons genadig zij en zich over ons ontferme.

 

Als de Maaltijd van de Heer wordt gevierd, wordt de dienst vervolgd met de toewijding van de altaartafel en het avondmaalsgerei, en de voorbede. Is dat niet het geval, dan zal de viering van de Maaltijd van de Heer op de eerstvolgende zondag plaatsvinden Men vervolgt dan de dienst met de gebeden en gaven rond de avondmaalstafel

 

 

DE MAALTIJD VAN DE HEER

TOEWIJDING VAN DE ALTAARTAFEL EN

HET AVONDMAALSGEREI

diaken

Machtig zijn de werken van de HEER,

zijn daden hebben glans en glorie, Ps. 111:2a.3a

Hij stelde een gedenkdag in voor zijn wonderen,

genadig en liefdevol is de HEER.

Hij gaf voedsel aan wie Hem vrezen,

eeuwig gedenkt Hij zijn verbond. Ps. 111:4-5

of

Allen zien hoopvol naar U uit,

U geeft brood, op de juiste tijd. Ps. 145:15

De HEER is mijn herder,

het ontbreekt mij aan niets.

U nodigt mij aan tafel,

mijn beker vloeit over. Ps. 23:1.5

Proef, en geniet de goedheid van de HEER,

gelukkig de mens die bij Hem schuilt. Ps. 34:9

ouderling

Zoals Noach na de vloed

een altaar oprichtte voor de HEER

om de vruchten van de aarde

toe te wijden aan Hem,

en zie, de Eeuwige gedacht zijn verbond;

zoals Abraham op de berg Moria

een altaar oprichtte

om zijn zoon te offeren, zijn enige,

en zie, een lam stierf in zijn plaats;

zoals de Heer Jezus op een berg

een maaltijd aanrichtte voor vijfduizend,

en zie, er was brood genoeg voor velen,

zo staan wij nu rond deze tafel

om te gedenken bij brood en wijn

met lofzang en gebed,

dat God zijn schepping niet vergeet,

dat Hij ons heeft voorzien

in het offer van zijn Zoon,

en dat Hij met ons is alle dagen,

tot aan de voleinding der wereld.

Het antependium wordt op de avondmaalstafel gelegd. Kaarsen, broodschaal en bekers worden neergezet

voorganger

Laat ons bidden.

… gebedsstilte …

God van alle geslachten,

Gij verzamelt uw gemeente

rond de maaltijd van Jezus Christus, onze Heer.

Wij bidden U:

laat deze tafel ons tot zegen + strekken

en geef dat allen die hier gevoed worden

met zijn lichaam en bloed,

leven in gemeenschap met Hem en met elkaar,

doordrongen van zijn Geest,

zodat zij groeien in liefde en geloof.

Neem onze gaven,

ons geld en goed,

ja, heel ons leven

op in het offer van Hem,

onze Hogepriester in de hemel,

die zijn leven gegeven heeft

tot een losprijs voor velen;

ja, laat deze tafel het draagvlak zijn

van onze dienst in de wereld,

door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

VOORBEDE

Voor de voorbede kan de volgende tekst gekozen worden of een tekst in eigen bewoordingen

Laat ons bidden tot God onze Vader

door Jezus Christus, onze Heer,

in de kracht van de heilige Geest:

dat op deze plaats

Gods aanwezigheid altijd gevonden zal worden

door allen die zich tot Hem wenden.

Laat ons bidden:

Heer, ontferm U.

Dat wij hier ons dagelijks leven delen

als een gemeente die is als het zout der aarde

en een licht voor de wereld.

Laat ons bidden:

Heer, ontferm U.

Dat wij hier als Gods volk samenkomen

om zijn aangezicht te zoeken,

Hem de lof te brengen, die Hem toekomt,

en zonder vrees onze gebeden zeggen.

Laat ons bidden:

Heer, ontferm U.

Dat wij hier gelovig horen naar Gods woord,

het nieuwe leven vieren in de doop

en in het breken van het brood.

Laat ons bidden:

Heer, ontferm U.

Dat mensen die hun leven willen delen met elkaar,

hier in het bijzijn van Gods gemeente

elkaar liefde en trouw beloven.

Laat ons bidden:

Heer, ontferm U.

Dat wij hier onze dierbare overledenen

aanbevelen in zijn handen

en elkaar troosten en bemoedigen.

Laat ons bidden:

Heer, ontferm U.

Dat wij hier vergeving en genade vinden,

vrede en vreugde, zekerheid en kracht.

Laat ons bidden:

Heer, ontferm U.

… gebedsstilte …

Vader van oneindige goedheid,

Schepper van al wat bestaat,

onderhoud wat Gij hebt gemaakt.

Jezus Christus,

vast fundament en kostbare hoeksteen,

bevestig ons vertrouwen in U.

Heilige Geest,

bron van alle gaven, van liefde en kracht,

beziel het werk van onze handen.

Aan de levende God,

Vader, Zoon en heilige Geest

zij alle glorie, nu en altijd. Amen.

 

NODIGING

Wie gedoopt is

en in eigen kerk kan deelnemen

aan de maaltijd van de Heer,

mag zich welkom weten in de kring rond de tafel

om dankbaar en gelovig in te stemmen

met de lofzegging en de zegening

van God, onze hemelse Vader.

zie ook Dienstboek – een proeve, deel I, blz. 805v.

 

VREDEGROET

Allen staan

De vrede van de Heer zij altijd met u.

En met uw geest.

Wenst elkaar de vrede.

of

Geeft elkaar een teken van vrede.

 

De gemeenteleden brengen elkaar de vredegroet

Allen gaan zitten

 

INZAMELING VAN DE GAVEN

tijdens het zingen van een

LIED

Liedsuggesties blz. 663-681

 

Onderwijl worden de gaven van brood en wijn aangedragen

 

GEBED OVER DE GAVEN

Gezegende God,

in dit huis waar onze lofzang weerklinkt,

komen wij tot U met onze gaven van dankbaarheid.

Geef dat wij U mogen naderen

met een hart vol eerbied en ontzag

om alles wat Gij hebt gemaakt.

Aanvaard dit brood en deze wijn

en heilig ons als disgenoten

aan de tafel van uw Zoon,

opdat wij deel krijgen aan zijn leven

nu en in eeuwigheid.

Amen.

of

Van U, o Heer,

is de grootheid en de kracht,

ja, alles wat in de hemel

en op aarde is.

Wij loven U, onze God,

en prijzen uw heerlijke Naam.

Wie toch zijn wij

dat wij in staat zouden zijn

deze gaven vrijwillig te schenken?

Want het komt alles van U

en wij geven het U

uit uw hand.

Amen.

 

TAFELGEBED

De Heer zal bij u zijn.

De Heer zal u bewaren.

Verheft uw harten.

Wij zijn met ons hart bij de Heer.

Brengen wij dank aan de Heer, onze God.

Hij is onze dankbaarheid waardig.

Ja, goed is het en passend

dat wij U dank brengen, heilige God,

want op deze dag verheerlijken wij U

in dit huis van gebed,

dat wij toewijden aan uw dienst.

Gij richt uw woning op

als een tent in de woestijn,

een schuilplaats tegen storm en regen,

een vesting waar uw genade heerst

en uw liefde wordt gedaan.

Als levende stenen hebt Gij ons genomen

en bouwt Gij uw gemeente op

tot een heilige tempel,

steunend op het fundament van apostelen en profeten,

en met Christus Jezus als de hoeksteen.

Gij maakt uw kerk tot een stad op de berg,

die niet verborgen kan blijven,

lichtend van vuur

voor allen die leven in duisternis.

Daarom loven wij U,

samen met engelen en heiligen,

heel het nieuwe Jeruzalem,

al uw mensenkinderen in tijd en eeuwigheid,

en zingen U toe met de woorden:

of

De Heer zal bij u zijn.

De Heer zal u bewaren.

Verheft uw harten.

Wij zijn met ons hart bij de Heer.

Brengen wij dank aan de Heer, onze God.

Hij is onze dankbaarheid waardig.

Ja waarlijk, Heer, goed is het en passend

U dank te brengen,

overal en altijd,

en vooral op deze dag,

nu wij met vreugde deze kerk aan U toewijden,

een huis van gebed,

door mensenhanden gemaakt,

een huis waar Gij uw Naam doet wonen,

in taal en teken,

in lofzang en gebed.

In dit huis, gebouwd tot uw eer,

schenkt Gij voortdurend uw genade

aan het volk dat op weg is naar U toe.

In dit huis bouwt Gij ons op

tot een levende tempel,

gegrondvest op het fundament

van profeten en apostelen

met als hoeksteen Jezus Christus.

In dit huis brengt Gij uw kerk van overal bijeen

om één lichaam te zijn,

verbonden met elkaar ten dienste van de mensen.

Daarom, met allen die uw troon omringen,

met serafiem en cherubiem,

met aartsvaders en profeten,

met apostelen en martelaren,

met al uw zieners en zangers,

heffen wij onze adem op en zingen:

of

De Heer zal bij u zijn.

De Heer zal u bewaren.

Verheft uw harten.

Wij zijn met ons hart bij de Heer.

Brengen wij dank aan de Heer, onze God.

Hij is onze dankbaarheid waardig.

Ja, goed is het en passend

dat wij U dank brengen, Allerhoogste,

Gij, Schepper van al wat bestaat,

die troont op de lofzangen van uw volk.

Geen enkele hemel kan U bevatten,

ja, zelfs de hemel der hemelen is te klein

voor uw heerlijkheid en macht.

Toch zijt Gij uit den hoge afgedaald

als het Woord dat mens is geworden

en onder ons heeft gewoond

in Jezus Christus, de Zoon van uw liefde.

Zijn lichaam mogen wij zijn,

in Hem verbonden met U en met elkaar,

een heilige tempel, vervuld van uw Geest.

Zo wijden wij in dit uur,

vol eerbied en dankbaarheid,

deze kerk toe aan uw dienst,

dit huis van gebed,

gemaakt door mensenhanden,

als een plaats van rust en inkeer

op onze pelgrimsweg naar de heilige stad,

het nieuwe Jeruzalem,

dat neerdaalt uit de hemel.

Daar zult Gij wonen temidden van de mensen.

Dan zal de dood niet meer zijn,

geen rouw, geen geklaag of moeite,

enkel vreugde en lofzang, zonder einde.

Daarom verheerlijken wij U,

tezamen met de engelen en aartsengelen,

met de machten en krachten,

met allen die staan voor uw troon

en die U onophoudelijk de lof toezingen

met de woorden:

 

Heilig, heilig, heilig, ….

 

vervolg TAFELGEBED, zie Dienstboek – een proeve, deel I blz. 169; 207-353

 

GEBED DES HEREN

 

GEMEENSCHAP VAN BROOD EN WIJN

 

GEBED NA DE MAALTIJD

Gij die in ons midden zijt,

geef dat wij door de gaven

die wij uit uw hand ontvingen,

groeien in waarachtig geloof,

zodat wij U

hier en overal en altijd

in geest en waarheid aanbidden

en eens voor uw aanschijn

met alle heiligen delen in uw heerlijkheid.

Door Christus, onze Heer.

Amen.

of

Algoede God,

wij danken U voor uw gaven

waarmee Gij ons voedt in dit leven.

Blijf uw gemeente nabij

op de weg die zij gaat

door deze wereld.

Dat bidden wij U

door Hem in wie Gij hebt willen wonen

van eeuwigheid af:

Jezus Messias, onze Heer.

Amen.

ZENDING EN ZEGEN

Allen staan

 

SLOTLIED

Liedsuggesties blz. 663-681

Het slotlied kan ook na de zegen gezongen worden

 

voorganger

Gaat heen in de vrede van de Heer.

De HEER zegene u en Hij behoede u,

De HEER doe zijn aangezicht over u lichten

en zij u genadig,

De HEER verheffe zijn aangezicht over u

en geve u vrede.

Amen.

 

[SLOTLIED

indien niet vóór de zegen gezongen]

 

 

 

Ingebruikneming van een kerkgebouw Orde I