Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

Ingebruikneming van een kerkgebouw Orde II

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

Ingebruikneming van een

kerkgebouw – Orde II

(korte vorm)

 

De gemeente bevindt zich reeds in het kerkgebouw. De voorganger staat met de dienstdoende ouderlingen en diakenen achterin het kerkgebouw. Leden van de kerkenraad en/of andere gemeenteleden, dragen de (brandende) paaskaars, andere (nog niet brandende) kaarsen die naast of op de avondmaalstafel en bij de lezenaar gezet kunnen worden, een kruik met water bestemd voor de doopvont, de bijbel, het avondmaalsgerei (schaal en bekers) en de antependia voor lezenaar en altaartafel

 

Allen staan

 

voorganger

Juich de HEER toe, heel de aarde,

dien de HEER met vreugde,

kom tot Hem met jubelzang.

Erken het: de HEER is God,

Hij heeft ons gemaakt, Hem behoren wij toe,

zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.

Kom zijn poorten binnen met een loflied,

hef in zijn voorhoven een lofzang aan,

breng Hem hulde, prijs zijn naam:

de Heer is goed,

zijn liefde duurt eeuwig,

zijn trouw van geslacht op geslacht. Ps. 100

 

INTREDELIED

Liedsuggesties blz. 663-681

 

Onderwijl komen de voorganger, kerkenraadsleden en degenen die liturgische voorwerpen dragen de kerkruimte binnen. De paaskaars wordt bij de doopvont neergezet. De andere kaarsen, bestemd voor altaartafel en eventueel lezenaar, worden hieraan aangestoken

 

voorganger

Jezus zegt:

‘Ik ben het licht voor de wereld.

Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis,

maar heeft licht dat leven geeft.’ Joh. 8:12

LIED over het licht

Liedsuggesties blz. 663-681

 

Hierna wordt er water in de doopvont gegoten

 

voorganger

Jezus zegt:

‘Gaat dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen

door hen te dopen in de naam van de Vader

en de Zoon en de heilige Geest.’ Mt. 28:19

 

LIED over de doop

Liedsuggesties blz. 663-681

 

Intussen begeven de voorganger en de andere dienstdoenden zich naar de avondmaalstafel. Eerst wordt daar het antependium overheen gelegd. Vervolgens worden de kaarsen en de schaal en bekers neergezet  

voorganger

Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken

ons niet één met het bloed van Christus?

Maakt het brood dat wij breken

ons niet één met het lichaam van Christus? 1Kor. 10:16

 

LIED over de Maaltijd van de Heer

Liedsuggesties blz. 663-681

 

Intussen begeven de voorganger en de andere dienstdoenden zich naar de lezenaar. Eerst wordt daar het antependium overheen gelegd. Vervolgens wordt de bijbel op de lezenaar gelegd en worden er eventueel kaarsen naast gezet

 

voorganger

Uw Woord is een lamp voor mijn voet,

een licht op mijn pad. Ps. 119:105

 

LIED over Gods Woord

Liedsuggesties blz. 663-681

 

Intussen scharen de voorganger en de andere dienstdoenden zich achter de altaartafel. Daar spreekt de voorganger de bemoediging uit en het gebed van toenadering

Onze hulp is in de naam van de HEER

die hemel en aarde gemaakt heeft, Ps. 124:8

[die trouw houdt tot in eeuwigheid Ps. 146:6

en niet laat varen het werk van zijn handen. Ps. 138:8]

Here God,

er is in de hemel boven

en op de aarde beneden

geen God als Gij,

die vasthoudt aan het verbond

en de goedertierenheid jegens uw dienaren,

die met heel hun hart

wandelen voor uw aangezicht.

Zoudt Gij dan waarlijk op aarde wonen?

Zie, de hemel,

ja zelfs de hemel der hemelen

kan U niet bevatten,

hoeveel te min dit huis

dat hier is gebouwd!

Almachtige en eeuwige God,

wend U dan tot het gebed van uw gemeente

en tot haar smeking,

hoor naar het roepen

en het gebed dat uw gemeente

op deze dag bidt voor uw aangezicht:

dat uw ogen open zijn, nacht en dag over dit huis,

over deze plaats, waarvan Gij hebt gezegd:

mijn naam zal daar zijn.

Wij bidden

dat Gij alle gebed, alle smeking

van welke mens ook,

van uw volk tezamen,

van de vreemdeling in ons midden,

van ieder die komt en bidt in dit huis,

wilt horen in uw hemel

op de vaste plaats van uw woning.

Doe hen recht

en geef ieder naar al hun wegen,

zoals Gij hun hart kent

– want Gij alleen kent het hart van alle mensen –

opdat wij U vrezen

al de dagen van ons leven.

Geprezen zijt Gij

die uw volk doet wonen in vrede.

Geprezen zij uw heilige Naam,

nu en altijd,

en in de eeuwen der eeuwen. naar 1 Kon. 8

Amen.

 

Hierna wordt de dienst op de gebruikelijke wijze voortgezet met Kyrie en Gloria (intrede A, Dienstboek – een proeve, blz. 155v.) dan wel met verootmoediging en lofverheffing (intrede B, Dienstboek – een proeve,

blz. 159v.)

Ingebruikneming van een kerkgebouw Orde II