Rond het sterven
Rond het sterven
MOMENT VAN OVERLIJDEN
28.Onthoud uw eeuwig licht niet, God,
aan deze mens.
Hier is ons het lichaam nog gelaten,
van haar/hem die wij hebben liefgehad,
van wie wij de kracht hebben gekend,
de zwakheid soms gedeeld.
Deze mens,
naar uw beeld geschapen,
naar uw gelijkenis bedoeld
en op onze liefde gebouwd, –
zo groot is de pijn
dit alles los te laten.
Breekbaar heeft zij/hij bestaan
en geleefd van uw adem.
Heilig haar/hem
met uw vrede.
Amen.
29.Lieve Here God,
Gij weet wat wij nodig hebben
nog eer wij U iets vragen.
Ons hart rouwt, omdat N gestorven is.
In onze vertwijfeling roepen wij U aan,
God van levenden en doden;
Gij die zeer hoog woont Ps. 113:5b,6a
en zeer laag neerziet,
ontferm U over ons.
Wij naderen tot U met schroom
om onze lieve dode aan U toe te vertrouwen.
Gedenk haar/zijn naam
en neem haar/hem op in uw erbarmen.
Laat haar/hem uw vrede ten deel vallen
en vergader haar/hem tot alle mensenkinderen
die in Christus ontslapen zijn.
Wij danken U voor het leven van N.
Gij hebt haar/hem
in de schoot van haar/zijn moeder geweven. Ps. 139:13b
Gij hebt haar/hem aan het licht doen komen
en leidt haar/hem door het duister van de dood.
Laat zij/hij dan mogen rusten
in de verwachting van uw Koninkrijk dat komen zal.
Wees de levenden nabij,
die hier zijn om hun verdriet te delen
en troost te zoeken bij U.
Schaam U niet onze God te zijn. Heb. 2:11
Blijf bij ons in deze dagen van rouw, Heb. 11:6b
dat wij in eenvoud ons geloof bewaren. Lc. 24:39
Omwille van uw Zoon, Jezus Messias, onze Heer, Ps. 116:6
die voor ons zijn leven gegeven heeft,
zend ons uw licht en uw waarheid, Ps. 43:3a
dat wij de dood niet vrezen.
Leg ons als een zegel aan uw hart, Hl. 8:6a
als een zegel aan uw arm.
Bij U zijn wij geborgen.
Nu is de avond gevallen, de nacht gekomen.
Maar wij, die U prijzen Ps. 115:18a
om het licht van de schepping,
wij verwachten de nieuwe morgen,
als de zon van de gerechtigheid, Mal. 4:2
Jezus Christus,
zal opgaan over ons allen.
Amen.
Gebed in geval van een gestorven kind
30.God van liefde en leven,
U hebt ons N gegeven als onze dochter/zoon.
Geef ons de zekerheid,
dat zij/hij die is heengegaan uit onze ogen,
niet is weggeraakt uit uw zorg.
Kom ons in onze droefheid nabij,
breng zegen te voorschijn uit verdriet,
en laat ons in onze tranen en pijn weten,
dat Gij ons nabij zijt,
doe ons uw genezende liefde ervaren,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
31.God, onze Schepper, oorsprong van alle leven,
ons hoofd en ons hart
zijn vol van verdriet en vragen.
Het kind dat wij verwachtten
en droegen,
is gestorven nog voor het geboren is,
het heeft het levenslicht niet mogen aanschouwen.
Wij noemen U haar/zijn naam, N.
Wil Gij haar/zijn naam schrijven
in de palm van uw hand
en neem haar/hem op in uw hemels licht.
Troost ons
en geef ons de zekerheid dat een leven,
hoe klein en kort ook,
niet tevergeefs is.
Maak ons sterk,
dat ook wij geborgen zijn
in uw liefde,
omwille van uw lieve Zoon
Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
32.God van mededogen,
die liefhebt alles wat U geschapen hebt
en niet loslaat het werk van uw handen.
In uw hoede bevelen wij N, dochter/ zoon van N en N,
die met zoveel liefde verwacht werd,
en naar wier/wiens komst ook wij hebben uitgezien.
Vul de leegte van hun hart met uw nabijheid,
Kom met uw vertroostend woord in ons midden
en geef ons de zekerheid
dat Gij uw liefdevolle armen
om haar/hem heengeslagen hebt,
en dat zij/hij deelt in het leven en de opstanding
van uw Zoon Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
33.God van liefde en leven,
U hebt ons N gegeven als onze dochter/zoon.
Een geschenk uit uw hand was zij/hij.
Wij geven haar/hem aan U over.
Maar geef ons dan uw belofte
dat zij/hij niet wegraakt uit uw ogen,
omgeef haar/hem met uw warme nabijheid
en kom in onze droefheid met uw troost.
Laat ons door onze tranen heen weten
dat U ons allen op handen draagt.
Genees ons gebroken hart
met uw woord van bevrijding,
waardoor wij de hoop bewaren
op uw toekomst die Gij voor ons open houdt
door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer.
Amen.
34.Lieve God,
als wij U het meest nodig hebben,
bent U ons meer dan ooit nabij.
In dit uur van verdriet
komen wij tot U,
vertrouwend op uw liefhebbende genade.
Wij zegenen U om de gave van dit kind,
om haar/zijn doop in uw kerk,
om de vreugde die zij/hij
allen die haar/hem kenden gaf,
om de dierbare herinneringen die ons zullen bijblijven
en om de zekerheid
dat zij/hij voor altijd zal leven
in de vreugde en de vrede van uw tegenwoordigheid.
Amen.
35.Onze Vader in de hemel,
wij zijn met stomheid geslagen:
een moeder en een vader
die hun kind liefhadden
en het verloren;
een broertje en een zusje
die met haar/hem speelden,
en nu is zij/hij er niet meer.
Het huis is zo stil,
nu haar/hem stem er niet meer klinkt;
zo leeg, nu zij/hij er niet meer woont.
Vreemdelingen zijn wij in onze stad,
die niet weten waarheen te gaan.
De wereld lijkt donker en koud;
waar vinden wij mededogen?
Lieve Vader in de hemel,
open onze ogen voor het licht van uw liefde,
wek ons met de warmte van uw Woord.
Amen.
VERZORGING VAN HET LICHAAM
36.Nu was ik het lichaam dat ik kende en beminde,
jouw lichaam,
voor het laatst het mijne,
want ik ben van mijn geliefde, Hl. 8:10 maar mijn geliefde is niet meer van mij.
Sterk als de dood is mijn liefde,
wateren kunnen haar niet blussen
en rivieren spoelen haar niet weg. Hl. 8:7
Ik ben van mijn geliefde,
naar hem gaat mijn begeerte uit, Hl. 8:10
maar mijn geliefde is niet meer van mij.
Ik was jouw lichaam dat ik kende en beminde,
jouw dode lichaam,
en ik spreek uit in tastend geloof
woorden die te groot voor me zijn.
Ik was je lichaam
en ik draag je over in de handen van de Eeuwige.
38.Wij verzorgen nu voor het laatst deze mens die ons lief is.
Onze handen wassen haar/hem
als teken van liefde.
Met water wassen wij haar/zijn lichaam,
gedachtig aan haar/zijn doop.
Toen is haar/zijn naam verbonden met de uwe,
haar/zijn leven gesteld in uw belofte.
Nu vertrouwen wij haar/hem aan U toe,
want Gij weet wat maaksel wij zijn,
gedachtig, dat wij stof zijn.
De sterveling – zijn dagen zijn als het gras,
als een bloem des velds, zo bloeit hij;
wanneer de wind daarover is gegaan, is zij niet meer,
en haar plaats kent haar niet meer.
Maar de goedertierenheid van de HEER
is van eeuwigheid tot eeuwigheid. Ps. 103:14-17
Amen.
SLUITEN VAN DE KIST
39.Eeuwige God,
nu het lichaam van N
die ons zo lief was,
onttrokken wordt aan onze ogen,
bidden wij U:
doe uw aangezicht over haar/hem lichten,
U die haar/hem hebt gekend
eer zij/hij werd geboren.
Houd uw ogen op haar/hem gericht,
neem haar/hem op in uw ontferming.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
UITDRAGEN UIT HUIS
40.Goede God,
wij zijn hier bij elkaar
om onze lieve N,
nu zij haar/hij zijn aardse huis gaat verlaten
te begeleiden naar de kerk/naam kerkgebouw/aula
en naar de begraafplaats/het crematorium.
Voor het laatst is zij/hij in dit huis
waar zij/hij heeft geleefd,
gelachen en gehuild.
Neem haar/hem op in uw groot huis
en geef ons de kracht
dat we haar/hem kunnen loslaten,
sta ons bij, houd ons vast,
en ga met ons deze moeilijke weg.