Toelichting II
IV - Leesroosters
De kerken van reformatorische en katholieke traditie en de kerken van de reformatie onderling herkennen elkaar in toenemende mate in een ordening van de Schriften op zon- en feestdagen in het kader van het liturgisch jaar. De reformatorische kerken in Nederland willen daarbij met name recht doen aan hun verworteling in de traditie van Israël. Israël leest geordend de Schriften om de weg van Gods openbaring te volgen; zo ook de christelijke kerk om de weg van zijn openbaring in Christus te gaan.
Pasen en Pinksteren, de herfsttijd als tijd van verwachting van de advent van het Koninkrijk der hemelen, bieden tezamen met Kerst en Epifanie het kader voor een geordend bestaan in liturgie, leer en leven van de gemeente door heel het jaar heen. Ook in dit opzicht geldt het aloude principe van de eredienst: lex orandi, lex credendi – wat de kerk bidt. is de uitdrukking van haar geloof.
De hele dienst staat in het teken van het gebed, de biddende omgang met de heilige Schrift en de viering van de sacramenten. De ordening van zondagen, feest- en gedenkdagen volgens het liturgisch jaar is te vinden in het Tijdeigen.
Het Tijdeigen is opgebouwd uit de volgende elementen:
- introitus;
- gebed van de dag;
- lezing uit het Oude Testament;
- graduale of antwoordpsalm;
- lezing uit de brieven;
- halleluja(lied);
- lezing uit het evangelie;
- gebed over de gaven;
- dankzegging of slotgebed.
Luthers Leesrooster
Het liturgisch jaar eindigt waarmee het begint: met de thematiek van de liturgische herfst en winter. We zagen reeds dat het zogenaamde 'einde' van het liturgisch jaar een gewrongen constructie is. De spanning van de 'laatste' weken wordt voortgezet in de 'eerste'. Die spanning omvat meer dan alleen 'het laatste oordeel' of 'het koninkrijk van God', hoewel beide een rol spelen. De spanning begint bij de verzuchtingen van Israël. Deze plaatsen de herfsttijd van de kerk in het juiste perspectief. Het rechte leven en de ware vrede op deze aarde is evenzeer een herfstthema als het 'leven na de dood'. De toekomst van het hemelse Jeruzalem staat evenzeer centraal als het bewustzijn reeds in een eeuwenlange traditie te staan (Hervormingsdag en Allerheiligen). De liturgische herfst is eschatologisch gekleurd. Hij kent de gerealiseerde eschatologie van het ‘nu reeds’ en de futurische eschatologie van het 'nog niet'. Het LL markeert de drie laatste zondagen met lezingen uit Matteüs (24:15-28; 25:31-46; 25:1-13).
Allerheiligen en Gedenkdag der kerkhervorming
* gebedshoudingen (vouwen van de handen, opheffen van de handen) – als teken van toewijding en ontvankelijkheid;
* handoplegging - als teken van zegen (bij kinderen die nog niet deelnemen aan de Maaltijd van de Heer, ambtsdragers en gemeenteleden aan wie een ambt of taak wordt toevertrouwd, mensen in specifieke persoonlijke situaties);
* zich bekruisen – als teken van belijdenis en gedachtenis van de eigen doop.
5. Deelname van de gemeente na de eredienst
- het bezoek aan gemeenteleden door gemeenteleden na de eredienst (communie van aan-huis-gebondenen, (bloemen)groet, zondagsbrief met orde van dienst);
- nagesprek over de dienst.
De verschillende manieren waarop de gemeente in de viering van de eredienst kan delen, zijn hier uiteraard slechts genoemd als mogelijkheden. Steeds zal het erom gaan een fundamentele betrokkenheid van de gemeente in en om de eredienst behoedzaam en geduldig te ontwikkelen. Dat zal veelal een kwestie van lange adem zijn, waarbij het accent valt op een passende toerusting van de gemeente of van leden van de gemeente. Het gaat er daarbij niet om zoveel mogelijk vormen van participatie in alle diensten te bereiken. Veeleer zal het de zorg van de gemeente zijn om op een open wijze de juiste accenten in de dienst te leggen, waarbij nu eens dezen, dan weer genen hun diensten zullen verlenen. Juist ook hier geldt: kwaliteit gaat voor kwantiteit. In ieder geval mag een vrijheid groeien, waarbij allen zich gelijkelijk verantwoordelijk weten.