De tien woorden als heenzending II
Met Uw woord in ons hart
en onze handen vaardig tot Uw werk
spreken wij uit, o HEER,
jegens U en onze naaste:
dat wij U zullen dienen en niemand anders –
dat wij Uw beeld en gelijkenis herkennen zullen
in de gestalte van Jezus Christus,
dienstknecht van de minsten der mensen –
dat wij Uw Naam zullen heiligen –
dat wij Uw toekomende dag zullen vieren –
dat wij onze ouders zullen eerbiedigen –
dat wij het leven hoog houden –
dat wij elkaar trouw zullen zijn –
dat wij ons niets van elkaar zullen toeëigenen –
dat wij elkaar met waarheid zullen ontmoeten –
dat wij elkaar het goede van het leven gunnen –
Zo hebben wij gehoord,
zo zullen wij doen,
HEER, onze God,
gezegend zijt Gij.
Amen.
Liturgische Gezangen 37