Toelichting
Periodeliturgie
Deze liturgie kan gebruikt worden tijdens de zondagen in de Herfsttijd in een liturgisch A-jaar. Hij omvat de eerste vijf zondagen van de Herfsttijd, die samen worden gehouden door gelijkenissen uit de mond van Jezus.
Omdat de herfstperiode vrij lang is, kiezen we ervoor deze in twee gedeelten te knippen van ieder vijf zondagen, zodat er een goede balans is tussen een vaste lijn en tegelijkertijd variatie. De tweede helft, die bestaat uit vier zondagen, omvat de zondagen van de Voleinding.
De periodeliturgie biedt een kader voor de liturgie in deze periode. Door deze liturgie te volgen ontstaat er een doorgaande lijn en zijn de vijf zondagen in deze periode van het kerkelijke jaar met elkaar verbonden.
Alleen de vaste onderdelen zijn ingevuld. De voorganger, musicus of liturgiegroep kan zelf de liederen na de lezingen, preek en het slotlied kiezen. Deze kunnen ingevuld worden naar eigen inzicht, of er kan gebruikgemaakt worden van de liedsuggesties bij het oecumenisch leesrooster.
Het is zo samengesteld dat men de hele orde van dienst kan volgen, of er losse onderdelen uit kan nemen voor de in de eigen gemeente gebruikte orde van dienst.
Door het jaar heen bieden wij met deze liturgieën een variëteit aan liturgische elementen, om zo de liturgie in de lokale kerken te verrijken. Het kan ook als een handreiking dienen voor gemeentes die zonder voorganger de eredienst gaande willen houden.
Keuzes in deze liturgie
Voor alle liturgische keuzes had er ook een andere keuze gemaakt kunnen worden. Lokale kerken kunnen ook andere keuzes maken dan de hier gebodene. Wij geven alleen een toelichting voor de keuzes die hier gemaakt zijn, om zo het bewust liturgisch nadenken te stimuleren.
Drempelgebed
Het drempelgebed is vrij ‘neutraal’ gekozen. Het komt uit het Liedboek. In het ‘stem ons af op uw stem, stem ons af op uw stilte’ wordt alvast vooruitgewezen naar de evangelielezingen, waarin in de stem van Jezus iets van God doorklinkt. Het gaat niet alleen om wat hij zegt (‘zijn stem’), maar ook om wat er tussen de regels door verstaan moet worden over het koninkrijk, vandaar ook ‘stem ons af op uw stilte’.
Kyrie en Gloria
Het Kyrie 299d kan door twee groepen gezongen worden. Dat kan zijn voorzang(ers) en gemeente, maar net zo goed de linker- en rechterhelft van de kerk. Door het in twee groepen te doen, klinkt muzikaal gesproken de incompleetheid (gebrokenheid) van de wereld door. De stemmen voegen zich dan krachtig samen in het gezamenlijk gezongen glorialied. De zin ‘die tussen ons zijn woning heeft, die ver is, is nabij’ verwijst naar Christus die in de evangelielezingen midden tussen de mensen was. Door bij couplet 3 te eindigen, komt het thema ‘eeuwigheid’ de viering al binnen, dat vanouds doorklinkt in de hele herfsttijd. Worden in de dienst de sacramenten gevierd (doop of avondmaal), dan kun je natuurlijk doorzingen tot en met couplet 4 en 5.
Lofprijzing bij de evangelielezing
De lofprijzing na de evangelielezing is vrij neutraal gekozen en sluit goed aan op de gelijkenissen die we uit Jezus’ mond horen in de evangelielezingen.
Acclamatie bij de voorbeden
Omdat door heel het Matteüsevangelie heen er verwijzingen naar het ‘koninkrijk’ doorklinken, is deze acclamatie voor de herfsttijd, met de woorden ‘laat komen uw rijk’ het meest voor de hand liggend in een A-jaar.
Onze Vader
Het Matteüsevangelie, waaruit in een A-jaar gelezen wordt, is ook de bron van het Onze Vader-gebed (Mat. 6, 9-13). Daarom leggen we in de zomer en herfst wat meer nadruk op het Onze Vader, door gezongen versies daarvan uit het Liedboek te kiezen. Naast LB 369 a t/m e, en LB 370, zijn LB 191 en LB 1006 daarvoor bruikbaar. Deze periode suggereren we 191, die door de gemeente gezongen kan worden. De toonsoort komt overeen met de voorafgaande acclamaties tijdens de voorbeden.
Amen
Het amen na de zegen is het slot van Luthers gezongen geloofsbelijdenis ‘Wir glauben all an einen Gott’ (LB 341).