Toelichting
Periodeliturgie
Deze liturgie kan gebruikt worden tijdens de zondagen in de Zomertijd in een liturgisch A-jaar. We beginnen op de eerste zondag van de zomer, de zondagen tussen Trinitatis en de eerste van de zomer hebben we overgeslagen. Het aantal daarvan verschilt per jaar tussen de één en vijf.
Omdat de zomerperiode vrij lang is, kiezen we ervoor deze in twee gedeelten van ieder zes zondagen te knippen, zodat er een goede balans is tussen een vaste lijn en tegelijkertijd variatie. Twaalf zondagen dezelfde liturgie zou teveel zijn van het goede.
De periodeliturgie biedt een kader voor de liturgie in deze periode. Door deze liturgie te volgen ontstaat er een doorgaande lijn en zijn de zes zondagen in deze periode van het kerkelijke jaar met elkaar verbonden.
Alleen de vaste onderdelen zijn ingevuld. De voorganger, musicus of liturgiegroep kan zelf de liederen na de lezingen, preek en het slotlied kiezen. Deze kunnen ingevuld worden naar eigen inzicht, of er kan gebruikgemaakt worden van de liedsuggesties bij het oecumenisch leesrooster.
Het is zo samengesteld dat men de hele orde van dienst kan volgen, of er losse onderdelen uit kan nemen voor de in de eigen gemeente gebruikte orde van dienst.
Door het jaar heen bieden wij met deze liturgieën een variëteit aan liturgische elementen, om zo de liturgie in de lokale kerken te verrijken. Het kan ook als een handreiking dienen voor gemeentes die zonder voorganger de eredienst gaande willen houden.
Keuzes in deze liturgie
Voor alle liturgische keuzes had er ook een andere keuze gemaakt kunnen worden. Lokale kerken kunnen ook andere keuzes maken dan de hier gebodene. Wij geven alleen een toelichting voor de keuzes die hier gemaakt zijn, om zo het bewust liturgisch nadenken te stimuleren.
Drempelgebed
Het drempelgebed is vrij 'neutraal' gekozen, niet vanuit de Bijbelteksten, en komt uit het Dienstboek. Omdat het drempelgebed al zinspeelt op ps. 121 'Onze hulp is in de Naam van de Heer', is deze keer de volgorde van drempelgebed en bemoediging omgedraaid, zodat de tekst ervan logischer valt.
Morgenlied
In plaats van Kyrie en Gloria kiezen we in de zomertijd voor een morgenlied en psalmgebed. Daarmee brengen we een element vanuit de getijdendiensten de zondagse hoofddienst in. Het Liedboek biedt een keur aan morgenliederen.
Psalmgebed
Evenals in Kyrie en Gloria komt in een psalmgebed smeekgebed en lofprijzing vaak samen. Bij een psalmgebed wordt de (onberijmde) tekst van een psalm zo volledig mogelijk intact gelaten, al is het ook mogelijk te kiezen vanuit de vele varianten die het Liedboek bij de psalmen biedt onder de nummers a, b, c, enzovoorts. De bundel Psalmen Anders: Aanvulling op het Liedboek biedt nog meer varianten.
De psalm kan responsoriaal gelezen of gezongen worden, zoals in de kloostertraditie. Afwisseling tussen lezen en zingen is ook mogelijk, waarbij de gezongen gedeelten hetzij de berijmde vorm kan zijn uit het Liedboek, of een antifoon. Bij de psalmen zijn die bijvoorbeeld te vinden onder 23g, 30b, 36a, 62a, 62c, 63a, 113b, 121a, 145b.
Met 'voorganger', 'gemeente links', 'gemeente rechts' en 'allen' kan er met eenvoudige vormen een dynamisch geheel ontstaan, waarin de tekst van de psalm zo goed mogelijk tot uitdrukking komt. Bij de verdeling van de gesproken en gezongen partijen kan de tekst van de psalm leidend zijn (let bijvoorbeeld op de 'ik' en 'wij' of de literaire structuur van de psalm).
Acclamatie bij de voorbeden
In deze tijd, die van de lange 'groene' liturgische tijd nog het dichtst bij Pinksteren ligt, is er gekozen voor een acclamatie die de Geest aanroept, aansluitend bij de groet eerder in de dienst.
Onze Vader
Het Matteüsevangelie, waaruit in een A-jaar gelezen wordt, is ook de bron van het Onze Vader-gebed (Mat. 6, 9-13). Daarom leggen we in de zomer en herfst wat meer nadruk op het Onze Vader, door gezongen versies daarvan uit het Liedboek te kiezen. Naast LB 369 a t/m e, en LB 370, zijn LB 191 en LB 1006 daarvoor bruikbaar. In deze periode kiezen we voor de laatste.
Amen
Het amen na de zegen komt uit de Ontmoetingskerk in Enschede en kan eindigen in een driestemmig akkoord, met een cantorij of door de gemeente zelf. Na enige oefening lukt dit al snel. Het vraagt een korte intonatie door de organist, zodat de gemeente goed meekomt.