Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

Getijden Gebeden

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

Gebeden

I Begroeting van de zondag 1092

II Gebeden voor elke dag van de week 1094

III Morgengebeden 1112

IV Middaggebeden 1121

V Avondgebeden 1124

VI Gebeden in de nacht 1134

VII Gebeden bij de maaltijd 1136

VIII Gebeden voor ieder uur 1142

I - Begroeting van de zondag

Op zaterdagavond kan deze begroeting van de zondag in de ‘orde voor het avondgebed (vespers)’ (blz. 969), in de ‘orde voor een vesper later op de avond’ (blz. 974) en in de ‘orde voor een persoonlijk avondgebed’ (blz. 983) worden ingevoegd ná het avondgebed en vóór de zegenbede. Het Gebed van de dag vervalt dan op deze plek en krijgt een plaats binnen het kader van deze begroeting van de zondag.

Lector

   Het was avond geweest

   en het was morgen geweest:

   de zesde dag.

   Alzo werden voltooid de hemel en de aarde 

   en al hun heer.

   Toen God op de zevende dag het werk voltooid had,

   dat Hij gemaakt had,

   rustte Hij op de zevende dag van al het werk,

   dat Hij gemaakt had.

   En God zegende de zevende dag en heiligde die. 

(Gen. 1:31b-2:3a)

Voorganger

Zoals de HEER de zevende dag heiligde,

zo doet ook Israël, zijn volk:

het gedenkt de sabbat

als een dag van rust en vreugde

en viert zo de voltooiing van de schepping.

Lector

   Laat na de sabbat,

   tegen het aanbreken van de eerste dag der week,

   ging Maria van Magdala en de andere Maria 

het graf bezien.

   En zie, er kwam een grote aardbeving,

   want een engel des Heren daalde uit de hemel

   en kwam naderbij, en hij wentelde de steen weg

   en zette zich daarop.

   En de engel sprak tot de vrouwen:

   ‘Weest niet bevreesd, want ik weet dat gij Jezus zoekt, 

de gekruisigde.

   Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, 

gelijk Hij gezegd heeft.’ (Mat. 28:1-2, 5-6a)

Voorganger

Zo bracht God op deze eerste dag

door de opstanding van zijn Zoon

vreugde voor heel de wereld.

Daarom vieren wij dit nieuwe begin

en zullen wij deze dag heiligen,

opdat wij opademen en genieten

van al wat Hij gemaakt heeft.

Zo gaan wij voort op de weg naar Gods koninkrijk,

zo leren wij leven van het Woord

dat ons het brood des levens is:

Jezus Christus, onze Heer.

Uit het Evangelie van deze dag horen wij:

(vers uit het evangelie van de zondag)

.....

Gezang 221:1: ‘Wees gegroet, gij eersteling der dagen’

of: 

een ‘tijdeigen’ lied

Gebed voor de zondag

Hier kan ook het gebed van de zondag worden gebeden.

  Zie de sectie Tijdeigen

II - Gebeden voor elke dag van de week

a. Morgengebeden voor elke weekdag

1.

Zondag

Zoals het licht

ons elke morgen

nieuw verschijnt,

ons wekt

en koestert

met zijn stralen, –

wek Gij God,

zo ook mij!

Zoals de zon

geen dag

ons in het donker laat, –

laat mij uw trouw

ook nu weer dagen!

Schep doorgang

door wat zorgen baart,

wat angst aanjaagt,

en zet mij

recht weer op mijn voeten: 

niet moedeloos,

niet hopeloos verlamd,

maar opgericht,

met opgeheven hoofd

tot U,

mijn Zon,

mijn dag, mijn licht!

2.

Maandag

Ik open mij

voor U, mijn God,

opdat uw Geest kan dalen

en in mij worden

tot mijn eigen adem.

Ik open mij

opdat de kracht

van wat U blijft bewegen

mij richting geeft.

Ik open mij

opdat uw wind

mij schonen zal

in alle hoeken van mijn hart,

tot in de diepten

waar ik zelf niet ga.

Ik open mij

opdat uw liefde

mij bezielen zal

en zo uw eigen Geest

in mij de woorden vindt

waarmee mijn hart en ziel

over uw schepping waakt.

3.

Dinsdag

Wij leven

van wat Gij ons geeft,

bestaan tezamen met

wie Gij aan ons

hebt toevertrouwd.

In uw Naam

prijzen wij de dag

als kinderen van het licht.

Wij voeden ons

met wat is toegezegd:

een aarde volgroeid,

een wereld verzadigd,

een schepping voltooid.

Maak ons daarom

tot handlangers van U:

als wij elkaar

het brood breken,

de honger stillen;

als wij elkaar

het hart openen,

het oor lenen;

als wij elkaar

bemoedigen met hoop,

in leven houden

met trouw.

Wij heiligen uw Naam,

waar wij elkaar genadig zijn,

en waar barmhartigheid

kleur geeft ook deze dag;

en waar wij

het uitgesproken scheppingswoord

van licht en liefde

door het duister heen

voldragen.

Geef dat ook deze dag

wij nu al leven

met ons hart bij U.

4.

Woensdag

Zijn wij U trouw,

kan wie wij zijn

en wat wij doen,

bestaan in het licht

van uw ogen?

Verhelder ons,

dat bij uw stralen

er voor ons

een weg is om te gaan,

bewogen door uw Geest.

Maak ons oprecht van hart,

trouw aan ons eigen woord

en mild van tong.

Uw Rijk zal komen –

dat niet wij het zijn

die het vertragen

door in gemak te aarden,

en door te blijven steken

in wat alom voorhanden is.

Vuur ook op deze dag ons aan,

dat wij volharden

in vertrouwen,

in de kracht van de liefde

geloven.

Wees zelf de vlam in ons hart,

zodat wij weten

hoezeer liefde ons geboden is.

5.

Donderdag

Gij hebt ons

aan elkaar gegeven

en wekt ons uit de sluimer

van de eenzaamheid.

Waar onze naam genoemd wordt,

waait uw Geest.

Aanspreekbaar zijn wij

op een nieuwe naam:

kinderen van het Rijk

dat komen zal.

Bind ons met liefde

elkaar op het hart;

dan delen wij

in het leven van uw Zoon, 

dan worden wij zijn lichaam

in deze wereld.

Dat onder ons

ook deze dag

uw wil geschiedt,

ja, dat elk van ons

het leven daartoe dient!

Dat bidden wij

om Hem in wie

te lezen staat

hoe Gij van mensen houdt.

6.

Vrijdag

Wanneer geen kloof

zich dichten laat,

onoverkomelijk

de bergen zijn

van alle pijn en moeite, –

wees Gij alleen dan

onze God,

een schuilplaats

tegen weer en wind,

een stem die roept,

een hart dat weet.

Wanneer een mens

zich zo verlaten weet

dat hij in zwijgzaamheid verhardt, –

wanneer een mens

zich zo verraden weet

dat zelfs uw Naam gemeden wordt, –

laat dan de woorden

van uw Zoon

ons in het hart geschreven staan:

ons leven in uw handen

aanbevolen.

Uw liefde heeft Hem toegedekt,

voor al de kou

tot in de dood;

ook ons bewaart Gij

voor de nacht die blijft.

Laat deze dag opnieuw

voor ons daarvan

een teken zijn.

7.

Zaterdag

Dat Gij zult komen

om de wereld recht te doen, –

is ons verlangen.

Dat Gij zult komen

en niet vergeet

al dat onschuldig bloed

dat van de aarde roept, –

is onze troost.

Dat Gij zult komen

om te rechten,

wie nog gebukt gaan

onder het overwicht

en de zwaarwichtigheid van mensen, –

is onze hoop.

Dat Gij zult komen

om te snoeien

wat aan wreedheid woekert, –

is ons gebed.

Als Gij zult komen,

wordt alleen uw liefde

onderdak

voor heel een wereld –

is ons vertrouwen.

Dat Gij zult komen,

bidden wij ook deze dag;

dat Gij zult komen

om al ons tekort

te bedekken met uw tegoed.

Kom dan vandaag,

want, God, wij dorsten

om te weten

wie Gij zijt.

b. Gebeden aan de hand van de zeven hoofdzonden

In plaats van de verbinding met de verschillende weekdagen, zouden deze gebeden ook heel goed als afzonderlijke weekthema’s gebruikt kunnen worden.

8.

Zondag

God, die de zon aan de hemel hebt gesteld

om de aarde te verwarmen

en de mensen te verlichten,

geef ons een dag van vrede en inkeer,

van rust na het werk van alledag.

Wij bidden dat onze rust geen luiheid wordt,

dat onze geest wakker blijft om U te loven

en om in de week die komt,

met vindingrijkheid en vreugde

onze naasten, ver weg en dichtbij,

van dienst te zijn en te verblijden

met liefde en in gerechtigheid.

Uw Koninkrijk kome.  Amen.

9.

Maandag

Verre God, nabije God,

wij weten dat U groot en machtig bent,

maar niet te trots om naar ons om te zien.

Leer ons eerbied hebben

voor alles wat klein en machteloos is,

voor zwakke mensen en arme kinderen,

voor dieren die naar de slachtbank gaan

en bomen die liefdeloos worden geveld.

Hoe klein zijn wij zelf in onze hoogmoed.

Geef ons een groot en eerlijk hart,

geef onze handen kracht

om te zegenen en te genezen.

Uw Koninkrijk kome. Amen.

10.

Dinsdag

God die niet altijd toornig blijft,

wij hebben ons terecht uw woede op de hals gehaald

door niet te leven naar uw Woord.

Nu zitten we met de brokken

van een wereld in wanorde,

met het leed van een bitter bestaan.

Ga niet met ons in het gericht,

maar help ons overeind en troost ons.

En als wijzelf in woede ontsteken,

laat het dan zijn om het onrecht,

de ongelijkheid, de tweedracht,

ja alles wat mensen van elkaar verwijdert.

Laat ons niet rusten voordat zij allen één zijn

in U en met elkaar.

Uw Koninkrijk kome. Amen.

11.

Woensdag

Goede God,

die de aarde gezegend hebt

met alles waarvan wij leven,

wij willen eerlijke rentmeesters zijn

en niet meer nemen dan ons toekomt,

want gulzigheid leidt tot verderf

en gretigheid is nooit verzadigd.

Geef ons de wijsheid om in eenvoud te leven.

Laat ons een licht opgaan

en leer ons het ware vasten, dat is:

ons brood delen met de hongerige,

de vluchteling onderdak geven

en de verdrukte zijn vrijheid laten.

Dan bidden wij met recht:

uw Koninkrijk kome. Amen.

12.

Donderdag

God van liefde en trouw,

die de mensen aan elkaar gegeven hebt,

opdat zij zich in elkaars nabijheid zouden verheugen

en elkaar zouden bijstaan

in goede en slechte tijden,

wij bidden U voor alle mensen

die het slachtoffer zijn van wellust en geweld,

daardoor het geloof in de liefde verloren

en hun medemensen niet meer vertrouwen.

Herstel de slachtoffers in hun waardigheid

als mensen uit één stuk, ongebroken.

Breek de moedwil van de daders

en wees hun genadig als zij schuldig staan

voor U en voor de mensen.

Laat ons zelf een bron van vreugde zijn

voor ongelukkigen en gelukzoekers,

een oase van verwachting voor de hopelozen.

Uw Koninkrijk kome. Amen.

13.

Vrijdag

Vrijgevige God, die ieder zijn deel gunt,

geld is de wortel van alle kwaad

en gierigheid is als het graf inhalig.

Maak ons tot gulle gevers

en tot vorstelijke ontvangers.

Laat al uw mensen onbezorgd mogen leven

als de bloemen op het veld,

als de vogels in de bomen.

Wij gedenken met onze gaven

allen die door onze hebzucht hun deel niet krijgen,

en nemen ons aandeel in de strijd om gerechtigheid

van wie daar reikhalzend naar uitzien.

Uw Koninkrijk kome. Amen.

14.

Zaterdag

God van Israël en de volken,

rechtvaardig en barmhartig als Gij zijt,

hebt Gij de sabbat gegeven

als een geluksdag voor mens en dier.

Wij danken U voor uw geduld

met een mensheid die steeds weer

zichzelf in het ongeluk stort.

Wij willen onze twisten bijleggen,

onze afgunst sussen,

onze boosheid kalmeren en vrede stichten.

Dan mogen wij eten en drinken en vrolijk zijn

in de geest van de lofprijzing

en in de blijde verwachting

van uw Koninkrijk dat komt. Amen.

c. Gebeden geordend naar de dagen van de schepping

15.

Zondag

Heer God, wij danken U voor de geest die ons wekt,

voor het licht van deze dag waarbij wij mogen leven,

voor de geborgenheid in uw scheppende liefde.

16.

Maandag

Wanneer wij uw hemel zien, het werk van uw handen,

wat is dan de mens, o Heer, dat Gij hem gedenkt?

Laat ons stil worden onder uw bescherming.

17.

Dinsdag

Het is goed – de groene aarde vol van uw goedheid,

ondanks de gebrokenheid van het mensenbestaan.

Leer ons steeds opnieuw uw goedheid te prijzen.

18.

Woensdag

Wees ons een helder licht in het donker om ons heen;

leid ons op uw weg en laat ons leven in uw waarheid.

Verlicht ons leven met de glans van uw liefde.

19.

Donderdag

Midden in het leven dat om ons heen is, o Heer,

mogen wij er zijn om te beheren en te bewaren, in uw naam.

Leer ons verantwoordelijk te zijn voor wie na ons komen.

20.

Vrijdag

Als in een tuin geborgen en beschut voor kwaad,

in stille vrede samenlevend, mensen, dieren, 

bloemen.

Laat het visioen van uw hof ons nooit ontbreken.

21.

Zaterdag

Als mensen voor uw aangezicht, o God,

dat wij U niet beschaamd maken, dat wij uw kinderen zijn.

Laat ons niet verloren gaan, buiten de goedheid van uw ogen.

d. Zeven gebeden voor stad en land

22.

Zondag

Gezegende God,

Gij die mensen roept

om elkaar bij te staan

en elkaar lief te hebben,

gun ons een vrede

die alle verstand te boven gaat

in stad en land,

in huis en hof.

Bewaar ons voor overmoed,

onverstand en onrecht,

opdat wij leven

van ootmoed en genade alleen.

23.

Maandag

Gezegende God,

Naam in ons midden

die de stilte vult,

uw Woord reikt verder

dan onze horizon

en waait op de adem van uw Geest

naar alle windstreken.

Wees met al uw dienaren,

uw getuigen in oost en west,

noord en zuid,

en maak ons dienstbaar

in gerechtigheid en goedheid

aan alle mensen

ver weg en dichtbij.

24.

Dinsdag

Gezegende God,

schepper van hemel en aarde

en onderhouder van al wat leeft,

leer ons het werk van uw handen

te ontzien,

zodat wij zorgvuldig en zorgzaam

omgaan met water en vuur,

lucht en aarde.

Vergeef ons onze kille manier

van leven en werken

en bekeer ons,

opdat de zin van het leven

ons niet ontgaat.

25.

Woensdag

Gezegende God,

beschermer van zwakken en verdrukten,

geef ons een oog voor het nietige,

het minuscule leven,

want het grote zijn wij niet waard

als wij het kleine niet eren.

Geef ons een hart

dat eensgezind is

met hen die vechten

voor een menswaardig bestaan

hier en in alle landen.

26.

Donderdag

Gezegende God,

die spreekt met gezag,

behoed de plaats waar wij wonen,

haar bestuurders

en haar bewoners.

Dat zij allen in wijsheid toenemen

ten behoeve van een rechte samenleving.

Wees met hen die vallen

tussen de wal van de wet

en het schip van staat,

de zoekers en de zwervers,

de vreemdelingen en bijwoners.

Schep ruimte voor een volledig leven

en maak ons strijdbaar in dienstbetoon.

27.

Vrijdag

Gezegende God,

Gij die de harten opent

en hervormingsgezind maakt,

schuif weg het gordijn

van onvrede, onkunde en onmacht,

dat ons scheidt

van onze broeders en zusters

in alle werelddelen.

Beteugel tomeloze driften

en maak ons bereid

tot saamhorigheid in eenvoud

als kenmerk van het ware.

28.

Zaterdag

Gezegende God,

genezer en bevrijder,

wij bidden voor hen,

die aan het einde zijn van hun krachten,

om verlossing en uitredding.

Geef glorie aan de ouden van dagen,

want zij zijn ons voorgegaan

in wijsheid, liefde en zorg voor het bestaan.

Gij die alle namen telt,

laat ons niet vallen

dan in uw hand.

e. Gebeden om gerechtigheid, vrede en 

    heelheid van de schepping

In plaats van de verbinding met de verschillende weekdagen, zouden deze gebeden ook heel goed als afzonderlijke weekthema’s gebruikt kunnen worden.

29.

Zondag – vernieuwing van de kerk

Houd ons zo dicht bij U

en zo bijeen, o God,

dat wij bewogen raken

en in beweging blijven

door wat Gij voor hebt

met uw oecumene,

uw bewoonde wereld,

waarin uw kerk bedoeld is

als teken van uw vrede,

als een voorpost van uw toekomst;

verenig ons tot de dienst aan U,

laat de dienst aan U ons verenigen.

30.

Maandag – gerechtigheid wereldwijd

Van U is de aarde, God,

en dus van ons allen samen,

in noord en zuid,

in oost en west;

houd de onrust in ons levend

dat wij deel uitmaken

van een minderheid

die op kosten van de schepping

zich te goed doet

aan wat Gij bestemd hebt

voor alle mensen,

en maak ons bereid te leren

ons leven zo te herzien

dat wat wij het onze noemen

ook ten goede komt

aan de meerderheid

die minder heeft.

31.

Dinsdag – verarming in Nederland

0 God, geef ons de moed

in verzet te komen

wanneer mensen bekneld raken

en de samenleving aangetast wordt

door wat niet te rechtvaardigen is;

help ons vol te houden

dat armoede onrecht is

en dat wij allen verarmen

als mensen onder ons tekort komen;

breng ons te binnen

dat gerechtigheid een prijs heeft

en dat van ons gevraagd wordt

die prijs ook te betalen.

32.

Woensdag – de pluriforme samenleving

Gij hebt ons doen dromen

van een veelkleurige gemeenschap

van volkeren, van mensen,

waarin allen tot hun recht komen

en wij elkaar verrijken;

wek ons op, God,

dat wij die droom verwerkelijken,

niet met grootse woorden,

maar met nuchtere daden:

muren slechten,

grenzen doorbreken,

kloven overbruggen,

vooroordelen uit de weg ruimen,

vrees voor vreemden overwinnen,

en dit alles te beginnen bij onszelf.

33.

Donderdag – gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen

God van Sara en Abraham,

van Ruth en David,

van Ester en Daniël,

van Maria en de apostelen,

leer ons uw verhaal van voren af aan

zo opnieuw te lezen en te vertellen,

dat vrouwen bemoedigd worden,

mannen nieuwe inzichten opdoen

en gelijkwaardigheid een zorg wordt van ons allen, vrouwen en mannen samen.

34.

Vrijdag – verzoening en vrede

Gij die bewogen zijt

om uw goede aarde,

versterk de weerzin en de weerstand

tegen wat uw levenswerk vernielt,

wakker aan de wil tot vrede,

houd in leven de hoop op U

en zegen ons, God,

met vindingrijkheid en volharding.

35.

Zaterdag – bescherming van natuur en milieu

Omring met uw liefdevolle zorg, God,

allen die zich aan U hebben toevertrouwd;

wil ons zo doordringen van uw liefde

dat wij zorgzaam zijn voor elkaar

en leren om te gaan

met uw kostbare en kwetsbare schepping.

III - Morgengebeden

De gebeden 45 en 51 zijn in het bijzonder geschikt om met kinderen te bidden.

36.

In uw handen, barmhartige God,

bevelen wij onszelf vandaag;

laat ons, van begin tot einde,

bewust zijn van uw aanwezigheid;

herinner ons eraan dat wij

in alle goeds dat we doen, U dienen;

maak ons attent en waakzaam,

zodat we in alles uw wil onderscheiden,

en die kennende, die ook vreugdevol vervullen,

tot eer en glorie van uw Naam,

door Jezus Christus, onze Heer.

37.

Meester, heilige en ondoorgrondelijke God,

Gij hebt bevel gegeven aan het licht

om te stralen in de duisternis.

Gij hebt ons doen uitrusten in de slaap,

maar ons gewekt om U te verheerlijken

en uw goedheid aan te roepen.

Laat U bewegen door uw eigen barmhartigheid

en neem ons aan, nu wij U aanbidden

en U danken naar de mate van onze kracht,

en aanvaard alle gebeden voor ons heil.

Maak ons tot kinderen van het Licht

en van de volle dag,

als erfgenamen van uw eeuwige goederen.

Gedenk, Heer, in de volheid van uw barmhartigheid,

geheel Uw volk dat hier aanwezig is om te bidden.

Gedenk al onze broeders en zusters die overal,

te land of ter zee, uitzien naar uw genade en hulp.

en schenk ons allen uw grote barmhartigheid,

opdat wij, gered naar lichaam en ziel,

uw wonderbare en hooggeloofde Naam

mogen verheerlijken:

Vader, Zoon en heilige Geest,

nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

38.

Bij het eerste ochtendgloren

prijzen wij U, o Heer.

Gij zijt de Verlosser

van heel de schepping.

Geef ons in uw barmhartigheid

een dag, vol van vrede.

Vergeef ons onze schulden.

Laat onze hoop geen schipbreuk lijden.

Verberg U niet voor ons.

In uw zorgzame liefde draagt Gij ons.

Laat ons niet los,

zoals wij het eigenlijk verdienen.

Gij alleen kent onze zwakheid.

O God, verlaat ons niet.

39.

Zoals Gij ons de hele nacht bewaard hebt

en ons het daglicht liet bereiken,

bewaar ons, o Heer,

in heil en vrede,

zonder zonde en verzoeking,

Gij barmhartige,

God onze Heer.

Wij verheffen en prijzen U,

alle hemellegers prijzen U,

de engelen loven U.

Wij verheffen U,

wij noemen U heilig,

onze Vader, onze Heer,

onze God en onze Schepper.

40.

Ik dank U, mijn hemelse Vader,

door Jezus Christus, uw geliefde Zoon,

dat Gij mij deze nacht voor alle kwaad

en alle gevaren hebt bewaard.

Ik bid U dat Gij mij deze dag ook wilt bewaren

voor zonden en alle kwaad,

opdat al mijn doen en laten U welgevallig is.

Ik beveel mijzelf, mijn lichaam, mijn ziel en alles

in uw handen aan.

Mogen uw heilige engelen met mij zijn,

opdat de boze vijand geen macht over mij krijgt.

41.

Heer Jezus,

ik draag U op:

mijn hele dag,

mijn werk, mijn strijd,

mijn vreugde en verdriet.

Laat mij door U denken,

met U werken,

in U leven.

Laat mij U beminnen

met heel mijn hart

en U dienen

met al mijn krachten.

Die genade vraag ik ook

voor allen die mij dierbaar zijn,

opdat ook zij U verheerlijken.

Sta ons allen bij met uw genade

en bewaar ons in uw liefde en vrede,

vandaag en alle dagen.

42.

Gij hebt mij 't eerst bemind, o God.

De hele dag,

het hele leven door

bemint Gij mij het eerst.

Als ik in de morgen ontwaak

en mijn ziel zich tot U wendt,

zijt Gij de eerste:

Gij hebt mij 't eerst bemind.

Als in de dageraad

ik opsta van mijn bed

en op datzelfde ogenblik

mij biddend richt tot U,

zijt Gij mij voor:

Gij hebt mij 't eerst bemind.

Als in de dag ik mij onttrek

aan de verstrooiing van het leven,

mijn ziel tot inkeer breng

en denk aan U,

dan denkt Gij reeds aan mij:

Gij hebt mij 't eerst bemind.

En ik, ondankbaar mens,

die altijd denk en spreek

alsof Gij maar één keer

het eerst mij hebt bemind.

43.

Vandaag wil ik U danken,

danken zomaar omdat U er bent.

Ben ik eenzaam of verlaten,

dan bent U voor mij een thuis.

Ben ik moe en uitgeput,

dan geeft Gij nieuwe kracht.

Ben ik soms hard en koud,

dan zijt Gij dooi en warmte.

Ben ik angstig en vol twijfel,

dan zijt Gij zekerheid.

Mijn dromen en verlangens 

blijven bij U steeds levend.

Mijn vreugde en blijdschap

kan ik met U delen.

Loop ik op drijfzand,

Gij zijt mijn vaste grond.

Sluit ik me op,

Gij gooit de ramen open.

Loop ik soms weg,

Gij holt mij achterna.

Blijf ik koppig staan,

Gij trekt mij voort.

Mijn spanning, afkeer en berouw

kan ik bij U ontladen.

Is alles donker rondom mij,

dan zijt Gij licht en hoop.

Ik dank U omdat Gij de ruimte zijt

waarin ik leef.

Ik dank U omdat Gij de adem zijt

waardoor ik leef.

Ik dank U omdat Gij degene zijt

voor wie ik leef.

Ik dank U omdat Gij mij hebt geleerd

waarom ik leef.

Ik dank U omdat Gij er zijt.

44.

Vaag weg de sporen van de nacht.

Verjaag de dood uit mij.

Maak mij helder

als de dag die is verschenen.

Doe mij U zien

die zelf verschenen zijt

in het licht van deze dag gehuld.

Doe mij lachen,

hef mijn hart omhoog,

verheug mij.

Doe mij hier zijn,

maak mij aanwezig.

Stel mij aansprakelijk voor mensen.

Dat ik volhard

in aandacht en mededogen.

Dat ik niet raak afgestompt

door pijn en zorgen.

Dat mij niet begeeft

de kracht tot liefde.

Verhaast de dag van de gerechtigheid.

Zie het niet langer aan

dat her en der in deze wereld

mensen gemarteld worden,

kinderen gedood;

dat wij de aarde schenden

en elkaar het licht ontroven.

Wek in ons geweten

woede en schaamte,

dat wij omkeren,

terug naar uw woord.

45.

Lieve God, U danken wij

voor alle fijne dingen,

voor het licht van deze dag,

voor de mensen die ons helpen,

voor alles wat goed is of mooi.

Geef ons allemaal

dat wij ook vandaag

weer iets zien of horen

waar we blij mee zijn,

waar we anderen blij mee maken.

46.

Barmhartige, eeuwige God en Vader,

wij danken U,

dat Gij ons deze nacht genadig bewaard hebt

en ons deze dag weer schenkt.

Behoed ons op alle wegen,

die we zullen gaan

en laten wij deze dag

in uw dienst mogen doorbrengen.

Leer ons niets te zeggen,

te denken of te doen,

wat niet uw vaderlijke wil zou zijn,

opdat al ons werk

tot eer van uw heilige naam

en tot heil van onze naaste moge dienen.

Verlicht ons door uw heilige Geest,

opdat wij geleid worden

op de weg van uw gerechtigheid,

door Jezus Christus onze Heer.

47.

O Here, die het licht uitzendt om zijn pad te lopen,

die de zon doet opgaan over bozen en goeden,

over rechtvaardigen en onrechtvaardigen,

Gij die de dageraad schept,

de ganse wereld verlicht,

en heerst over alle dingen,

verlicht ook onze harten.

Geef ons op deze dag U welbehagelijk te zijn,

bewaar ons voor alle zonde en boze werken,

bescherm ons tegen alle pijl, die des daags vliegt,

en tegen elke vijandige macht.

Want Gij zijt onze ontfermer en verlosser,

en tot U zenden wij onze lofzegging op,

Vader, Zoon en heilige Geest,

nu en altijd

en van eeuwigheid tot eeuwigheid.

48.

Waardig en goed is het, dat wij U aanbidden,

almachtige God, die alle dingen hebt geschapen,

en dat wij U tezamen dankzeggen

voor al de weldaden,

welke wij van uw milde hand voortdurend ontvangen.

Gij hebt ons bewaard in deze nacht,

Gij hebt ons het morgenlicht geschonken,

en nu mogen wij voor U staan.

O Heer, wij loven U en willen U dienen,

op deze dag en geheel ons leven.

Wij onderwerpen ons aan uw goede en heilige wil.

Leid ons en bewaar ons in uw vrede en blijdschap

en in de vreze van uw Naam –

door Jezus Christus, onze Heer,

die met U en met de heilige Geest

in eeuwigheid geprezen zij.

49.

Getrouwe God en Vader,

die de kracht zijt der zwakken,

de beschermer der armen,

de troost van alle geslagenen en eenzamen,

die U ontfermt over allen

die verzocht worden en in zonde zijn gevallen,

zie in genade op ons neer,

nu, deze dag en al de dagen van ons aardse leven.

Schenk ons geloof,

vervul ons met uw liefde.

Sterk ons tot alle arbeid, waartoe Gij ons roept,

en stel ons tot een zegen.

Geleid ons op de weg die wij als pelgrims reizen,

en breng ons veilig door alle gevaren

tot het land van onze eeuwige bestemming,

door Jezus Christus, onze Heer.

50.

O barmhartige Vader, wij danken U,

dat Gij deze nacht zo getrouw over ons gewaakt hebt,

en bidden U, dat Gij ons voor deze nieuwe dag

wilt sterken door uw heilige Geest.

Laat die ons geleiden, opdat wij deze dag

en al de dagen van ons leven mogen besteden

tot alle gerechtigheid en heiligheid;

en dat, bij al wat wij ter hand nemen,

het steeds ons oogmerk zij uw eer te verbreiden

en de voorspoed alleen van uw milde hand te verwachten.

Wil ons daartoe naar uw belofte

om het heilig lijden en de bloedstorting

van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus

al onze zonden vergeven,

want zij zijn ons van harte leed.

Verlicht ook onze harten,

opdat wij,

alle werken der duisternis afgelegd hebbende,

als kinderen van het licht

in een nieuw leven mogen wandelen.

Geef ook uw zegen op de verkondiging

van uw goddelijk Woord.

Verstoor alle werken van de duivel.

Sterk alle kerkdienaars

en bekwaam de overheden van uw volk.

Troost alle vervolgde en benauwde harten,

door Jezus Christus, uw lieve Zoon,

die ons beloofd heeft dat Gij ons alles

wat wij U in zijn Naam vragen, zeker geven zult

[en ons alzo heeft leren bidden:

Onze Vader ...].

51.

O lieve Heer, ik ben zo blij 

2

Dank, dat ik voor uw aangezicht,

de lieve lange dag,

met alle kind’ren van het licht

spelen en zingen mag.

3

O lieve Heer, ik ben zo blij

dat U mij steeds omringt.

U bent niet ver, U bent dichtbij,

dichtbij elk mensenkind.

52. Dank U, Heer, voor deze nieuwe dag,

dank U dat de dag het wint van de nacht,

dank U dat het licht het wint van de duisternis.

Wij bidden om geduld

met mensen die we vandaag tegenkomen.

Wij bidden om liefde

voor mensen met wie we vandaag te maken hebben.

Wij bidden, Heer,

omring ons met uw liefde.

Amen.

IV - Middaggebeden

53.

God, onze Vader,

Gij draagt en ondersteunt ons

op onze weg door het leven.

Verhoor ons gebed,

maak onze aarde tot een tuin

waarin het goed is te leven en te werken,

alle dagen van ons leven.

54.

God,

antwoord ons

nu wij tot U bidden.

Verhoor ons

terwijl wij tot U spreken,

Schep een nieuwe hemel

en een nieuwe aarde

waar iedereen in vrede is

en kan genieten

van het werk van zijn handen

tot lof en eer van uw Naam.

55.

God, onze Vader,

Gij hebt uw gelaat aan ons getoond

in Jezus, uw Zoon.

Door Hem zijn wij leerlingen en vrienden geworden.

Wend U niet af van ons bidden

en maak onze aarde vol van uw heerlijkheid,

alle dagen van ons leven.

56.

Gij, Heer, alleen

Gij oordeelt mij.

Want ook al weet

onder de mensen niemand

wat is

in de mens

dan alleen de geest van de mens

die in hem is –

toch is er iets

in de mens

wat zelfs de geest van de mens

niet weet.

Gij echter, Heer,

Gij die de mens gemaakt hebt -

alles weet Gij van hem.

Laat mij dus bekennen

wat ik van mij weet;

laat mij ook bekennen

wat ik van mij niet weet.

Want wat ik weet van mij

weet ik door Uw verlichting;

en wat ik van mij niet weet

zal ik zolang niet weten

totdat U zult zijn

in uw aanschijn

‘mijn duisternis

als middaglicht’.

57.

Des ochtends als het licht ontstaat,

’s avonds, wanneer het ondergaat,

zij God geprezen, die de dag

verrijzen doet op zijn gezag.

Hem loven wij om ’t lieve licht,

afschijnsel van zijn aangezicht,

wij loven Hem des morgens vroeg,

des avonds laat en nooit genoeg.

Maar als de zon gerezen is

die ons een beeld van Jezus is,

dan is op ’t hoogste van de tijd

de dag een berg van heerlijkheid.

Want alles spreekt, maar zonder stem,

van Hem die heilig is, van Hem

die dag en nacht doordringen zal,

de dag een berg, de nacht een dal.

Heel ’t ondermaanse staat gereed

door Hem te worden overkleed

gelijk een stad, gelijk een bruid,

de wereld kijkt haar ogen uit!

O Zonne der gerechtigheid,

die stralende van liefde zijt

en blakende van streng gericht,

hef over mij uw goed gezicht.

Ik bid tot U, mijn heilig vuur,

ik bid U in dit middaguur, –

één dag, één leven is zo kort,

maak dat ook ik verheerlijkt word!

melodie: Zingend Geloven 1&2/134

V - Avondgebeden

De gebeden 64, 65, 70, 74, 76 en 77 zijn in het bijzonder geschikt om met kinderen te bidden.

58.

Heer, blijf bij ons,

want het is avond en de nacht zal komen.

Blijf bij ons en bij uw ganse kerk

aan de avond van de dag,

aan de avond van het leven,

aan de avond van de wereld.

Blijf bij ons

met uw genade en goedheid,

met uw troost en zegen,

met uw Woord en Sacrament.

Blijf bij ons

wanneer over ons komt

de nacht van beproeving en van angst,

de nacht van twijfel en aanvechting,

de nacht van de strenge, bittere dood.

Blijf bij ons

in leven en in sterven,

in tijd en eeuwigheid.

59.

Blijf bij ons, Heer,

want de dag loopt ten einde

en de avond valt over ons neer.

Blijf bij ons, Heer,

want wij vrezen het duistere dreigen

van een nacht die een eeuwigheid duurt.

Blijf bij ons, Heer,

want wij wachten gespannen op de morgen

en wij weten niet of hij wel komt.

Blijf tot ons spreken, ook als wijzelf

door onheil vandaag woordloos zijn geworden.

Blijf naar ons omzien, wanneer onze ogen

speuren naar een lichtpunt in het donker.

Blijf naar ons luisteren, als wij U zeggen

wat wij nog aan niemand hebben toevertrouwd.

Blijf bij ons, Heer,

met een enkel woord, een eenvoudig gebaar

vol warmte en troost en gemeenschap.

Blijf bij ons, Metgezel,

ga met ons mee onderweg en vertel ons

het geheim van geloof, hoop en liefde.

Blijf bij ons, Vriend,

en help ons dat wij jóu niet verlaten

in al jouw eenzaamheid van deze nacht.

Blijf bij ons, blijf ons nabij, blijf bij ons.

60.

Heer, mijn God, ik dank U

dat deze dag voorbij is.

Ik dank U dat Gij ziel en lichaam rusten laat,

uw hand heeft mij beschermd en bewaard.

Vergeef mijn klein geloof

en alle onrecht deze dag bedreven,

en help mij allen te vergeven

die mij onrecht deden.

Laat mij in vrede slapen onder uw bescherming

en bewaar mij voor de dreiging

van de duisternis.

In uw handen leg ik

allen die ik liefheb,

dit huis,

mijn eigen lichaam en ziel.

God, uw heilige Naam zij geprezen.

Amen.

61.

De ene dag zegt de ander:

mijn leven is een reis

naar onbegrensde eeuwigheid.

Eeuwigheid,

mijn hart wil aan je wennen,

ik ben in deze tijd niet thuis.

62.

Gij die de nacht geslagen hebt,

Gij die het licht

hebt losgeslagen uit de duisternis

als water uit de rots,

doe mij in vrede rusten,

dat ik mij in dit donker

niet verloren waan,

dat ik mij niet gevangen geef aan dromen.

Nu is de nacht gevallen op de naakten

die door geen mensenhand ter wereld

zijn gekleed –

verduisterd zijn

uw naamgenoten in ons midden:

vreemdeling, vluchteling,

kinderen ongewenst.

Kome een nieuwe dag

over ons allen.

Kome uw koninkrijk.

Als over mij de nacht gekomen is

en ik dood zal zijn, een blinde vlek

in het geheugen van mijn zielsgeliefden,

laat mij geborgen zijn in U

die stilte zijt,

laat niet de tweede dood

over mij komen.

63.

Gestreden heb ik levenslang met U.

Ik vind geen andere vrede dan bij U,

Hitte des daags, weder zijt gij geweken.

Oase van de avond, thans bij U.

64.

Neem mij in uw hoede, Heer, vannacht.

Maak, dat wij gelukkige dagen mogen hebben.

Laat uw heilige engelen ons bewaren en bewaken.

Bescherm ons tegen gevaar

en doe ons in blijdschap ontwaken.

65.

’s Avonds als ik slapen ga,

volgen mij veertien engeltjes na:

twee aan mijn hoofdeind,

twee aan mijn voeteneind,

twee aan mijn rechterzij,

twee aan mijn linkerzij,

twee die mij dekken,

twee die mij wekken,

en twee die mij wijzen

naar ’s hemels paradijzen.

66.

Almachtige God, neem ons in uw heilige hoede

en bewaar ons al de dagen van ons leven.

Vermeerder en voltooi uw genade in ons,

totdat Gij ons gebracht hebt

tot de volkomen vereniging

met uw Zoon Jezus Christus, onze Heiland,

die de ware zon van onze ziel is,

die ons dag en nacht zonder ophouden

tot in eeuwigheid verlicht.

En opdat wij deze genade van U ontvangen mogen,

bidden wij U

dat Gij onze vroegere zonden niet meer wilt gedenken

en ze ons wilt vergeven

door uw oneindige barmhartigheid,

zoals Gij hun hebt toegezegd,

die U van ganser harte zoeken.

Verhoor ons, o God, onze Vader en Heiland,

door Jezus Christus, onze Heer.

67.

Heer, wij danken U in dit avonduur

dat Gij ons hebt gegeven

om onder uw bescherming deze dag te beëindigen;

dat Gij ons kracht gegeven hebt tot onze arbeid

en ons draagt door uw barmhartigheid.

Wij bidden U, Heer,

doe tot zegen worden

al wat ons benauwt en bezwaart.

Zoals de vruchten van het veld rijpen

onder zonneschijn, wind en wolken,

laat ons zo rijp worden voor uw oogst.

Wij bidden U, hemelse Vader,

dat Gij de glans van uw aangezicht

wilt laten schijnen

over de mensen, die wij liefhebben,

over de mensen, die wij moeilijk kunnen verdragen.

Van U zijn wij, in het licht en het donker der tijden.

Gij zegent onze uitgang en onze ingang,

in eeuwigheid.

68.

Heer,

kom,

en dek mij toe met de nacht.

Spreid uw genade over ons uit,

zoals U het beloofd hebt.

Uw beloften zijn meer

dan alle sterren aan de hemel,

uw genade is dieper dan de nacht.

Heer,

het wordt koud.

De nacht van deze aarde komt

met een adem van de dood.

De nacht komt,

het einde komt,

maar Jezus Christus komt ook.

Heer,

op Hem wachten wij,

dag en nacht.

69.

Ik voel de dag in mijn botten.

Dankbaar ben ik,

dat ik me mocht afsloven

voor een goede zaak,

en dat ik er geld voor kreeg.

Heer,

dat ik mijn stem kon gebruiken,

mijn schouders,

mijn armen,

mijn handen.

Heer,

ik ben zo moe.

Ik slaap al haast.

Halleluja voor de dag.

70.

kind:

Ik ben niet bang

voor het donker.

Wat kan het donker

mij doen?

Het licht komt weer

als ik wakker word.

Ik ben niet bang

om te dromen,

zelfs niet om te dromen

van leeuwen.

Wat kunnen dromen mij doen?

Die zijn weer voorbij

als ik wakker word.

volwassene:

Voorbij gaat het donker,

het licht zal komen.

Het licht van God

blijft tot in eeuwigheid.

71.

Heer, onze God,

Gij hebt de hemelen neergebogen

en Gij zijt afgedaald om ons te redden.

Zie ook nu neer op ons, uw volk.

Want voor U hebben wij ons hoofd gebogen,

ontzagwekkende en menslievende rechter.

Niet van mensen verwachten wij hulp,

maar wij hopen op uw genade

en zien uit naar uw verlossing.

Behoed ons deze avond en deze nacht

voor alles wat ons bedreigen kan,

voor angstige dromen en beklemmende gedachten.

Moge uw macht geloofd en geprezen zijn,

Vader, Zoon en heilige Geest,

nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

72.

Nu alles om mij heen

rustig wordt en stil,

kom ik tot U, Heer.

Ik dank U,

want deze dag was goed:

dank voor het leven,

voor de mensen die ik heb ontmoet,

voor iedere kleine vreugde.

Ik dank U,

omdat Gij mij kracht hebt gegeven

in moeilijke ogenblikken.

Vergeef me,

indien ik vandaag

geen teken van uw liefde was.

Heel deze dag

leg ik dankbaar terug in uw handen.

73.

Deze dag is tot een eind gekomen.

Over de aarde verspreidt zich het donker,

nu de zon in het westen is ondergegaan.

Alle dingen keren terug tot hun oorsprong.

Uit de veelheid hebben wij ons losgemaakt

om ons te keren tot onszelf,

ons te keren tot U,

die de bron van ons leven wilt zijn.

Wij brengen U wat in ons is:

gedachten en zorgen,

vragen en angsten,

vreugde, verlangen en dank.

Wil het raken met uw zuiverende nabijheid.

Alle dingen mogen komen en gaan in de stilte –

emoties en beelden, ze trekken ons voorbij.

En als het denken even is vertrokken,

opent in de leegte zich ons hart.

Dat het duister ons niet zal verschrikken,

zo bidden wij nu,

dat het een geleide mag worden

op de weg naar U toe:

uw beschermende aanwezigheid

als een engel om ons heen.

Geef Gij het uw beminden in de slaap,

Gij, die zegent met vrede.

74. De dag gaat nu bij ons vandaan

2

Ook als de wereld donker ziet:

de Heer is in ons midden!

De duisternis verbergt Hem niet;

Hij hoort de kind’ren bidden.

3

Hij houdt het kwaad van ons vandaan,

bij Hem zijn wij geborgen.

Wij kunnen rustig slapen gaan,

en wachten op de morgen.

75.

Goede Jezus,

wanneer de dag naar de avond neigt,

en het daglicht verdwijnt in het nachtelijk duister,

begint alles mij tegen te staan,

wordt alles wat ik zie mij tot last.

Iemand spreekt en ik luister nauwelijks;

iemand klopt en ik hoor het bijna niet.

Mijn hart is zo hard als een rots,

mijn tong kleeft vast aan mijn gehemelte,

de bronader van mijn ogen is droog.

Dan open ik de Heilige Schrift,

ik noteer mijn overwegingen.

Dan snelt uw genade, goede Jezus, mij tegemoet.

Haar lichtende aanwezigheid verdrijft mijn duisternis,

mijn tegenzin is verdwenen,

de hardheid is doorbroken.

De tranen die ik schrei,

dragen hemelse vreugde mee.

76.

kind:

Wij gaan slapen, God,

want het wordt avond,

doen nu onze ogen dicht,

houden op met spelen

en met praten,

wachten morgen op het licht.

volwassene:

Wil ons in de nacht behoeden,

grote God die onze Vader zijt,

niet alleen onszelf

maar alle mensen,

nu en tot in eeuwigheid.

77.

kind:

Als de nacht komt,

gaan wij slapen.

volwassene:

Aan U vertrouwen wij ons toe.

Bij U is het licht

dat geen einde heeft.

78.

Ik dank U, hemelse Vader

door Jezus Christus, uw lieve Zoon,

dat U mij deze dag genadig bewaard hebt,

en ik bid U:

wil mij al mijn zonden vergeven,

alles waarin ik onrecht gedaan heb,

en wil mij deze nacht genadig bewaren.

Want in uw handen beveel ik mij,

mijn lichaam en ziel en alles;

laat uw heilige engel bij mij zijn,

zodat de boze vijand geen macht over mij krijgt.

VI - Gebeden in de nacht

79.

Heer, onze God,

geef ons een rustige nacht,

veilig onder uw bescherming.

Wij denken aan hen

die vannacht moeten werken,

aan de mensen die ziek zijn,

aan wie niet kunnen slapen van de zorgen.

Wees voor hen allen een bron van troost,

van kracht en bemoediging.

Blijf met uw zegen bij onze wereld

en waak over uw schepping,

deze nacht en tot in eeuwigheid.

80.

Nu het nacht is geworden,

beseffen wij hoezeer wij uw licht nodig hebben

en daarom bidden wij U:

maak ons open en ontvankelijk voor uw licht,

zodat het in ons kan binnenstromen;

verjaag alles wat ons leven donker maakt

en breng aan het licht

wat ons nog in de weg staat en verhindert

ons leven door U te laten bepalen.

Wij bidden U voor alle mensen

die opzien tegen het donker van de nacht,

voor hen die gebukt gaan onder zorgen

die ze niet durven loslaten,

voor hen die ernstig ziek zijn

en zich niet durven toevertrouwen aan de slaap,

omdat ze bang zijn voor de dood,

voor hen die lijden aan slapeloosheid,

voor hen die geen goede plek hebben om te slapen:

de daklozen en de zwervers,

veraf maar ook dichtbij.

Zegen hen allen met het licht van uw ogen

en doordring hen met uw vrede.

Bewaar ons allen deze nacht

en rust ons toe

om, als de nieuwe dag komt,

iets van uw licht

te kunnen verspreiden

in alles wat ons te doen staat.

81.

Heer van de waarheid,

laten de edelmoedige dingen die wij deden

ons de innerlijke vrede geven

om onze kwalijkheden onder ogen te zien.

Laat het licht dat wij in ons hart meedragen

ons de moed verschaffen

het duister te boven te komen.

Laten de beproevingen die wij doorstonden

als boete mogen dienen

voor al wat wij achterwege lieten.

Laat de wijsheid die wij mochten verwerven

ons genezen van de schade,

aangericht door wat wij níet begrepen hebben.

En laat ons verlangen om de weg te gaan

ons uw vriendschap doen winnen,

zodat wij de voltooiing bereiken

tot lof van het grenzeloze Licht.

82.

Velen zeggen: wie zal ons het goede doen zien?

Verhef over ons het licht uws aanschijns, o Here!

Gij hebt meer vreugde in mijn hart gegeven

dan toen hun koren en most overvloedig waren.

In vrede kan ik mij te ruste begeven

en aanstonds inslapen,

want Gij alleen, o Here, doet mij veilig wonen.

83.

Als met vet en merg word ik verzadigd,

mijn mond looft met jubelende lippen,

wanneer ik Uwer gedenk op mijn legerstede,

in nachtwaken over U peins.

Want Gij zijt mij een hulp geweest,

in de schaduw van uw vleugelen jubel ik.

84.

In uw hand beveel ik mijn geest;

Gij verlost mij, Here, getrouwe God.

VII - Gebeden bij de maaltijd

De gebeden 93, 94, 96, 97 en 99 zijn in het bijzonder geschikt om met kinderen te bidden.

85.

Aller ogen wachten op U, o Heer,

en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd.

Gij doet uw hand open

en verzadigt met welbehagen al wat leeft.

86.

Here God, hemelse Vader,

zegen ons en deze uwe gaven

die wij uit uw milde goedheid ontvangen.

Door Jezus Christus, onze Heer.

87.

Dankt de Heer, want Hij is goed

en zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid;

die spijze geeft aan al wat leeft,

die het vee zijn voeder geeft,

de jonge raven als zij roepen.

Hij heeft geen behagen in de kracht van het paard,

geen welgevallen aan de benen van een man;

de Heer heeft welbehagen in wie Hem vrezen

en op zijn goedheid hopen.

88.

Wij danken U, Heer onze God en Vader,

door Jezus Christus, onze Heer

voor al uw weldaden,

U die leeft en regeert in eeuwigheid.

89.

Looft de Heer, want Hij is goed,

want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

90.

Geprezen zijt Gij, Heer onze God, Koning der wereld,

die het brood uit de aarde doet voortkomen.

91.

Heer, almachtige God, die alles geschapen hebt

en nog door uw goddelijke kracht onderhoudt,

en het volk Israël in de woestijn gespijzigd hebt,

wil uw zegen uitstrekken over ons,

uw arme dienaren.

Heilig deze gaven,

die wij van uw milde hand ontvangen,

opdat wij die matig en heilig

naar uw goede wil gebruiken

en daardoor belijden dat Gij onze Vader

en de oorsprong van alle goed zijt.

Geef ook dat wij altijd en bovenal zoeken

het geestelijke brood van uw Woord,

waarmee onze zielen gespijzigd worden

tot het eeuwige leven,

dat Gij ons bereid hebt door het heilige bloed

van uw lieve Zoon, onze Heer, Jezus Christus.

[Onze Vader ...]

92.

Heer, zegen deze spijs, want Gij zijt goed

en wilt ons lichaam sparen van de dood.

Gij geeft ons elke dag ons daaglijks brood,

dat het ons leven onderhoudt en voedt.

Heb dank, Heer, want Gij maakt ons deelgenoot

aan heel de wereld en haar overvloed

van waaiend koren en van zomergloed,

van al wat uit uw milde aarde sproot.

Gij die de gever zijt, wees onze gast,

die onze meester zijt, zit bij ons aan:

beheers de zinnen, matig onze toorn,

dat er geen nijd en tweedracht in ons wast,

maar de gemeenschap van uw heilig koren,

het eeuwig wonder van uw tarwegraan.

93.

kind:

Wij danken U voor het brood

dat U aan ons hebt willen geven;

wij danken U voor het brood

dat U voor ons hebt willen zijn.

Wij danken U voor de wijn

die U aan ons hebt willen schenken;

wij danken U voor de wijn

die U voor ons hebt willen zijn.

volwassene:

Leer ons wegen te vinden

om anderen volop te laten delen

in wat wij ontvangen hebben.

En breng ons aan het eind

allen samen voor het grote feestmaal

in uw Rijk,

tot uw vreugde, tot ons geluk.

Want uw goedheid, Heer,

is hemelhoog en wereldwijd,

en uw aanwezigheid

is voor ons een bron van vreugde,

onuitputtelijk,

tot in eeuwigheid!

94.

kind:

Dank U, Heer,

dat we samen aan tafel zitten

en in deze kleine kring

alles met elkaar delen

wat op tafel wordt gezet.

volwassene:

Wij bidden voor mensen

die elke dag alleen aan tafel gaan

en alleen eten,

die verlangen om met anderen

hun brood te delen.

Vandaag denken we aan hen.

95. Gezegend ben jij

96.

God,

U omringt kleinen

en groten met uw zorg.

Leer ons eerbiedig

en dankbaar omgaan

met heel uw schepping

en met alle mensen.

Door Jezus Christus.

Amen.

97.

Goede God,

kom met ons aan tafel,

zegen het eten,

spreek een woord

dat sterkt en troost,

en maak ons hart

en ons huis gastvrij.

Amen.

98.

O Heer,

het eten staat dampend vóór ons op tafel

en het ruikt lekker.

Het water erbij is helder en fris.

Wij zijn gelukkig en tevreden.

Maar nu moeten wij

aan onze zusters en broeders

over de hele wereld denken,

die niets te eten hebben

en maar weinig te drinken.

Geef toch alstublieft uw voedsel

en uw drank aan allen.

Dat is het belangrijkste.

Geef hun wat ze nodig hebben,

iedere dag

om het leven door te komen.

Zoals U in de woestijn het volk Israël

eten en drinken hebt gegeven,

geef het zo ook

onze hongerige en dorstige broeders en zusters,

nu en altijd.

99.

Voor alle goede gaven, Heer,

zij U de dank en eer.

100.

God, die leven hebt gegeven

2

Niet voor schuren,

die niet duren,

gaaft Gij vruchtbaarheid,

maar opdat op aarde,

in uw goede gaarde,

niemand honger lijdt.

3

Maar wij rijken,

ach, wij blijken

hard en onverstoord.

Open onze oren,

Heer, opdat wij horen

’t roepen aan de poort.

4

Wil dan geven,

dat ons leven

zelf ook vruchtbaar zij.

Laat in goede daden

’t woord van uw genade

opgaan, sterk en vrij.

VIII.  Gebeden voor ieder uur

101.

U, Vader van alle krachten,

U, Moeder van alle leven,

U, broeder van alle pelgrims,

U, zuster van allen die geven,

U, zoon van het ruimhartige Licht,

U, dochter van de vredige stilte, –

voor U openen wij ons hart.

U, Woord,

dat alle daden fundeert,

U, Daad,

die alle woorden overstijgt,

U, Duister,

omdat wij dit Licht niet aankunnen,

U, Licht,

omdat wij in duister wonen,

U, Eeuwige,

in wie alle tijd is geborgen,

U, Alomarmende,

waarbinnen zich alles beweegt, –

wees welkom in ons hart!

U, opgaande Zon van het oosten,

U, stralende gloed van het zuiden,

U, verstild licht van het westen,

U, intieme glans van het noorden,

U, vriendelijke zegen van het zenit,

U, dragende kracht van de aarde, –

wees de Kern van ons hart.

102.

Heer,

geef mij niet over

aan mijn menselijke onwetendheid

en kwetsbaarheid,

noch aan mijn eigen tekorten,

noch aan wat ook,

tenzij aan uw liefde

die naar mij uitgaat.

Beschik in uw goedheid over mij,

over mijn gedachten en daden,

naar uw welbehagen.

Zodat uw wil moge geschieden

door mij, in mij, en buiten mij om.

Bevrijd mij van alle kwaad

en leid mij naar het eeuwig leven

door de Heer.

103.

O God, maak ons tot mensen

naar het beeld van uw Zoon:

met ogen die niet alleen kijken,

maar ook kunnen aanzien;

met oren die niet alleen horen,

maar ook kunnen luisteren;

met een mond die niet alleen praat,

maar ook kan spreken;

met een verstand dat niet alleen begrijpt,

maar ook kan verstaan;

met een hart dat niet alleen klopt,

maar ook bewogen kan zijn;

met handen die niet alleen grijpen,

maar zich ook kunnen openen;

met voeten die niet alleen draven,

maar ook tegemoet kunnen komen,

want zo zijn wij gezegend

en elkaar tot zegen.

104.

Almachtige God,

uit genade hebt Gij ons de weg gewezen,

waarop wij niet verkeerd kunnen uitkomen,

als wij U volgen.

Help ons daarom, dat wij U gaarne volgen,

bereid om te gehoorzamen.

Leer ons te handelen naar uw wil

die Gij ons bekend hebt gemaakt.

Laat ons

noch ter rechter noch ter linker zijde afwijken.

Geef ons niet te steunen op iets in onszelf,

maar U alleen te dienen met een stille geest,

totdat wij onze levensloop

in gerechtigheid voleindigd hebben

en geraken tot die zalige rust

die uw Zoon ons door zijn bloed verworven heeft.

105.

God,

Gij geeft ons de vrijmoedigheid

tot U te bidden.

Doe ons bidden naar uw wil,

luister naar ons vragen

en laat ons ervaren

dat Gij onze gebeden verhoort

door Christus, onze Heer.