Lofprijzingen
1.
Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Géest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de èeuwen der eeuwen. Ámen.
2.
Eer aan de Vader door de Zoon in de heilige Géest,
nu en altijd en in de èeuwen der eeuwen. Ámen.
3.
Eer aan de eeuwige God,
onze Vader, onze Moeder,
Geest van wijsheid,
mensenhoeder.
Eer aan God,
nu en altijd. Amen.
4. De Heer zij gezegend, Israëls God,
van eeuwig tot eeuwig. Zo zij het.
5.
De Heer zij geprezen, Israëls God,
die wonderen doet als geen ánder.
Geprezen zijn heilige Naam voor altijd
zijn glòrie vervulle de áarde.
6.
Gezegend zij de Heer voor áltijd.
Àmen, ja ámen.
7.
Gezegend zij Israëls God, de Heer,
in alle eeuwen die komen gáan,
en hèel het volk zegge: Ámen.
8.
De koning der eeuwen, de onvergankelijke,
de onzienlijke, de enige God
zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
9.
Aan God, de zalige en enige Heerser,
de Koning der koningen en de Heer der heren,
die alleen onsterfelijkheid heeft
en een ontoegankelijk licht bewoont,
die geen der mensen gezien heeft of zien kan,
Hem zij eer en eeuwige kracht! Amen.
10.
Hem die op de troon gezeten is, en het Lam
zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht
tot in alle eeuwigheden. Amen.
11.
Gij zijt een goede en barmhartige God
en aan U brengen wij éer,
aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
nu en altijd en in alle èeuwigheid. Ámen.
12.
(De volgende teksten kunnen ook afzonderlijk gezegd worden)
Gij zijt God in de onmetelijke ruimte van het heelal,
in de vergeten uithoeken van mijn hart zijt Gíj God.
Gezègend zijt Gíj.
Gij zijt God van voor de wereld begon,
in het einde van de tijden zijt Gíj God.
Gezègend zijt Gíj.
Gij zijt God in ons liggen en rusten,
in ons opstaan en gaan zijt Gíj God.
Gezègend zijt Gíj.
Gij zijt God wanneer de zee zich bruisend verheft,
als de wind gaat liggen zijt Gíj God.
Gezègend zijt Gíj.
Gij zijt God in de bestendigheid,
in de wispelturigheid van het geschapene zijt Gíj God.
Gezègend zijt Gíj.
Gij zijt God als wij slapen,
in ons woelen en waken zijt Gíj God.
Gezègend zijt Gíj.
Gij zijt God in elk begin en einde,
in hemel en op aarde zijt Gíj God.
Gezègend zijt Gíj.