Leeswijzer
Leeswijzer
Orden
De orden in dit deel van het Dienstboek zijn ten dele bedoeld
voor de ambtelijke eredienst van de gemeente en ten dele voor
gemeenschapsvieringen thuis of in de kerk. Andere hebben hun
plaats in de context van het pastoraat. Daartoe zijn de orden onderverdeeld in diensten van de heilige Schrift (en Maaltijd van
de Heer) tezamen met de in dat kader gevierde diensten, zoals
de bediening van de doop, de viering van de Maaltijd van de
Heer in bijzondere omstandigheden en de bevestiging van
ambtsdragers. Andere dragen meer het karakter van een gebedsdienst, zoals bij de uitvaart of een boeteviering. Weer andere
zijn zegenvieringen, bijvoorbeeld de zegening en zalving van zieken. De orden zelf geven aan welke vorm van eredienst wordt
bedoeld.
Bijbelvertaling
In dit Dienstboek is bij schriftcitaten gebruik gemaakt van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), die door de synode ter beproeving aan de gemeenten is aangeboden. Bij staande liturgische uitdrukkingen is de NBV vooralsnog niet gevolgd. Deze bewoordingen zullen te zijner tijd door de Raad van Kerken in Nederland aan de lidkerken worden voorgesteld.
Voorganger
Afhankelijk van de aard van de viering kan de voorganger een predikant, een kerkelijk werker of een gemeentelid zijn. Telkens is bij de verschillende orden aangegeven wie voorganger(s) kan (kunnen) zijn. Met name bij de zegeningen is het voorganger-
schap niet gebonden aan een geordineerde voorganger. Daarom is in de inleiding bij het hoofdstuk ‘Zegeningen’ een schema te vinden wie in welke situatie geroepen is om voor te gaan.
Aanspreekvormen
Omgangsvormen verschillen sterk van gemeente tot gemeente.
Hoe wendt de voorganger zich tot geloofsleerlingen die de doop
ontvangen of hun doop beamen? Hoe tot partners die elkaar
trouw willen beloven? Hoe tot een proponent die bevestigd wordt
als dienaar des Woords, of tot gemeenteleden die het ambt van
ouderling of diaken op zich nemen? Per gemeente verschilt ook
de wijze waarop men elkaar in de liturgie aanspreekt sterk. Men
handele naar de locale gewoonte en bevind van zaken. In dit
dienstboek is gekozen voor een variabele aanspreekvorm: bij
bevestiging in het ambt ‘u’, bij doop en belijdenis ‘jij/jullie’; bij
liefde en trouw in de orden ‘u’ of ‘jij’, in de keuzeteksten soms
ook ‘gij’, afhankelijk van de stijl van de auteur.
Praktische aanwijzingen
- De aanwijzingen voor het handelen in de orde, degene(n) die spreekt of spreken en de eventuele plaats van handeling zijn
cursief aangegeven.
- De vetgedrukte teksten zijn bedoeld om door allen gezegd of gezongen te worden.
- Sommige liturgische bewoordingen kunnen facultatief worden uitgebreid. Dat wordt in de tekst aangegeven door ronde haken
(…).
- Wanneer een naam genoemd moet worden, staat deze aangegeven als N. Het hangt van de desbetreffende handeling en het
plaatselijk gebruik af of hier de doopnamen, de roepnaam
en/of de familienaam klinkt. Bij de bediening van de doop en
bij de geloften in trouwvieringen zullen altijd de beide familienamen van de partners die hun kind ten doop houden of elkaar hun trouw toezeggen voluit klinken.
- Voor vele bewoordingen worden alternatieven aangeboden. Deze teksten worden inspringend aangegeven, voorafgegaan
door het woord of.
- Is er meer dan één variant van de bewoordingen beschikbaar, dan wordt onder de betreffende teksten naar deze keuzet-
eksten verwezen. De nummers verwijzen naar de rubriek die
achter de orden van het betreffende hoofdstuk is opgenomen.
- In een aantal orden zijn facultatieve rituelen aangegeven. Deze onderdelen worden tussen rechte haken […] aangegeven.
- In een aantal orden wordt bij het aanroepen van de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest een kruisteken + aangegeven. Hier kan de voorganger een kruis tekenen om aan te
geven dat men onder de hoede van Christus wordt gesteld.
- Indien de suggesties voor de schriftlezingen niet in de orde zijn opgenomen, vindt men deze in de rubriek Schriftlezingen na
de keuzeteksten van het betreffende hoofdstuk. Voor de bevestiging van ambtsdragers wordt een volledig leesrooster gebo-
den (schriftlezingen en gebedsteksten).
- In alle orden wordt in de rechterkantlijn verwezen naar lied-
suggesties. Deze besluiten elk hoofdstuk. Uitgangspunten voor
deze liedsuggesties zijn opgenomen in de inleiding over mu-
ziek in de liturgie, die te vinden is bij de algemene inleidingen
van dit dienstboek (blz. 44-45).