2. Gedoopt in de naam van de drie-enige God
Bij zijn hemelvaart heeft onze Heer Jezus Christus zijn apostelen de opdracht gegeven: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en hen te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.’ (Mt. 28:19). Ge-
hoorzaam aan deze opdracht wordt in de kerk de heilige Doop bediend aan kleine en grote mensen.
Wij gedenken het woord van de apostel Johannes: ‘Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook’ (1 Joh. 3:1). Wie gedoopt worden in de naam van de Vader, ontvangen het teken en zegel van het verbond van zijn genade: wij mogen zijn kinderen zijn en heten erfgenamen van de belofte. Dat is ons heil en ons behoud.
Wij danken de Heer, onze God.
Wij gedenken het woord dat tot de apostel Paulus gezegd is: ‘Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept’ (Hnd. 22:16). Wie gedoopt worden in de naam van de Zoon, ontvangen het teken en zegel van de afwassing van al hun zonden door het bloed van Jezus Christus: in de gemeenschap van zijn dood en opstanding zijn wij rechtvaardig voor God. Dat is ons heil en ons behoud.
Wij danken de Heer, onze God.
Wij gedenken het woord dat de apostel Petrus op de pinksterdag gesproken heeft: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden’ (Hnd. 2:38-39a). Wie gedoopt worden in de naam van de heilige Geest, ontvangen de belofte dat de heilige Geest in hen wil wonen: met ontzag voor de HEER zal Hij ons vervullen, zodat wij ons niet van Hem afkeren (Jr. 32,40).
Dat is ons heil en ons behoud.
Wij danken de Heer, onze God.