5. Een overvloed van heil
O God, Gij heilige, eeuwige,
die Heer van alle machten zijt! –
de grote vloed over de wereld,
dat is wat wij vrezen
als een rechtvaardig oordeel;
maar Gij zijt de God van Noach
en van het behoud voor alle schepselen…
De grote afgodische macht, de vijand van uw kinderen,
hebt Gij doen òndergaan
in de Rode Zee der bevrijding,
maar Israël, uw volk,
hebt Gij door alle diepte heengeleid…
Gij hebt door de doopgang van uw Zoon,
die onze Heer is,
ook de doods-Jordaan geheiligd,
en alle water dat ons overstelpt,
reinigt Gij tot een overvloed van heil;
zo bidden wij dan:
Heer, ontferm U!
Ontferm U, Heer, over N, –
uw liefde is onpeilbaar
en uw ontferming grondeloos;
wij bidden U
dat Gij hen wilt aanzien in genade
en door uw heilige, scheppende Geest
inlijven bij uw Zoon,
de Mens van Pasen.
Laat hen en heel uw gemeente
met de Messias mee
begraven zijn
in de doodsdiepte van zijn Pascha;
laat hen en heel uw gemeente
met de Messias mee
tot een nieuw leven opstaan;
laat hen en heel uw gemeente
het messiaanse kenmerk dragen,
veldteken van uw Koninkrijk,
en laat hen leven
al hun dagen
onze Voorganger achterna,
met waar geloof
en goede hoop
en met vurige liefde;
ja, laat hen en ons allen eens
om uwentwil getroost
en zonder schrik
dit leven verlaten, om in te gaan
en te verschijnen voor
de Messias op zijn rechterstoel
ten laatsten dage.
Zo bidden wij door Hem,
Jezus de Heer,
die met U, Vader,
en de heilige Geest,
onze enige God,
leeft en regeert in eeuwigheid.
Amen.