Toelichting bij Huiszegen
Voorganger(s)
Waar het dagelijks leven wordt ervaren als verbonden met de samenkomst en de eredienst van de gemeente, ligt het voor de hand ook bij de zegening van een nieuwe bewoning ambtsdragers aanwezig te laten zijn. Zij kunnen, daartoe aangewezen door de gemeenschap, voorgaan bij de orde. Ook huisgenoten (klein en groot) kunnen onderdelen voor hun rekening nemen.
Plaats
De begroeting en de openingsritus geschieden, als het enigszins kan, buiten. De aanwezigen verzamelen zich bij de voordeur of een andere geschikte plaats. Een van de bewoners kan de begroeting voor haar of zijn rekening nemen. Daarna zal de voorganger vervolgen met de opening.
Inleidend woord
De voorganger zal kort stil staan bij de betekenis van dit moment voor de nieuwe bewoners en andere aanwezigen. Hij zal met behulp van een Schriftwoord wijzen op Christus, die ons huis met zijn aanwezigheid wil vullen. Eventueel kan hier aandacht geschonken worden aan het afscheid van de oude bewoning. Een gebedstekst daarvoor is te vinden onder Keuzeteksten.
Attributen
In de centrale ruimte kan een (doop)kaars staan, die tijdens de viering na binnenkomst ontstoken wordt. Deze kan ook meegenomen worden wanneer er een rondgang door het huis wordt gemaakt. Er kan een tafel gedekt zijn met wit kleed, kaars(en), bijbel, kruisteken, broodschaal.
Rondgang
Na de eventuele overweging kan men een lied zingen. Bij de rondgang door het huis kan een loflied of acclamatie gezongen worden. In de afzonderlijke vertrekken wordt gebeden en/of uit de Schrift gelezen. Het enkelvoud van de gebeden zal aan de situatie worden aangepast. In kinderkamers kunnen kinderen met de aanwezigen hun eigen lievelingslied zingen.
Zegen
Mogelijk kunnen de bewoners tijdens de eigenlijke huiszegen de handen opgelegd krijgen of elkaar de handen opleggen. Na de zegen kan een christelijk symbool overhandigd en aangebracht worden. Te denken valt aan een kruisteken/icoon bij de voordeur, in de hal of (woon)kamer(s).