Orde voor de bediening van het heilig Avondmaal II (met gebruikmaking van het avondmaalsformulier van Calvijn)
Na de prediking wordt de dienst vervolgd met
DANKZEGGING EN VOORBEDE
GELOOFSBELIJDENIS
Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, ten derden dage wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders, van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest, ik geloof een heilige, algemene christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen, vergeving der zonden, wederopstanding des vleses en een eeuwig leven. Amen.
INZAMELING VAN DE GAVEN
INZETTINGSWOORDEN
Laat ons horen hoe onze Heer Jezus Christus het heilig Avondmaal heeft ingezet, zoals Paulus weergeeft in 1 Kor. 11:23-29:
Zelf heb ik bij overlevering van de Heer ontvangen,
wat ik u weer overgegeven heb,
dat de Heer Jezus in de nacht,
waarin Hij werd overgeleverd,
een brood nam, de dankzegging uitsprak,
het brak en zeide:
Dit is mijn lichaam voor u,
doet dit tot mijn gedachtenis.
Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was,
en Hij zeide:
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
tot mijn gedachtenis.
Want zo dikwijls gij dit brood eet
en de beker drinkt,
verkondigt gij de dood des Heren,
totdat Hij komt.
Wie dus op onwaardige wijze het brood eet
of de beker des Heren drinkt,
zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren.
Maar ieder beproeve zichzelf
en ete dan van het brood en drinke uit de beker.
Want wie eet en drinkt,
eet en drinkt tot zijn eigen oordeel,
als hij het lichaam niet onderscheidt.
TERUGWIJZING DER ONBOETVAARDIGEN
Naar het bevel van Christus en de apostel Paulus
vermanen wij dan allen
die zich met de volgende ergerlijke zonden besmet weten,
zich van de tafel des Heren te onthouden,
en wij verkondigen hun
dat zij geen deel in het Rijk van Christus hebben:
alle afgodendienaars,
allen die zich een beeld van God maken,
allen die het Woord van God en Zijn heilige sacramenten verachten,
allen die de Naam van God lasteren en misbruiken,
allen die tweedracht zaaien in de kerk en in ons volk,
die weigeren gezag te aanvaarden in kerk en samenleving,
allen die in haat en nijd tegen hun naaste leven
of lichtvaardig hun woord breken,
die het leven, van God geschonken, verachten,
die het huwelijk moedwillig in gevaar brengen,
van zichzelf of van anderen,
allen die zich aan verslaving overgeven,
die in de ban zijn van geld en bezit,
allen die van het genot hun god maken.
Deze allen, zolang zij zich niet bekeren
en in hun zonde blijven,
zullen zich onthouden van deze spijze
(welke Christus alleen voor zijn gelovigen verordend heeft),
opdat hun gericht en verdoemenis
niet des te zwaarder worden.
ZELFONDERZOEK EN GENADEVERKONDIGING
Laten wij dan allen doen waartoe Paulus ons aanspoort:
ons geweten onderzoeken en nagaan,
of wij echt berouw hebben over onze fouten
en onze zonden betreuren,
of wij waarlijk verlangen
om voortaan heilig en naar Gods wil te leven,
en bovenal:
of wij vertrouwen op de barmhartigheid Gods
en het heil alleen zoeken in Jezus Christus
en of wij bereid zijn
af te zien van alle vijandschap en wrok
en de wil en de moed hebben
om in eendracht en liefde
te leven met onze naasten.
Als wij daar van harte
en voor Gods aangezicht van overtuigd zijn,
dan hoeven wij er geenszins aan te twijfelen,
dat Hij ons als zijn kinderen aanziet
en dat onze Heer Jezus Christus zijn woord tot ons richt
om ons naar zijn Tafel te brengen
en ons dit heilig sacrament te reiken,
zoals Hij het ook deelde met zijn discipelen.
En hoeveel zwakte en ellende wij ook in ons hart bespeuren,
zoals een onvolmaakt geloof, ja ongeloof en wantrouwen
en een gebrek aan toewijding aan de dienst van God,
zodat wij van dag tot dag te strijden hebben
tegen wat ons naar het verkeerde drijft,
toch mogen wij er allen zeker van zijn
dat onze gebreken en onvolkomenheden
Hem niet zullen verhinderen ons te ontvangen
en ons waardig te maken
deel te hebben aan deze geestelijke Tafel,
want onze Heer heeft ons in zijn genade
het Evangelie in ons hart ingeprent.
Dat doet ons weerstand bieden aan alle ongeloof,
afzien van onze eigen verlangens
en zijn gerechtigheid en geboden volgen.
ONDERWIJZING
Wij komen immers niet naar de Tafel
om onze eigen volmaaktheid en gerechtigheid te betuigen,
integendeel: door ons leven te zoeken in Jezus Christus
erkennen wij dat wij in de dood zijn.
Zie dan in
dat dit Sacrament een medicijn is voor arme zieken
en dat de waardigheid die de Heer van ons vraagt
niets anders is dan onszelf te kennen,
onze tekortkomingen de rug toe te keren
en onze blijdschap, vreugde en innerlijke vrede
alleen te vinden in Hem.
Laten wij dan boven alles geloven in de beloften van Hem,
door Hem met eigen mond gesproken, –
Jezus Christus die de onfeilbare waarheid is.
Dan weten wij
dat Hij ons werkelijk deel wil geven
aan zijn lichaam en bloed,
ons zo eigen, dat Hij in ons leeft en wij in Hem.
En ook al zien wij slechts brood en wijn,
wij twijfelen er niet aan dat Hij innerlijk in ons volbrengt
wat Hij ons uiterlijk door deze zichtbare tekenen toont:
hemels brood dat ons verzadigt,
voedsel ten eeuwigen leven.
Het past ons dan ook niet om ondankbaar te zijn
jegens de oneindige goedheid van onze Heiland,
die ons aan zijn Tafel
al zijn rijkdom en goederen toont en uitdeelt.
Door zich zo aan ons te geven
betuigt Hij dat al wat Hij heeft het onze is.
Want wij ontvangen dit sacrament als een rechtvaardig loon,
ons toegerekend uit de kracht van zijn lijden en dood,
als hadden wij dit in eigen persoon doorleden.
Daar waar Jezus Christus zelf
ons zo liefelijk roept door zijn Woord,
kunnen wij toch niet zo verdorven zijn
om terug te schrikken,
maar zullen wij deze kostbare gave die Hij ons schenkt
naar waarde schatten
en ons met vurige ijver aan Hem geven
die zelf ons in staat stelt Hem te ontvangen.
NODIGING
Laten wij daartoe dan onze geest en ons hart verheffen
tot waar Jezus Christus is
in de heerlijkheid van zijn Vader,
vanwaar wij Hem verwachten tot onze verlossing.
Daarom moeten wij ook niet blijven hangen
aan deze aardse en vergankelijke elementen
die wij voor ogen hebben en met de hand aanraken
als zouden wij Hem daar moeten zoeken,
besloten in brood en wijn.
Onze harten zullen alleen dan gereed zijn
om gevoed en levend gemaakt te worden door zijn wezen,
wanneer zij zich zo verheffen boven alle aardse dingen uit,
dat ze tot de hemel reiken
en het Koninkrijk van God binnengaan,
waar Hij woont.
Zo stellen wij ons dan tevreden met brood en wijn
als tekenen en getuigenissen
en zoeken geestelijk de waarheid
daar waar Gods Woord belooft dat wij haar zullen vinden.
GEBED DES HEREN
Onze Vader ...
Amen.
GEMEENSCHAP VAN BROOD EN WIJN
Komt nu, want alle dingen zijn gereed.
De voorganger neemt het brood, breekt en deelt het rond en zegt:
Het brood, dat wij breken,
is de gemeenschap met het lichaam van Christus.
[Neemt, eet, gedenkt en gelooft,
dat het lichaam van onze Heer Jezus Christus
gegeven is tot een volkomen verzoening
van al onze zonden.]
De voorganger heft de beker op, geeft deze en zegt:
De drinkbeker der dankzegging,
waarover wij de dankzegging uitspreken,
is de gemeenschap met het bloed van Christus.
[Neemt, drinkt allen daaruit,
gedenkt en gelooft,
dat het kostbaar bloed van onze Heer Jezus Christus
vergoten is tot een volkomen verzoening
van al onze zonden.]
Gedurende de gemeenschap van brood en wijn kunnen liederen gezongen worden; ook kan er worden gemusiceerd.
GEBED NA DE MAALTIJD
Hemelse Vader, wij prijzen en danken U,
dat Gij een zo groot goed hebt geschonken
aan ons arme zondaars
en dat Gij ons deel hebt gegeven
aan de gemeenschap met uw Zoon
Jezus Christus, onze Heer,
die Gij voor ons hebt overgeleverd in de dood
en die Gij ons schenkt tot voedsel voor het eeuwige leven.
Nu Gij ons dan met dit goed begiftigt,
sta ons niet toe dit alles ooit te vergeten,
maar het in onze harten ingeprent te houden
en zo te groeien en te vermeerderen
in een geloof dat zich uit in goede werken.
Maak dat wij ons gehele leven zodoende richten
op de verhoging van uw glorie
en de dienst aan onze naaste,
door Jezus Christus, uw Zoon,
die in de eenheid van de heilige Geest
met U leeft en regeert in eeuwigheid.
Amen.
LIED
ZEGEN
Gaat heen in vrede en ontvangt de zegen des Heren:
De genade van de Here Jezus Christus
en de liefde van God
en de gemeenschap van de Heilige Geest
zij met u allen.
Amen.