Goede Vrijdag
rood of paars
De avondmaalstafel is leeg.
De dienst begint in stilte.
Gebed (zonder: Laat ons bidden)
Almachtige en barmhartige Vader,
eeuwige God,
door het lijden van uw Zoon,
Jezus Christus, onze Heer,
hebt Gij de macht van de dood,
die op ons allen weegt, overwonnen.
Geef, zo bidden wij U,
dat wij zijn leven en sterven zo dankbaar gedenken,
dat onze zonden worden vergeven
en wij door zijn opstanding mogen ingaan
in het leven van de toekomende eeuw.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U in de eenheid van de heilige Geest
leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
of:
Gedenk, o God van genade,
al uw daden van ontferming
en strek uw zegenende armen uit
over ons en over al die mensen
voor wie uw eigen Zoon
de pijnen heeft doorstaan,
verwerping, vernedering, verlatenheid,
tot in de diepste diepten.
Door Hem, Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer,
die met U in de eenheid van de heilige Geest
leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
of:
Verborgen God,
een mens in dodelijke verlatenheid,
een Man van smarten
stelt Gij ons tot levensteken.
Wij bidden U omwille van zijn lijden:
sterk ons in het geloof
dat Gij ons niet alleen laat,
dat wij ons kunnen verlaten op U
bij alles wat ons overkomt,
vandaag en tot het einde van onze dagen.
Amen.
DE SCHRIFT
EVANGELISCH-LUTHERS DIENSTBOEK
Profeten
[Thora
Exodus 12:21-33]
Graduale
Ps. 140
Evangelie
Johannes 18 - 19
Lied van de dag Gez. 178: ‘
Jezus, om uw lijden groot’
GEMEENSCHAPPELIJK LEESROOSTER
Jaar A-B-C
Thora
Exodus 12:[1] 21-28
Profeten
of, als dat op Palm- en Passiezondag niet gelezen is:
Jesaja 52:13 - 53:12
Antwoordpsalm
Psalm 22
Brieven
Evangelie
Johannes 18:1 - 19:42
Het evangelie kan door drie stemmen gelezen worden (evangelist, Christus, overigen). De lezing kan worden afgewisseld met liederen. Ook kan de lezing geheel worden gezongen door cantorij en gemeente.
VOORBEDE
De voorbede wordt als volgt gezegd:
Een diaken of een gemeentelid brengt telkens een gebedsintentie onder woorden. Daarop volgt een korte gebedsstilte.
De voorganger vat steeds de gedachten en stille gebeden samen in een gebed dat eindigt met:
Door Christus onze Heer.
Amen.
l.: diaken of lector, g.: gemeente, v.: voorganger
l. Broeders en zusters,
laten wij in vrede bidden.
I. VOOR DE KERK
l. Laten wij bidden voor de kerk,
het lichaam van Christus,
verspreid over heel de wereld:
om volharding in het geloof,
om vrede en eendracht.
Laat ons de Heer bidden:
... gebedsstilte ...
v. God, onze Vader,
in Jezus Christus hebt Gij uw menslievendheid
geopenbaard voor alle volkeren.
Laat uw kerk een plaats van vrede zijn,
een thuis voor velen.
Laat zo uw kerk overal op aarde
met standvastig geloof volharden
in de belijdenis van uw Naam.
Door Jezus Christus, onze Heer.
g. Amen.
II. VOOR AMBTSDRAGERS EN ALLE GELOVIGEN
l. Laten wij bidden voor wie
het Woord van God bedienen
en voor heel de gemeenschap der gelovigen.
Laat ons de Heer bidden:
... gebedsstilte ...
v. Goede God,
door uw Geest leidt Gij allen
die tot uw kerk behoren.
Wees nabij wie U
met hart en ziel dienen;
dat zij de verwachting van uw Rijk
levend houden.
Door Jezus Christus, onze Heer.
g. Amen.
III. VOOR DE GELOOFSLEERLINGEN
l. Laten wij bidden voor de geloofsleerlingen
(die zich voorbereiden op de doop)
en voor de jeugdige leden van de kerk.
Laat ons de Heer bidden:
... gebedsstilte ...
v. God, die van geslacht tot geslacht
de kinderen der mensen roept
tot de belijdenis van uw Naam,
vermeerder in de geloofsleerlingen
en in wie opgroeien
hartelijk geloof en inzicht in uw geheimenissen,
opdat zij trouwe leden worden
van de gemeente van Jezus Christus, onze Heer.
g. Amen.
IV. VOOR DE EENHEID VAN ALLE CHRISTENEN
l. Laten wij bidden voor de eenheid van allen
die de naam van Christus dragen.
Laat ons de Heer bidden:
... gebedsstilte ...
v. God, goede Herder,
wie verdeeld zijn brengt Gij weer samen,
wie samen zijn bewaart Gij in uw vrede.
Zie genadig neer op de kudde van uw Zoon,
herstel de gemeenschap tussen allen
die naar zijn naam genoemd zijn
en verbind hen door één band van liefde
in Jezus Christus, onze Heer.
g. Amen.
V. VOOR ISRAËL
l. Laten wij bidden voor Israël,
door de Heer geroepen
als eersteling temidden van de volkeren.
Laat ons de Heer bidden:
... gebedsstilte ...
v. Betrouwbare God,
Gij hebt uw beloften toevertrouwd
aan Abraham en zijn nageslacht,
opdat het een zegen zal zijn
voor alle volkeren.
Bewaar uw volk bij dat verbond
en verhaast de dag van de Messias,
opdat het land van belofte
een land van vreugde zal zijn
voor al uw mensenkinderen.
Door Jezus Christus, onze Heer.
g. Amen.
VI. VOOR ALLEN DIE NIET IN GOD GELOVEN
l. Laten wij bidden voor allen die de HEER zoeken
en voor wie Hem niet zoeken,
voor wie God aanroepen zonder Hem te kennen.
Laat ons de Heer bidden:
... gebedsstilte ...
v. O God van alle mensen,
onrustig is ons hart in ons.
Overal zoeken wij U,
bron van ons leven,
zin van ons bestaan.
Geef U aan ons te kennen, bidden wij,
opdat wij rust vinden in uw liefde
die aan geen mens voorbij ziet,
die aan geen hart voorbij gaat.
Door Jezus Christus, onze Heer.
g. Amen.
VII. VOOR GEZAGSDRAGERS
l. Laten wij bidden voor wie met macht zijn bekleed
en wie de volkeren der aarde regeren.
Laat ons de Heer bidden:
... gebedsstilte ...
v. O God, Gij boven alle machten uit,
verlicht met uw wijsheid
allen die in onze wereld verantwoordelijkheid dragen.
Sta hen bij,
opdat zij uw schepping zullen dienen
en geef vrede in onze dagen,
opdat de wereld een woonplaats wordt
van vrijheid en veiligheid,
voor ieder een land van melk en honing.
Door Jezus Christus, onze Heer.
g. Amen.
VIII. VOOR WIE IN NOOD ZIJN
l. Laten wij bidden voor wie in nood verkeren,
voor wie zwak zijn en voor wie zijn gevallen,
voor de bedroefden, de zieken en de stervenden,
voor wie eenzaam zijn of verstoten,
voor wie verzwakt zijn door honger,
voor wie worden onderdrukt,
voor vluchtelingen en voor wie gevangen zijn.
Laat ons de Heer bidden:
... gebedsstilte ...
v. Barmhartige God,
die de bedroefden troost en de zwakken steunt,
die de verdrukte recht doet
en brood geeft aan wie honger heeft,
die een thuis biedt aan ontheemden
en een toevlucht zijt voor verlatenen, –
geef gehoor aan wie in hun nood tot U roepen,
opdat zij zich verheugen over uw barmhartigheid
die mensen verlost
uit de greep van de harde, bittere dood.
Door Jezus Christus, onze Heer.
g. Amen.
IX. VOOR DE GEMEENTE
l. Laten wij onze gebeden voleindigen
en bidden voor elkaar,
voor elk die hier aanwezig is
en voor wie hier ontbreken;
voor allen die ons dierbaar zijn
en voor heel de gemeente.
Laat ons de Heer bidden:
... gebedsstilte ...
v. O God,
uw barmhartigheid kent geen grenzen,
uw goedheid is een schat zonder einde.
Leid verder wie Gij bij de hand hebt genomen,
weid uw kudde door uw Zoon,
het Paaslam dat voor ons geslacht is,
Hij, die ons door de dood
naar het leven heeft overgebracht:
onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U in de eenheid van de heilige Geest
leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.
g. Amen.
KRUISMEDITATIE
’t En zijn de Joden niet, Heer Jezus, die u kruisten,
Noch die verraderlijk u togen voor 't gericht,
Noch die versmadelijk u spogen in 't gezicht,
Noch die u knevelden en stieten u vol puisten.
’t En zijn de krijgslui niet, die met haar felle vuisten
Den rietstok hebben of den hamer opgelicht,
Of het vervloekte hout op Golgotha gesticht,
Of over uwen rok t’saam dobbelden en tuisten.
Ik ben ’t, o Heer, ik ben ’t die u dit heb gedaan,
Ik ben den zwaren boom, die u had overlaân,
Ik ben de taaie streng, daarmee gij ginkt gebonden,
De nagel en de speer, de gesel die u sloeg,
De bloedbedropen kroon, die uwen schedel droeg.
Want dit is al geschied, eilaas! om mijne zonden.
(Revius)
Men kan een kruis neerzetten op een voor ieder duidelijk zichtbare plaats.
De voorganger of cantor zingt:
Aanschouwt dit kostbaar kruis
waaraan de Redder heeft gehangen.
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden.
of:
‘O kostbaar kruis, o wonder Gods’ (Gez. 192)
Tijdens het zingen van het BEKLAG GODS kan de gemeente naar voren komen en een kruishulde brengen (Liturgische Gezangen 131-132).
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Want Ik heb u uitgeleid uit het land van Egypte,
maar gij hebt een kruis bereid aan uw Redder.
Hagios ho Theos, Sanctus Deus, Heilige God,
Hagios Ischyros, Sanctus Fortis, Heilige Sterke,
Hagios Athanatos, eleison himas,
Sanctus Immortalis, miserere nobis,
Heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons.
of:
Heilige God,
heilige Sterke,
heilige Onsterfelijke,
ontferm U over ons.
Want Ik heb u uitgeleid door de woestijn
gedurende veertig jaren,
en u met manna gespijzigd,
en Ik heb u ingeleid in het goede land,
dat overvloeit, –
maar gij hebt een kruis bereid aan uw Redder.
Hagios...
Wat had Ik nog meer moeten doen,
en heb Ik niet gedaan?
Heb Ik u niet geplant
als een uitgelezen wijngaard vol pracht? –
Maar wat zijt gij Mij tot bitterheid geworden;
met edik hebt gij mijn dorst gelaafd,
en met een lans hebt gij
de zijde van uw Redder doorstoken!
Hagios...
Om uwentwille heb Ik Egypte
met de gesel geslagen in zijn eerstgeborenen; –
nu hebt gij Mij gegeseld.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Ik heb u uit Egypte uitgeleid
en de farao in de Rode Zee verdronken; –
en gij hebt Mij overgeleverd aan de hogepriesters.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Ik heb voor u de zee geopend; –
en gij hebt met een lans mijn zijde geopend.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Ik ben voor u uitgegaan in een wolkkolom; –
en gij hebt Mij geleid naar het rechthuis van Pilatus.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Ik heb uw mond gevuld met manna in de woestijn; –
en gij hebt Mij beladen met kaakslagen en kastijdingen.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Ik heb u gelaafd met helder water uit de rots; –
en gij hebt Mij te drinken gegeven gal en azijn!
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Ik heb om uwentwille
de vorsten van Kanaän met de roede geslagen; –
en gij hebt mijn hoofd geslagen met een rietstok.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Ik heb u een koninklijke scepter gegeven; –
en gij hebt mijn hoofd met doornen gekroond.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Ik heb u met grote kracht
uitgeheven boven de volkeren; –
en gij hebt Mij gebonden aan het hout van het kruis.
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan?
Of waarin heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij!
Tijdens de kruishulde kunnen ook andere hymnen gezongen worden, bijvoorbeeld:
‘Zing, mijn tong, bezing het teken’ (Gez. 186)
‘Des konings vaandels gaan vooraan’ (Gez. 185)
‘O wereld, zie uw leven’ (Gez. 193)
‘Neem ter harte ’t kruis des Heren’ (Zingend Geloven 1&2/46)
De kruismeditatie wordt besloten met een hymne, bijvoorbeeld
‘Nu valt de nacht’ (Gez. 195)
SLOTGEBED en/of ONZE VADER
Laat ons bidden
... gebedsstilte ...
Heilige Onsterfelijke,
hier staan wij voor U
met niets in onze handen,
mensen in een wereld
waar haat en tweedracht,
onrecht en menselijk verdriet is;
bevrijd ons ervan
door de kracht van de liefde,
die sterker is dan de dood.
Omwille van Hem die een mens van liefde was
en om ons allen een Man van smarten werd:
Jezus uw Zoon, ons levenslicht,
dit uur en in eeuwigheid.
Amen.
De dienst eindigt in stilte.