Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

Paaswake

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk
wit

Eerste vorm

HET LICHT

Op een geschikte plaats – buiten het kerkgebouw of anders bij de ingang daarvan – is het paasvuur in gereedheid gebracht. Zo mogelijk verzamelt de gemeente zich rondom het vuur. Iemand ontsteekt het vuur, tenzij het al brandt. De voorganger zegt:

Eeuwige God, Schepper van hemel en aarde,

Gij hebt het licht dat door U is geschapen

bestemd om vooruit te wijzen naar U,

naar uw lichtende waarheid,

naar uw liefde en uw goedheid.

Gij hebt tot de duisternis gesproken

en er was licht.

In de vuurzuil zijt Gij uw volk voorgegaan

door duisternis en woestijn.

Wij loven U omwille van het vuur

van uw nabijheid.

Amen.

Indien er geen paasvuur wordt ontstoken, verzamelt de gemeente zich op de gebruikelijke wijze in het kerkgebouw. Ook dan verzamelen zich de voorgangers met de paaskaars bij de ingang van het kerkgebouw. De kerk is niet of schaars verlicht.

De voorganger houdt de paaskaars vast en zegt:

Christus, gisteren en heden,

Begin en Einde – Alfa en Omega,

Hem behoren tijd en eeuwigheid,

heerlijkheid en heerschappij,

in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Wanneer de paaskaars ontstoken is, zegt de voorganger:

Het licht van Christus

die in heerlijkheid verrezen is,

moge de duisternis

uit ons leven verdrijven.

De nacht is voorbijgegaan,

de dag is aangebroken:

de zon der gerechtigheid

gaat over ons op.

Amen.

DE INTOCHT VAN HET LICHT

Nu volgt de intocht met het licht. Indien de gemeente buiten of bij de ingang van de kerk verzameld is, trekt zij achter de paaskaars en de voorgangers aan de kerk binnen. Allen ontsteken hun kaarsen aan de paaskaars of geven het licht aan elkaar door, nadat bij de ingang de diaken of de cantor heeft gezongen:

Licht van Christus

In het midden van de kerk wordt voor de tweede maal, op een iets hogere toon, gezongen:

Licht van Christus.  Heer, wij danken U.

Wanneer de voorgangers voor in de kerk zijn gekomen, wordt voor de derde maal, weer op een iets hogere toon, gezongen:

Licht van Christus.  Heer, wij danken U.

Als de kaarsen niet al bij de ingang zijn ontstoken, steken nu allen hun kaarsen aan het licht van de paaskaars aan. De lichten in de kerk worden ontstoken.

DE LOF VAN HET LICHT

De paaskaars wordt op de kandelaar geplaatst. Allen blijven staan als de diaken of de cantor en de gemeente in beurtzang de paasjubelzang zingen.

Laat juichen heel het hemelkoor van eng’len

laat juichen om die grote Koning,

juichen om de Overwinning!

Laat de trompetten klinken in het rond!

Vol vreugde zij ook de aarde,

omstraald door zulk een heerlijkheid!

De glorie van de eeuwige Koning!

Heel de aarde zij vol vreugde,

daar alle duister thans verdreven is.

Vol luister straalt de kerk van God op aarde,

en juichend klinken paasgezangen.

Laat ook onze eigen tempel

luide weerklinken van ons jubellied.

Laat juichen heel het koor van Gods gemeente,

laat juichen om zo’n grote Koning,

juichen om de Overwinning!

Laat de trompetten klinken in het rond!

Verheft uw hart.

Wij zijn met ons hart bij de Heer.

Brengen wij dank aan de Heer, onze God.

Hij is onze dankbaarheid waardig.

Ja, Gij zijt onze dankbaarheid waardig,

Vader en Heer van al wat bestaat.

Met hart en ziel zingen wij uw lof

om Jezus Christus, uw Zoon,

wiens bloed ons vrijheid en vergeving heeft gebracht.

Hij is het Paaslam, dat tot redding van Gods volk

in deze nacht voor ons geofferd is.

In deze nacht trok Israël uit Egypte

en ging droogvoets door de Rode Zee.

In deze nacht wees een stralend licht de weg,

het licht dat alle duisternis verdrijft.

In deze nacht heeft Jezus Christus

de ketenen van de dood verbroken

en is Hij als overwinnaar uit de doden opgestaan.

Hoe goed zijt Gij, Heer God,

hoezeer hebt Gij ons liefgehad.

Gij hebt uw Zoon gegeven voor onze bevrijding,

zijn dood heeft onze schuldigheid doorkruist,

ons lot heeft Hij ten goede gekeerd.

Dit is de heilige nacht,

waarin duisternis wijkt en zonde wordt vergeven,

vreugde komt voor droefheid,

een gelukkige nacht,

waarin God en mensen elkander vinden.

Heilige Vader, aanvaard in deze glorierijke paasnacht

het loflied dat de kerk U toezingt

nu zij haar licht heeft ontstoken.

Laat dit licht onverminderd schijnen,

morgen en alle dagen

in alles wat wij doen,

in heel ons leven.

Laat het zijn als de verrezen Christus,

de morgenster, die, eens verrezen,

nu nimmermeer zal ondergaan.

Wij bidden U, Heer, die ons geschapen heeft,

geef vrede in onze dagen,

laat de vreugde van dit paasfeest

voor ons een blijvende vreugde zijn

door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer.

Laat juichen heel het koor van Gods gemeente,

laat juichen om die grote Koning,

juichen om de Overwinning!

Laat de trompetten klinken in het rond!

Allen gaan zitten.

DE LEZINGEN (jaar A, B, C)

Nu volgen de lezingen, waarin tot uitdrukking komt hoe God in verleden en heden zijn volk steeds weer bevrijdt uit de macht van nood en dood.

Voor deze wake, die door Augustinus de ‘moeder van alle nachtwaken’ is genoemd, zijn zeven lezingen voorgesteld, waarvan er tenminste vier zullen worden gehouden. De eerste en de derde lezing gaan over de schepping en de uittocht. Zij zullen in geen geval ontbreken.

Elke schriftlezing wordt beantwoord met een psalm of canticum. Daarna volgt steeds een gebed.

EERSTE SCHRIFTLEZING: Genesis 1:1 - 2:3

Psalm 33:6-9 (berijmd Ps. 33: 2)

Laat ons bidden.

... gebedsstilte ...

HEER God, wonderbaarlijk hebt Gij alles geschapen 

en wonderbaarlijker nog de mens verlost.

Schenk ons dan, bidden wij, een waakzaam oog

om uit te zien naar uw nieuwe schepping,

zodat wij delen in de eeuwige vreugde.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

TWEEDE SCHRIFTLEZING:  Genesis 22:1-18

Psalm 16:5-11 (berijmd Ps. 16: 1,2,3,4)

Laat ons bidden.

... gebedsstilte ...

God, die uw verbond bewaart

van geslacht tot geslacht,

uw uitverkoren dienaar Abraham

gehoorzaamde vol vertrouwen aan uw roepstem

en verheugde zich in uw belofte

dat in hem alle geslachten der aarde gezegend zouden zijn.

Doe ons delen in dat vertrouwen,

opdat ook in ons uw beloften worden vervuld.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

DERDE SCHRIFTLEZING:  Exodus 14:15 - 15:1a

Exodus 15:1b-3 [21] (Gez. 6:1: ‘Ik zing voor de Heer en ik prijs zijn gezag’)

Laat ons bidden.

... gebedsstilte ...

God, onze Verlosser,

Gij hebt het roepen van uw volk gehoord

en uw dienaar Mozes gezonden

om het weg te roepen uit de slavernij.

Bevrijd ook ons van de tirannie van zonde en dood

en breng ons onder geleide van uw Geest

naar het land dat Gij ons hebt beloofd.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

VIERDE SCHRIFTLEZING:  Jesaja 54:4-14

Psalm 30:2-6 (berijmd Ps. 30: 1,2)

Laat ons bidden.

... gebedsstilte ...

Barmhartige God,

vermeerder tot eer van uw Naam

wat Gij aan onze vaderen hebt beloofd

omwille van hun geloof.

Maak de kinderen van de belofte talrijk

door de genade van het kindschap,

zodat de gemeente van uw Zoon in vervulling ziet gaan

wat de profeten vanouds

zonder te twijfelen hebben geloofd.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

VIJFDE SCHRIFTLEZING: Jesaja 55:1-11

Jesaja 12:1-6 of een psalm

Laat ons bidden.

... gebedsstilte ...

Machtige God,

door de kracht van uw Woord

hebt Gij alle dingen geschapen

en door uw Geest vernieuwt Gij de aarde.

Geef nu het water dat leven doet

aan allen die dorsten naar U,

dat zij overvloedige vruchten

mogen voortbrengen in uw koninkrijk.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

ZESDE SCHRIFTLEZING:  Ezechiël 36:24-28

Psalm 51:9-15 (berijmd Ps. 51: 4,5)

Laat ons bidden.

... gebedsstilte ...

Eeuwige God,

onuitputtelijke bron van kracht en licht,

wij bidden U:

laat heel de wereld ervaren

hoe Gij opricht wat geknakt is,

hernieuwt wat doods is en verdord

en alles herstelt

door uw trouw en genade.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

ZEVENDE SCHRIFTLEZING:  Sefanja 3:12-20

Psalm 126

Het gebed waarmee de dienst van de lezingen wordt afgesloten, is steeds:

Laat ons bidden.

... gebedsstilte ...

Trouwe God,

Gij wilt door al wat wet en profeten verkondigen

ons bemoedigen en versterken.

Geef, bidden wij,

dat wij door de volharding en de vertroosting

die de Schrift ons schenkt,

op uw belofte blijven hopen en vertrouwen.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

Het Evangelisch-Luthers Dienstboek geeft de volgende twaalf lezingen naar oud-christelijk gebruik:

Genesis 1:1-2:3

Genesis 5-8

Genesis 22:1-19

Exodus 12:1-11

Exodus 14:24 - 15:1

Jesaja 54:17 - 55:11

Baruch 3:9-38 (- 4:4)

Ezechiël 37:1-14

Jesaja 4:1-6

Jona 3:1-10

Deuteronomium 31:22-30

Daniël 3:1-24

DOOP EN DOOPGEDACHTENIS

Tijdens het zingen van Psalm 42 verzamelt de gemeente zich rond de doopvont. (Is dat niet mogelijk, dan staan allen.)

Psalm 42:2-6 (berijmd Ps. 42:1,2,3)

Broeders en zusters,

de apostel Paulus schrijft:

‘Weet gij niet dat wij allen

die in Christus gedoopt zijn

in zijn dood gedoopt zijn?

Met Hem zijn wij begraven

door de doop in de dood

opdat, gelijk Christus

uit de doden is opgewekt,

door de majesteit des Vaders,

zo ook wij in nieuwheid des levens

zouden wandelen.’

Laat ons dan,

tezamen met de kerk van alle tijden en plaatsen

met de apostelen en martelaren,

met alle heiligen die ons in geloof zijn voorgegaan

en met heel de schepping die zucht in barensnood,

roepen tot de levende God

om zijn ontferming en genade.

Hierna volgt de

Litanie met alle heiligen

Liturgische Gezangen 135-136

DOOPGEBED

De diaken of een ander gemeentelid giet water in de doopvont. De paaskaars wordt door een diaken of iemand anders van de kandelaar geheven en bij de doopvont gehouden. Het licht van de paaskaars wordt zo nodig opnieuw aan allen doorgegeven. De voorganger en de gemeente bidden staande bij de doopvont het zondvloedgebed:

De Heer zij met u.

En met uw geest.

Verheft uw harten.

Wij zijn met ons hart bij de Heer.

Laten wij danken de Heer, onze God.

Hij is onze dankbaarheid waardig.

Ja, waardig zijt Gij, heilige, eeuwige,

die Heer van alle machten zijt,

onze dank te ontvangen,

want de grote vloed over de wereld,

dat is wat wij vrezen

als een rechtvaardig oordeel;

maar Gij zijt de God van Noach

en van het behoud voor alle schepselen.

De grote afgodische macht,

de vijand van uw kinderen,

hebt Gij doen ondergaan

in de Rode Zee der bevrijding,

maar Israël, uw volk,

hebt Gij door alle diepte heengeleid.

Gij hebt door de doopgang van uw Zoon,

die onze Heer is,

ook de doodsjordaan geheiligd,

en alle water dat ons overstelpt

reinigt Gij tot een overvloed van heil;

zo bidden wij dan:

Heer, ontferm U!

Ontferm U, Heer, over uw gemeente,

uw liefde is onpeilbaar

en uw ontferming grondeloos;

wil ons aanzien in genade

en door uw heilige, scheppende Geest

inlijven bij uw Zoon, de Mens van Pasen.

Laat zo heel uw gemeente

met de Messias mee

begraven zijn

in de doodsdiepte van zijn Pascha;

laat heel uw gemeente

met de Messias mee

tot een nieuw leven opstaan;

laat heel uw gemeente

het messiaanse kenmerk dragen,

veldteken van uw Koninkrijk,

en laat haar leven

al haar dagen

onze Voorganger achterna,

met waar geloof

en goede hoop

en met vurige liefde,

herboren uit water en heilige Geest.

De voorganger kan nu de paaskaars in het water dompelen.

Wij bidden U,

laat de levenskracht van de heilige Geest

als een storm over dit water gaan,

zodat allen die door de doop

samen met Christus zijn begraven

ook met Hem

uit het graf zullen opstaan en leven.

Ja, laat ons allen eens

om uwentwil getroost

en zonder schrik

dit leven verlaten, om in te gaan

en te verschijnen voor

de Messias op zijn rechterstoel

ten laatsten dage.

Zo bidden wij door Hem,

Jezus de Heer,

die met U, Vader,

en de heilige Geest,

onze enige God,

leeft en regeert in eeuwigheid.

Amen.

De paaskaars wordt op de kandelaar teruggezet.

VERZAKING EN GELOOFSBELIJDENIS

Broeders en zusters,

in de doop zijn wij met Christus begraven

om met Hem ten leven te worden opgewekt.

Daarom vraag ik u

die in deze nacht uw doop wilt beamen (geloofsleerlingen)

en u allen die uw doop wilt gedenken (gemeente),

uw stem te verheffen en mij antwoord te geven:

Wilt u de HEER uw God dienen

en naar zijn stem alleen horen?

Ja, dat wil ik.

Wilt ge u verzetten tegen alle machten

die als goden over ons willen heersen?

Ja, dat wil ik.

Wilt u ieder slavenjuk afwerpen

en leven in de vrijheid van Gods kinderen?

Ja, dat wil ik.

Schaamt u dan niet de Christus te belijden,

want het evangelie is een kracht Gods

tot behoud van ieder die gelooft;

en antwoordt in gemeenschap

met de kerk van alle eeuwen:

Gelooft u in God de Vader, de Almachtige,

Schepper van hemel en aarde?

Ja, ik geloof.

Gelooft u in Jezus Christus,

zijn eniggeboren Zoon, onze Heer,

die ontvangen is van de heilige Geest,

geboren uit de maagd Maria,

die geleden heeft onder Pontius Pilatus,

is gekruisigd, gestorven en begraven,

nedergedaald in het rijk van de dood,

op de derde dag opgestaan van de doden,

opgevaren naar de hemel,

en zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,

vanwaar Hij komen zal om te oordelen 

de levenden en de doden?

Ja, ik geloof.

Gelooft u in de heilige Geest;

gelooft u de heilige katholieke Kerk,

de gemeenschap der heiligen;

de vergeving der zonden,

de opstanding des vleses en het eeuwige leven?

Ja, ik geloof.

DOOP(GEDACHTENIS)

Als er dopelingen zijn, worden deze nu gedoopt. Voor de bediening van de heilige Doop zie de Proeve voor de Eredienst, aflevering 3 ‘Doop en Belijdenis’.

Allen die gedoopt zijn, kunnen naar voren komen en met het water uit de doopvont een kruis maken op voorhoofd, borst en schouders als teken van het beamen van de doop. Intussen kan een lied gezongen worden, bijvoorbeeld Gezang 247: ‘De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt’.

Als allen op hun plaats zijn teruggekeerd, zegt de voorganger:

Moge de almachtige God,

de Vader van onze Heer Jezus Christus,

die ons heeft doen herboren worden

uit water en heilige Geest

en ons vergeving heeft geschonken van onze zonden,

ons door zijn genade bewaren

tot eeuwig leven in Christus, onze Heer.

Amen.

DE MAALTIJD VAN DE HEER

Allen blijven staan en zingen het Gloria. Tijdens het Gloria kunnen de klokken worden geluid.

GEBED VAN HET FEEST

Laat ons bidden

... gebedsstilte ...

O God, die deze allerheiligste nacht verlicht

door de luister van de verrijzenis van uw Zoon,

geef ons, dat wij die zijn gedoopt in zijn dood

met Hem mogen opstaan ten leven,

opdat wij nieuw geboren naar lichaam en ziel

uw gemeente mogen dienen

en aan U toegewijd mogen leven.

Door Jezus Christus, onze Heer,

die met U in de eenheid van de heilige Geest

leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

of:

Gij die deze heilige nacht hebt verlicht

door de glorie van het paasgeheim,

wek ons tot leven door uw Geest,

dat wij opstaan als dochters en zonen van U

en als herboren mensen U bezingen en belijden

als de God van ons leven.

Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,

die met U in de eenheid van de heilige Geest

leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Epistel

Halleluja

Halleluja! Looft de HEER want Hij is goed, ja zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Halleluja!

Evangelie

jaar A    Matteüs 28:1-10 [20]

jaar B    Marcus 16:1-8

jaar C    Lucas 24:1-10 [11]

GEBED OVER DE GAVEN

Sterke God,

Gij hebt uw Zoon opgewekt uit de dood.

In Hem vernieuwt Gij heel uw schepping.

Wij bidden U

dat wij in deze gaven van brood en wijn

Hem herkennen mogen

als de opgestane Heer,

die heerst over leven en dood,

vandaag en alle dagen,

tot in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

De prefaties van Pasen zijn aangegeven bij de verschillende Tafelgebeden.

GEBED NA DE MAALTIJD

Heer, laat over ons uw Geest van liefde komen.

Maak allen één van hart

die zich met U verbonden weten

en verzadig hen met de gaven

die Gij in deze paasviering hebt geschonken.

Door Christus, onze Heer.

Amen.

of:

Gij, Schepper van hemel en aarde,

wij danken U voor deze nacht

waarin Gij uw licht over ons laat opgaan

in Jezus, uw Zoon.

Wij danken U voor de hoop op leven

die Gij in ons wakker hebt geroepen.

Wij danken U

dat wij naar uw Woord mogen luisteren

en zingen van uw goede trouw aan ons.

Daarom bidden wij U:

dat het zo mag blijven,

dat wij gelukkig mogen zijn

om het leven dat Gij ons geeft,

dat wij uw volk mogen zijn

en Gij onze God,

alle dagen en nachten van ons leven,

tot in eeuwigheid.

Amen.

ZENDING EN ZEGEN

Gaat heen in de vrede van de Heer. Halleluja.

God zij lof en dank. Halleluja.

Als slotlied kan worden gezongen:

Ps. 150

Paaswake

Tweede vorm

Deze vorm leent zich goed om het wake-karakter van de Paasnacht tot uitdrukking te brengen. De wake begint op de avond van Paaszaterdag, in ieder geval na zonsondergang. De wake kan in een korte vorm worden gehouden en duurt dan ongeveer even lang als de eerste vorm van de Paaswake. Ook kan de wake de gehele nacht duren. De viering van de opstanding vindt dan plaats bij het aanbreken van de dag.

Er brandt in de kerk tijdens de nachtwake niet meer licht dan noodzakelijk is.

OPENING

rood of paars

Allen staan en zingen

Ps. 134

of:

Ps. 130

of:

‘Wachter, hoe ver is de nacht?’ (Gezangen voor Liturgie 467)

DE LEZINGEN

Er zijn meerdere reeksen lezingen mogelijk. In de eerste vorm van de Paaswake zijn de reeksen van het Evangelisch-Luthers Dienstboek en het Gemeenschappelijk Leesrooster aangegeven. De Sectie Eredienst van de Raad van Kerken in Nederland biedt enkele andere mogelijkheden aan, terwijl ook in andere publicaties alternatieven zijn te vinden. In elke reeks zullen in elk geval de schepping, het verbond, het lijden, de uittocht en de terugkeer uit de ballingschap aan de orde komen.

Na elke lezing wordt een psalm of lied gezongen. De lezingen kunnen op verschillende manieren worden geactualiseerd. Aan het einde ervan vindt telkens een afsluitend gebed plaats. Voor elke lezing en de verwerking daarvan is ongeveer een half uur voorzien. Na iedere lezing met actualisering kan een pauze worden gehouden.

De reeks lezingen wordt op zijn laatst beëindigd voor zonsopgang.

DE VERKONDIGING VAN DE VERRIJZENIS wit

Terwijl het nog donker is, gaan de voorganger(s) en zo mogelijk ook de overige gemeenteleden naar buiten of naar de ingang van de kerk. Daar is op een geschikte plaats het paasvuur in gereedheid gebracht. Iemand ontsteekt het vuur, tenzij het al brandt. De voorganger zegt:

Eeuwige God, Schepper van hemel en aarde,

Gij hebt het licht dat door U is geschapen

bestemd om vooruit te wijzen naar U,

naar uw lichtende waarheid,

naar uw liefde en uw goedheid.

Gij hebt tot de duisternis gesproken

en er was licht.

In de vuurzuil zijt Gij uw volk voorgegaan

door duisternis en woestijn.

Wij loven U omwille van het vuur

van uw nabijheid.

Amen.

Het verhaal van het sterven, de begrafenis en de verrijzenis wordt gelezen:

Matteüs 27:45 - 28:20

of alleen het verhaal van de verrijzenis:

Matteüs 28:1-10

Deze verhalen kunnen ook worden gelezen uit het evangelie van Marcus, Lucas of Johannes.

De voorganger houdt de paaskaars vast en zegt:

Christus, gisteren en heden,

Begin en Einde – Alfa en Omega,

Hem behoren tijd en eeuwigheid,

heerlijkheid en heerschappij,

in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

Nadat de paaskaars is aangestoken, vervolgt de voorganger:

Het licht van Christus

die in heerlijkheid verrezen is,

moge de duisternis

uit ons leven verdrijven.

De nacht is voorbijgegaan,

de dag is aangebroken:

de zon der gerechtigheid

gaat over ons op.

Amen.

DE INTOCHT VAN HET LICHT

Hierna volgt de intocht met het licht. De gemeente trekt achter de paaskaars en de voorgangers aan de lege kerk binnen. Allen ontsteken hun kaarsen aan de paaskaars, nadat bij de ingang de diaken of de cantor heeft gezongen:

Licht van Christus

In het midden van de kerk wordt voor de tweede maal, op een iets hogere toon, gezongen:

Licht van Christus.   Heer, wij danken U.

Wanneer de voorgangers voor in de kerk zijn gekomen, wordt voor de derde maal, weer op een iets hogere toon, gezongen:

Licht van Christus.   Heer, wij danken U.

Als de kaarsen niet al bij de ingang zijn ontstoken, steken nu allen hun kaarsen aan het licht van de paaskaars aan. De lichten in de kerk worden ontstoken.

DE LOF VAN HET LICHT

De paaskaars wordt op de kandelaar geplaatst. Allen blijven staan bij het zingen van de paasjubelzang.

Paasjubelzang, zie blz. 134-136

DOOP EN DOOPGEDACHTENIS

zie blz. 139-143

DE MAALTIJD VAN DE HEER

De Maaltijd van de Heer begint met de voorbede en de vredegroet.

GEBED OVER DE GAVEN

Sterke God,

Gij hebt uw Zoon opgewekt uit de dood.

In Hem vernieuwt Gij heel uw schepping.

Wij bidden U dat wij in deze gaven van brood en wijn

Hem herkennen mogen

als de opgestane Heer,

die heerst over leven en dood,

vandaag en alle dagen,

tot in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

De prefaties van Pasen zijn aangegeven bij de verschillende Tafelgebeden.

GEBED NA DE MAALTIJD

Heer, laat over ons uw Geest van liefde komen.

Maak allen één van hart

die zich met U verbonden weten

en verzadig hen met de gaven

die Gij in deze paasviering hebt geschonken.

Door Christus, onze Heer.

Amen.

of:

Gij, Schepper van hemel en aarde,

wij danken U voor deze nacht

waarin Gij licht over ons laat opgaan

in Jezus, uw Zoon.

Wij danken U voor de hoop op leven

die Gij in ons wakker hebt geroepen.

Wij danken U

dat wij naar uw Woord mogen luisteren

en zingen van uw goede trouw aan ons.

Daarom bidden wij U:

dat het zo mag blijven,

dat wij gelukkig mogen zijn

om het leven dat Gij ons geeft,

dat wij uw volk mogen zijn

en Gij onze God,

alle dagen en nachten van ons leven,

tot in eeuwigheid.

Amen.

ZENDING EN ZEGEN

Gaat heen in de vrede van de Heer. Halleluja.

God zij lof en dank. Halleluja.

Als slotlied kan worden gezongen:

Ps. 150