X - Gebeden na de Maaltijd
ALGEMENE GEBEDEN
129. Dankt de Heer, want Hij is vriendelijk. (Halleluja.)
Want zijn goedheid duurt in eeuwigheid.
(Halleluja.)
[Loof de Heer, mijn ziel,
en al wat in mij is, zijn heilige Naam.
Loof de Heer, mijn ziel,
en vergeet niet een van zijn weldaden;
die al uw ongerechtigheden vergeeft,
die al uw gebreken geneest,
die uw leven verlost van het graf,
die u kroont met goedertierenheid
en barmhartigheid.
Loof de Heer, mijn ziel.]
Wij danken U, almachtige God,
dat Gij ons door deze heilzame gaven hebt verkwikt,
en wij bidden U: wees ons genadig.
Wil door het geheim van uw Sacrament
onze wandel heiligen,
opdat wij vervuld worden
van vruchten der gerechtigheid.
Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U en de heilige Geest
leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Amen.
[Gaat heen in de vrede des Heren.
God zij lof en dank.]
130. U zeggen wij lof en dank, hemelse Vader,
dat Gij ons de gemeenschap met uw Zoon
geschonken hebt,
en wij bidden U:
laat deze gemeenschap in ons altijd sterk zijn,
opdat wij als nieuwe mensen leven,
U ter eer, onze naaste tot heil.
Amen.
Pasen
149. Eeuwige God,
dit is de dag die Gij gemaakt hebt.
Wij danken U voor al uw goede gaven,
voor het brood en de wijn,
levenstekenen van de gestorven en opgestane Heer.
Geef dat wij, daardoor gesterkt,
groeien in geloof dat vreugde schept,
in hoop die leven doet,
in liefde die alle dood overwint.
Amen.
Paastijd
150. God, als wij U zoeken,
zijt Gij ons reeds nabij
en midden onder ons aanwezig.
Doe onze hoop herleven
in Hem die wij hebben herkend
bij het breken van het brood.
Wek ons vertrouwen
dat Gij zijt: God-met-ons,
in Christus onze Heer.
Amen.
151. Eeuwige God, wij danken U
dat Gij uw eniggeboren Zoon hebt gegeven,
die gestorven is om onze zonden
en opgestaan tot onze rechtvaardiging.
Geef dat de Levende,
die wij herkenden in het breken van het brood,
onder ons mag blijven als het avond wordt,
Hij die in de morgen aan zijn leerlingen is verschenen:
Christus, onze Heer.
Amen.
Pinksteren
152. God, Gij geeft uw overvloed van gaven
aan de mensen.
Bewaar uw kerk in de liefde
die Gij geschonken hebt.
Doordring ons met de dauw van uw Geest
om vruchten te dragen
van vrede en gerechtigheid,
en bevestig hetgeen Gij in ons bewerkt hebt.
Door Christus, onze Heer.
Amen.
153. God, wij prijzen en wij loven U,
omdat wij mochten delen
in het gastmaal van uw genade,
dat Gij voor ons bereid hebt.
Wij bidden U:
doe ons delen in de kracht van uw Geest,
opdat wij uw grote daden verkondigen
aan heel de schepping.
Dat vragen wij U
door Christus onze Heer.
Amen.
154. (ook als slotgebed)
Maak ons vrij als vogels, God.
U heeft ons de ruimte gegeven
om te worden wie wij zijn.
Maak ons vrij als vogels, God.
Geef ruimte aan alle mensen:
jongens en meisjes,
mannen en vrouwen.
Geef dat wij elkaar mogen vinden
in vriendschap en verbondenheid.
Maak ons vrij als vogels, God.
U gaf ons de aarde.
Wij mogen erop leven
en ervoor zorgen.
Help ons het zo te doen
dat zij een goede aarde blijft,
zodat wij er vrij kunnen leven.
Amen.
Allerheiligen
155. God, bron van alle heiligheid
en gever van al wat goed is,
mogen wij die uw gaven hebben ontvangen,
als vreemdelingen en pelgrims op aarde
eens worden verwelkomd met al uw heiligen
aan het hemels bruiloftsmaal
op de dag van uw koninkrijk,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
Voleindingszondagen
156. Heer, aan allen hebt Gij uw gaven uitgedeeld,
uw opdracht toevertrouwd.
Geef dat wij meedelen aan elkaar
wat wij van U gekregen hebben.
Laat ons waakzaam blijven en trouw
tot alles in liefde is volbracht
en Gij ons voorgoed in uw vreugde binnenvoert.
Door Christus, onze Heer.
Amen.
157. Slotgebed
God,
U bent voor ons een moeder
en een vader tegelijk.
U weet het allerbeste
wat wij nodig hebben.
Geef ons vandaag uw zegen
en help ons die met anderen te delen,
morgen en alle dagen.
Amen.