Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

I - Gebeden vóór de eredienst

1

Gij, die God zijt,

bron van mijn leven, –

dit is de dag, die Gij gemaakt hebt

als een licht voor alle dagen.

Laat mij opgaan naar uw huis

en voeg mij samen

met allen die uw Naam bezingen

en zich willen oefenen in uw dienst,

tot eer van U

en tot heil van deze wereld.

Omwille van uw Zoon,

de Verrezene,

Jezus Christus.

Amen.

2

Almachtige God en Vader,

help mij stil te zijn

in uw tegenwoordigheid,

opdat ik mag weten

dat Gij mijn God zijt

en ik uw dienaar/dienares.

Door Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

3

Menslievende God,

bij U ben ik geborgen

met heel mijn ziel.

Gij zijt mijn licht,

mijn heil,

voor U leg ik mijn hart open.

Kom met uw Geest in mij,

en verenig mij

met heel uw kerk,

dat zij uw geheimenis

gelovig viert

en U altijd in liefde dient.

Amen.

4

Zend mij, goede God,

uw licht en uw waarheid.

Mogen die mij geleiden

naar uw heilige berg,

uw woning,

zodat ik kan opgaan

naar uw altaar,

o God van mijn vreugde.

Amen.

5

Goede God,

doe mij in de morgen

uw goedertierenheid horen,

want ik vertrouw op U.

Maak mij de weg bekend

die ik gaan moet,

want tot U hef ik mijn ziel op.

Amen.

6

Levende God,

gezegend is deze dag

door U.

Ik mag in uw veilige rust

op adem komen.

Ik houd niet op

U daarvoor te zegenen.

Daarom ga ik vandaag

binnen in uw huis –

open mijn hart voor uw Woord.

Dicht bij U wil ik zijn.

Amen.

7

Vader in de hemel,

wij danken U

voor deze bijzondere dag,

de dag van uw licht,

de dag van uw Zoon.

Wij danken U

dat wij samen mogen komen

in uw huis

met alle mensen

die U liefhebben,

hier aan tafel

en straks in de kerk.

Geef dat uw licht

schijnt in ons leven,

vandaag en alle dagen.

Amen.

8

Goede God,

wij danken U

voor elke dag

die wij van U krijgen.

Vandaag is het zondag,

een aparte dag,

de eerste de beste

van de week.

Straks gaan we naar de kerk.

Wij zingen samen

en horen over U vertellen.

(Wij krijgen brood en wijn.)

Dank U voor deze dag.

Help ons dat wij er samen

goed voor zorgen.

Amen.

9

Heer, mijn God,

Gij hebt mij in uw kerk tot herder en leraar gemaakt.

Gij ziet hoe onbekwaam ik ben

om dit grote en moeilijke ambt goed te vervullen;

zonder uw leiding en bijstand

zou ik al lang alles hebben bedorven.

Daarom roep ik U aan.

Ik wil mijn mond en mijn hart

graag in uw dienst stellen

om de gemeente te onderwijzen.

Maar ik wil zelf ook telkens onderwezen worden,

met uw Woord omgaan en het ijverig overdenken.

Gebruik mij als uw instrument,

maar, God, verlaat mij dan ook niet,

want als ik op mij zelf zou zijn aangewezen,

zou ik alles bederven.

Amen.

10

Heer God, lieve Vader in de hemel,

ik ben weliswaar dit ambt en deze dienst onwaardig,

waarin ik uw eer verkondigen moet

en uw gemeente moet behoeden en bewaken,

maar aangezien Gij mij gesteld hebt

tot herder en leraar van het Woord,

en aangezien het volk

ook de leer en het onderricht nodig heeft,

bid ik U:

wees Gij mijn helper

en laat uw heilige engel bij mij zijn.

Bevalt het U

door mij iets tot stand te brengen tot uw eer

en niet tot mijn eigen roem of die van de mensen,

verleen mij dan,

louter uit genade en barmhartigheid,

het juiste inzicht aangaande uw Woord,

ja, wat nog veel meer is:

dat ik het ook zal doen.

O Jezus Christus,

Zoon van de levende God,

Herder en opzichter over onze zielen,

zend uw heilige Geest,

dat die met mij het werk volvoert,

ja, dat die in mij het willen en het volbrengen

tot stand brengt door uw goddelijke kracht.

Amen.