Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

Woorden en gebeden als de wegen scheiden

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

(Keuze)teksten

Woorden en gebeden als de wegen scheiden

 

GEBED

uitgesproken door de partners

Aan U, Heer van ons leven,

erkennen wij onze onmacht en ons falen.

Voor U spreken wij uit

ons verdriet en onze teleurstelling

in onszelf, in elkaar.

Onze woede en onze machteloosheid

willen wij voor U niet verzwijgen.

Want elkaar lieten wij alleen,

tot eenzaamheid zijn wij vervallen.

Onze trouw heeft geen stand kunnen houden.

Wat wij als bestemming hebben gezien,

is verduisterd,

het vuur is gedoofd.

Elkaar hebben wij niet meer kunnen warmen,

geen thuis meer kunnen bieden.

Wij vragen nu

voor onszelf, maar ook voor elkaar

uw blijvende nabijheid,

uw genade over onze schuld.

Wij bidden om moed

elkaar ook

de schuld te kunnen vergeven.

Amen.

of

Lieve God,

vanuit ons onvermogen roepen wij tot U;

elkaar hebben wij niet kunnen vasthouden,

het huis dat wij hadden gebouwd is uiteengevallen,

onze beloften hebben wij niet kunnen vervullen,

onze verwachtingen hebben wij opgegeven,

ons gedenken van het goede begin heeft niet geholpen.

Wij danken U voor alle goede dagen die wij hebben gehad:

de hoop waarmee wij zijn begonnen,

de liefde waarmee wij het leven aandurfden,

het geloof dat brandde in ons.

Wij danken U voor de warmte van liefde en vriendschap

die ons deel was,

[voor de kinderen die ons leven hebben verrijkt.]

Wij bidden om vergeving voor onze tekorten,

voor de woorden die hebben verwond,

voor de bittere verwijten,

voor de pijn die we onszelf en anderen hebben aangedaan.

Wij bidden om kracht voor ons allen

om vast te houden en los te laten,

om eerbied voor elkaar,

[om geborgenheid voor onze kinderen,

dat hun verwachting van het leven intact blijft,

dat zij vergezicht en visioen zullen bewaren,]

dat wij beiden in de kring van de familie en vrienden

blijven opgenomen.

Wij laten U niet gaan tenzij U ons zegent,

[zegen dan onze kinderen,]

zegen ieders eigen weg,

zegen de twee huizen die nu ontstaan,

zegen ons bij de nieuwe invulling

van liefde, vriendschap, trouw en vrede.

 

VOORBEDE

In uw hoede, God,

bevelen wij elkaar

en uw zegen vragen wij over elkaar.

Wij gaan onze weg

ieder afzonderlijk:

laat ons oog daarbij op U gericht blijven.

Elkaar bidden wij toe

dat mensen niet zullen ontbreken

die ons in hun liefde laten delen,

onze onzekerheid willen kennen,

weet hebben van onze pijn.

Laat de tijd, hier afgesloten,

niet enkel een leeg verleden blijven,

maar ons hebben gerijpt

tot een vruchtbare toekomst.

Om blijvende zorg

en aandacht

voor onze kinderen

blijven wij bidden.

Laat hen

vertrouwen in ons bewaren,

dat wij niet zullen beschamen.

Niet ten koste van hen

zullen wij leven,

niet aan hun toekomst voorbij.

Gun ons genoeg vertrouwen

in elkaar

om voor hen

ouders te blijven,

[vader en moeder,

die hen het leven schonken]

met vreugde

die niet verloren mag gaan.

Voor ons

én allen

die hun wegen gescheiden

verder gaan,

bidden wij

om aanvaarding tussen de mensen,

om onverminderd vertrouwen,

om eerlijkheid

en goede woorden.

Blijf

voor hen en ons

bovenal een baken

met uw eigen woord.

 

ZEGEN

bij het uiteen gaan