Keuzeteksten
Keuzeteksten
Onderwijzing
1. De belofte van het verbond
Om heel de aarde te tonen wie Hij is, heeft God zich een volk verkoren in Abraham, Isaak en Jakob en hun nageslacht. Met dit volk sloot God een altijddurend verbond, waardoor het erfgenaam werd van zijn belofte. Temidden van de volkeren was dit ene volk niet langer gericht op wat voor ogen is, maar op Gods Woord, dat sprak van een land dat overvloeit van melk en honing, en van een vreugdemaaltijd voor alle volken op de Sion. God gaf opdracht de mannen van dit volk als teken van het verbond te besnijden. Door de besnijdenis is het Joodse volk God zichtbaar toegewijd. De besnijdenis maakt aanschouwelijk dat Israël niet leeft naar het vlees, maar met het oog op de belofte.
In zijn belofte van het verbond met Abraham gedacht God alle volkeren van de aardbodem. Trouw aan zijn verbond zond Hij daarom tot ons heil zijn Zoon Jezus Christus. Deze is zoon van Israël en deelt in het verbond van God met zijn volk. Hij werd besneden en heeft zijn besnijdenis verstaan als belofte en opdracht. Om ons te redden heeft Hij, die zonder zonde was, zich geschaard onder zondaars die bekering nodig hebben. Hij is gegaan tot Johannes bij de Jordaan en heeft de doop der bekering tot vergeving van zonden ondergaan. Met zijn ondergang in het Jordaanwater aanvaardde Hij het ambt van Middelaar en nam Hij zijn kruis op zich. Hij gaf zijn leven tot volkomen verzoening van al onze zonden en juist zo werd Hij de besnedene van hart.
Aan de kerk uit de volken heeft Christus bevolen hen tot zijn leerling te maken door hen te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich te houden hebben aan alles wat Hij heeft opgedragen. Zo worden ook zij erfgenamen van de belofte aan Abraham en zijn volk. Door de doop met water zijn zij God zichtbaar toegewijd. Daarom worden wij en onze kinderen gedoopt in de Naam van de drie-enige God: van de Vader, omdat Hij de God is van het verbond; van de Zoon, omdat Christus het verbond met zijn bloed heeft bezegeld; van de heilige Geest, omdat Die ons alles leert en te binnen brengt wat de Zoon heeft gezegd. Zo worden wij geleid tot de belofte en het leven der dankbaarheid.
2. Gedoopt in de naam van de drie-enige God
Bij zijn hemelvaart heeft onze Heer Jezus Christus zijn apostelen de opdracht gegeven: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en hen te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.’ (Mt. 28:19). Ge-
hoorzaam aan deze opdracht wordt in de kerk de heilige Doop bediend aan kleine en grote mensen.
Wij gedenken het woord van de apostel Johannes: ‘Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook’ (1 Joh. 3:1). Wie gedoopt worden in de naam van de Vader, ontvangen het teken en zegel van het verbond van zijn genade: wij mogen zijn kinderen zijn en heten erfgenamen van de belofte. Dat is ons heil en ons behoud.
Wij danken de Heer, onze God.
Wij gedenken het woord dat tot de apostel Paulus gezegd is: ‘Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept’ (Hnd. 22:16). Wie gedoopt worden in de naam van de Zoon, ontvangen het teken en zegel van de afwassing van al hun zonden door het bloed van Jezus Christus: in de gemeenschap van zijn dood en opstanding zijn wij rechtvaardig voor God. Dat is ons heil en ons behoud.
Wij danken de Heer, onze God.
Wij gedenken het woord dat de apostel Petrus op de pinksterdag gesproken heeft: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden’ (Hnd. 2:38-39a). Wie gedoopt worden in de naam van de heilige Geest, ontvangen de belofte dat de heilige Geest in hen wil wonen: met ontzag voor de HEER zal Hij ons vervullen, zodat wij ons niet van Hem afkeren (Jr. 32,40).
Dat is ons heil en ons behoud.
Wij danken de Heer, onze God.
3. Gezegend de Naam van de Heer
Onze Heer Jezus Christus
heeft na zijn verrijzenis uit de doden
tot zijn leerlingen gezegd:
‘Mij is gegeven alle macht
in hemel en op aarde.
Gaat dan heen,
maakt alle volken tot mijn discipelen,
door hen te dopen
in de Naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
en hen te leren onderhouden
al wat ik u bevolen heb.
En zie ik ben met u al de dagen,
tot aan de voleinding der wereld.’ Mt. 28:19-20
Gezegend de Naam van de Heer.
De apostel Paulus zegt:
‘Wij zijn met Christus Jezus begraven
door de doop in de dood,
opdat, gelijk Christus uit de doden is opgewekt
door de majesteit des Vaders,
zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.’ Rom. 6:4
Gezegend de Naam van de Heer.
Hij heeft u door de Geest zo geleid,
dat in uw hart het verlangen is gegroeid
Christus op zijn weg na te volgen
en uw leven te vernieuwen
uit kracht van het evangelie.
In de doop wordt u met de Heer
en met zijn kerk verbonden.
Gezegend de Naam van de Heer.
In de doop doet God u herboren worden
uit het water en de heilige Geest
en bent u gereinigd
door het bloed van Christus.
Gezegend de Naam van de Heer.
In de doop wordt u gezalfd
met de gaven van de heilige Geest, de Trooster,
de geest van wijsheid en verstand,
de geest van inzicht en sterkte,
de geest van kennis en eerbied,
de geest van liefde voor de Heer. Js. 11:2
Gezegend de Naam van de Heer.
Door de doop zult u kracht ontvangen
om getuige van Christus te zijn
daar waar Hij u roept,
vandaag en alle dagen van uw leven.
Gezegend de Naam van de Heer.
Doopgebed
4. Een heilzame zondvloed
Almachtige, eeuwige God, –
Gij, die door de zondvloed
de ongelovige wereld
volgens uw gestreng gericht
hebt verworpen,
en de gelovige Noach met zijn achten
naar uw grote barmhartigheid
hebt bewaard;
Gij, die de verharde farao met al de zijnen
in de Rode Zee hebt verdronken
en uw volk Israël er droogvoets doorheen geleid
(daarmee een teken oprichtende
van dit bad van uw heilige Doop);
ja Gij, die door de doop van uw geliefde Zoon,
onze Heer Jezus Christus,
de Jordaan en alle wateren
tot een heilzame zondvloed
en overvloedige afwassing der zonden
hebt geheiligd en ingezet, –
wij bidden U bij deze uw grondeloze barmhartigheid,
dat Gij N en N genadig wilt aanzien
en hen door uw heilige Geest
bij uw Zoon Jezus Christus wilt inlijven;
opdat zij met Hem in zijn dood worden begraven
en met Hem mogen opstaan in een nieuw leven;
opdat zij hun kruis, Hem dagelijks navolgende,
vrolijk mogen dragen
en Hem aanhangen met waarachtig geloof,
vaste hoop
en vurige liefde;
opdat zij dit leven
(dat toch niet anders is dan een gestadige dood)
om uwentwil getroost verlaten
en ten laatsten dage voor de rechterstoel van Christus,
zonder verschrikken mogen verschijnen:
door Hem, onze Heer Jezus Christus, uw Zoon,
die met U en de heilige Geest, één enig God,
leeft en regeert in eeuwigheid.
Amen.
5. Een overvloed van heil
O God, Gij heilige, eeuwige,
die Heer van alle machten zijt! –
de grote vloed over de wereld,
dat is wat wij vrezen
als een rechtvaardig oordeel;
maar Gij zijt de God van Noach
en van het behoud voor alle schepselen…
De grote afgodische macht, de vijand van uw kinderen,
hebt Gij doen òndergaan
in de Rode Zee der bevrijding,
maar Israël, uw volk,
hebt Gij door alle diepte heengeleid…
Gij hebt door de doopgang van uw Zoon,
die onze Heer is,
ook de doods-Jordaan geheiligd,
en alle water dat ons overstelpt,
reinigt Gij tot een overvloed van heil;
zo bidden wij dan:
Heer, ontferm U!
Ontferm U, Heer, over N, –
uw liefde is onpeilbaar
en uw ontferming grondeloos;
wij bidden U
dat Gij hen wilt aanzien in genade
en door uw heilige, scheppende Geest
inlijven bij uw Zoon,
de Mens van Pasen.
Laat hen en heel uw gemeente
met de Messias mee
begraven zijn
in de doodsdiepte van zijn Pascha;
laat hen en heel uw gemeente
met de Messias mee
tot een nieuw leven opstaan;
laat hen en heel uw gemeente
het messiaanse kenmerk dragen,
veldteken van uw Koninkrijk,
en laat hen leven
al hun dagen
onze Voorganger achterna,
met waar geloof
en goede hoop
en met vurige liefde;
ja, laat hen en ons allen eens
om uwentwil getroost
en zonder schrik
dit leven verlaten, om in te gaan
en te verschijnen voor
de Messias op zijn rechterstoel
ten laatsten dage.
Zo bidden wij door Hem,
Jezus de Heer,
die met U, Vader,
en de heilige Geest,
onze enige God,
leeft en regeert in eeuwigheid.
Amen.
6. Uit het water van nood en dood
U moeten wij danken, HEER onze God,
omdat Gij U met ons verbonden hebt
op leven en dood.
Gij hebt de aarde tot aanzijn geroepen
uit de wateren van de afgrond.
Gij hebt met uw schepping een nieuw begin gemaakt
door het water van de zondvloed.
Gij hebt uw volk Israël uit de slavernij gered
en geleid naar het land van belofte
door het water van de Rode Zee.
Gij hebt ons uw Zoon aangewezen
toen Hij ondergedompeld werd
in het water van de Jordaan.
Gij hebt Hem opgewekt uit de dood
als de eerstgeborene van uw toekomst.
Gij brengt door Hem een gemeente bijeen,
gedoopt in zijn doop,
met Hem gestorven en opgestaan,
levend door zijn Geest,
op weg naar zijn toekomst,
als eersteling van de hele schepping.
Wij bidden U nu voor N en N
die de doop zullen ondergaan:
red ook hun leven
uit het water van nood en dood,
neem hen aan als uw kinderen,
leid en bewaar hen door uw Geest,
geef hun mensen die hen voorgaan
in trouw aan U en uw gemeente,
doe hen groeien
in geloof en hoop en liefde,
zodat zij uw bondgenoten blijken te zijn,
levende lidmaten van het lichaam
van Jezus Christus uw Zoon,
met U en de heilige Geest
geprezen tot in eeuwigheid.
Amen.
7. De duif van de Jordaan
Eeuwige God, wij zegenen U,
omdat Gij Noach uit de zondvloed hebt verlost,
Israël uit de Schelfzee hebt bevrijd
en Jezus uit de Jordaan hebt opgewekt.
Wil ook ons, bidden wij,
zó aan het licht brengen
uit het water van de dood
om op te staan tot leven
waarin Gij welbehagen hebt.
Stort over N,
die in dit water gedoopt gaat/gaan worden
uw heilige Geest uit,
die zweeft boven de wateren,
– de duif van de Jordaan –,
opdat in haar/hem/hen
de gezindheid groeit
van Jezus Christus, onze Heer.
Amen.