Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

Getijden Keuzetekst

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

Keuzeteksten

voor gebruik in het dagelijks gebed

Openingsverzen 994

Lofprijzingen 997

Schuldbelijdenissen 999

Zegenbeden 1002

Openingsverzen

1.

De hemel ontvouwt de glorie van Gód,

het uitspansel roemt het wèrk van zijn hánden.

De dag geeft het door aan de volgende dág,

de nachten vertellen elkàar wat zij wéten.

2.

Tot U, in de hoge richt ik mijn geest,

tot U, Heer mijn Gód.

Op U vertròuw ik,

beschaam mij níet.

3.

Houd mij in leven, wees Gij mijn rédding,

steeds weer zoeken mijn ògen naar Ú.

4.

Bij U, Heer, zoek ik mijn tóevlucht,

wees mij een sterke burcht

waar ik vèilig kan tóeven.

5.

Alleen bij God is stilte voor mijn zíel,

mijn rèdding komt van Hém.

6.

O God, Gij zijt mijn God, U zóek ik,

mijn zìel dorst naar Ú,

want uw goedertierenheid is beter dan het léven;

mijn lìppen zullen U róemen.

7.

God, – mijn God zijt Gij,

ik zoek U reeds bij het óchtendgloren.

Naar U dorst mijn ziel en hunkert mijn hart

als dorre àkkers naar régen.

8.

U gewijd zij stilte en lofzang, 

o God die woont op de Síon.

O hoorder van het gebed,

de sterveling moet trèden voor Ú.

9. God, breng een keer in ons lot

en bevríjd ons,

laat toch uw àangezicht

over ons líchten.

10.

Gij, Heer der hemelmachten, hoor mijn sméken,

wil mij àanhoren, Jakobs Gód.

God, mijn beschermer, zie omláag,

zie òm naar uw gezálfde.

11.

O Heer, God van mijn bevrijding,

een dag lang schreeuwde ik,

bij nacht nog stond ik tegenóver U!

Laat komen voor uw aanschijn mijn gebed,

neig uw òor tot mijn geróep!

12.

Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden,

eeuwige God, wij willen U zíen.

Geef ons vandaag een tèken van líefde.

13.

Onze hulp is in de naam van de Héer,

die hèmel en aarde gemáakt heeft.

14.

Heer, hoor mijn gebéd,

luister naar mijn smèken om ontférming;

en antwoord mij in uw tróuw,

om uwer gerèchtigheid wílle.

15.

Van God is de aarde,

de wereld en al haar bewoners.

Zie hoe goed en hoe kostbaar is het

als mensen in eendracht samen leven.

Goedheid en trouw ontmoeten elkaar,

gerechtigheid en vrede gaan hand in hand.

Als de leerlingen van de Heer zouden zwijgen,

zouden de stenen gaan roepen.

Heer, open Gij onze lippen,

en onze mond zal uw lof verkondigen.

16.

Lofprijzingen

1.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Géest,

zoals het was in het begin en nu en altijd

en in de èeuwen der eeuwen. Ámen.

2.

Eer aan de Vader door de Zoon in de heilige Géest,

nu en altijd en in de èeuwen der eeuwen. Ámen.

3.

Eer aan de eeuwige God,

onze Vader, onze Moeder,

Geest van wijsheid,

mensenhoeder.

Eer aan God,

nu en altijd. Amen.

4. De Heer zij gezegend, Israëls God,

van eeuwig tot eeuwig. Zo zij het.

5.

De Heer zij geprezen, Israëls God,

die wonderen doet als geen ánder.

Geprezen zijn heilige Naam voor altijd

zijn glòrie vervulle de áarde.

6.

Gezegend zij de Heer voor áltijd.

Àmen, ja ámen.

7.

Gezegend zij Israëls God, de Heer,

in alle eeuwen die komen gáan,

en hèel het volk zegge: Ámen.

8.

De koning der eeuwen, de onvergankelijke, 

de onzienlijke, de enige God

zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

9.

Aan God, de zalige en enige Heerser,

de Koning der koningen en de Heer der heren,

die alleen onsterfelijkheid heeft

en een ontoegankelijk licht bewoont,

die geen der mensen gezien heeft of zien kan,

Hem zij eer en eeuwige kracht! Amen.

10.

Hem die op de troon gezeten is, en het Lam

zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht

tot in alle eeuwigheden. Amen.

11.

Gij zijt een goede en barmhartige God 

en aan U brengen wij éer,

aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,

nu en altijd en in alle èeuwigheid. Ámen.

12.

(De volgende teksten kunnen ook afzonderlijk gezegd worden)

Gij zijt God in de onmetelijke ruimte van het heelal,

in de vergeten uithoeken van mijn hart zijt Gíj God.

Gezègend zijt Gíj.

Gij zijt God van voor de wereld begon,

in het einde van de tijden zijt Gíj God.

Gezègend zijt Gíj.

Gij zijt God in ons liggen en rusten,

in ons opstaan en gaan zijt Gíj God.

Gezègend zijt Gíj.

Gij zijt God wanneer de zee zich bruisend verheft,

als de wind gaat liggen zijt Gíj God.

Gezègend zijt Gíj.

Gij zijt God in de bestendigheid,

in de wispelturigheid van het geschapene zijt Gíj God.

Gezègend zijt Gíj.

Gij zijt God als wij slapen,

in ons woelen en waken zijt Gíj God.

Gezègend zijt Gíj.

Gij zijt God in elk begin en einde,

in hemel en op aarde zijt Gíj God.

Gezègend zijt Gíj.

Schuldbelijdenissen

1.

Laten wij God danken voor zijn goedheid,

ons deze dag geschonken.

Wij danken U, Heer, voor uw liefde en zorg,

voor uw nabijheid en zegen.

Wij danken U voor ieder mens

die als een licht en een zegen ons levenspad kruist.

Wij danken U voor uw hulp 

in donkere en moeilijke uren.

Laten wij God om ontferming vragen

voor alles waarin we tekort schoten.

Wij schoten tekort

in spreken en zwijgen,

in doen en laten,

in houding en gedachten.

De Vader van alle goedheid en genade

moge ons dit alles vergeven.

De Zoon moge door zijn liefde

ons hart en onze gedachten vernieuwen.

De Geest van troost en licht

doe ons opstaan

en richte onze voeten op een weg

die naar vrede leidt.

Amen.

2.

Wij belijden voor de almachtige God,

voor hen die zijn heerlijkheid reeds zien,

en voor elkaar,

dat wij zondige mensen zijn,

omdat wij ontrouw waren aan God,

aan onze broeders en zusters

en aan onszelf.

Wij bidden om genade en vragen:

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,

onze zonden vergeven

en ons geleiden naar het eeuwige leven.

Vrijspraak, kwijtschelding en vergeving

schenke ons de almachtige en barmhartige Heer.

Amen.

3.

Heer, vergeef mij

dat ik te groot

èn te klein

van mezelf denk.

Vergeef mij

dat ik U ontvlucht

èn veronachtzaam.

Vergeef mij

dat ik spreek over wat mij niet aangaat

en zwijg over wat wezenlijk is.

Vergeef mij

dat ik vasthoud aan wat mij onvrij maakt

en niet kan verliezen.

Bevrijd mijn hart van bederf en geweld

en zuiver mijn ziel

met de vlam van uw Geest,

opdat ik een bedding kan zijn

voor goedheid, vrede en licht,

tot lof van Christus.

Amen.

4. God, in de stilte van de nacht

leggen wij onszelf in uw handen;

Gij weet het goede dat vandaag tot stand is gekomen,

Gij kent ook al ons tekortschieten en falen.

Wij bidden U:

aanvaard ons met al wat vruchtbaar in ons is

en buig om en breng tot leven

al wat verstard en dor geworden is.

Bewaar ons deze nacht in uw vrede.

Amen.

5.

Keer ons tot U, God van ons heil,

en wend uw toorn van ons af.

Ik belijd voor de almachtige God

en voor deze gemeenschap mijn schuld,

en vraag vergeving

voor mijn liefdeloze gedachten, woorden en daden

en voor alles waarin mijn hart mij veroordeelt.

Heer, wees ons genadig,

Gij zijt toch groter dan ons hart!

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,

onze zonden vergeven

en ons geleiden tot het eeuwig leven.

Amen.

Vrijspraak, kwijtschelding en vergeving

schenke ons de almachtige en barmhartige Heer.

6.

Almachtige God,

voor U liggen alle harten open,

alle begeerten zijn U bekend

en geen geheim is voor U verborgen.

Reinig de overleggingen van ons hart

door de ingeving van uw heilige Geest,

zodat wij U van harte liefhebben

en grootmaken uw heilige Naam:

door Christus, onze Heer.

Amen.

Zegenbeden

1.

De Heer geve ons zijn vréde

en het èeuwige leven. Ámen.

2.

Zegene en behoede ons 

de almachtige en barmhartige Héer,

Vader, Zoon en hèilige Géest.

Amen.

3.

De verheven en menslievende God

zegene, behoede en verlichte ons

en allen die ons zijn toevertrouwd.

Amen.

4.

Eeuwige, zegen ons,

en doe uw aanschijn over ons lichten!

Eeuwige, laat uw aangezicht over ons opgaan

en geef ons vrede. Amen.

5.

Over onze harten, over onze huizen,

de zegen van God.

In ons komen, in ons gaan,

de vrede van God.

In ons leven, in ons geloven,

de liefde van God.

Aan ons eind en nieuw beginnen,

de barmhartigheid van God

om ons te ontvangen en thuis te brengen.

Amen.

6. ‘

Behoed en bewaar Jij ons’

2

Behoed en bewaar Jij ons, lieve God,

wees met ons in al het lijden.

Wees warmte en licht,

een mens’lijk gezicht

nabij ons in donk’re tijden.

3

Behoed en bewaar Jij ons, lieve God,

en geef geloof en vertrouwen;

een vlam die niet dooft,

in vrede gelooft.

Geef dat wij daar zelf aan bouwen.

4

Behoed en bewaar Jij ons, lieve God,

omgeef Jij ons met jouw zegen.

Wil in de woestijn

een bron voor ons zijn

en zet ons op nieuwe wegen.