Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

II - Gebeden voor elke dag van de week

1 Zondag

Zoals het licht

ons elke morgen

nieuw verschijnt,

ons wekt

en koestert

met zijn stralen, –

wek Gij God,

zo ook mij!

Zoals de zon

geen dag

ons in het donker laat, –

laat mij uw trouw

ook nu weer dagen!

Schep doorgang

door wat zorgen baart,

wat angst aanjaagt,

en zet mij

recht weer op mijn voeten:

niet moedeloos,

niet hopeloos verlamd,

maar opgericht,

met opgeheven hoofd

tot U,

mijn Zon,

mijn dag, mijn licht!

2 Maandag

Ik open mij

voor U, mijn God,

opdat uw Geest kan dalen

en in mij worden

tot mijn eigen adem.

Ik open mij

opdat de kracht

van wat U blijft bewegen

mij richting geeft.

Ik open mij

opdat uw wind

mij schonen zal

in alle hoeken van mijn hart,

tot in de diepten

waar ik zelf niet ga.

Ik open mij

opdat uw liefde

mij bezielen zal

en zo uw eigen Geest

in mij de woorden vindt

waarmee mijn hart en ziel

over uw schepping waakt.

3 Dinsdag

Wij leven

van wat Gij ons geeft,

bestaan tezamen met

wie Gij aan ons

hebt toevertrouwd.

In uw Naam

prijzen wij de dag

als kinderen van het licht.

Wij voeden ons

met wat is toegezegd:

een aarde volgroeid,

een wereld verzadigd,

een schepping voltooid.

Maak ons daarom

tot handlangers van U:

als wij elkaar

het brood breken,

de honger stillen;

als wij elkaar

het hart openen,

het oor lenen;

als wij elkaar

bemoedigen met hoop,

in leven houden

met trouw.

Wij heiligen uw Naam,

waar wij elkaar genadig zijn,

en waar barmhartigheid

kleur geeft ook deze dag;

en waar wij

het uitgesproken scheppingswoord

van licht en liefde

door het duister heen

voldragen.

Geef dat ook deze dag

wij nu al leven

met ons hart bij U.

4 Woensdag

Zijn wij U trouw,

kan wie wij zijn

en wat wij doen,

bestaan in het licht

van uw ogen?

Verhelder ons,

dat bij uw stralen

er voor ons

een weg is om te gaan,

bewogen door uw Geest.

Maak ons oprecht van hart,

trouw aan ons eigen woord

en mild van tong.

Uw Rijk zal komen –

dat niet wij het zijn

die het vertragen

door in gemak te aarden,

en door te blijven steken

in wat alom voorhanden is.

Vuur ook op deze dag ons aan,

dat wij volharden

in vertrouwen,

in de kracht van de liefde

geloven.

Wees zelf de vlam in ons hart,

zodat wij weten

hoezeer liefde ons geboden is.

5 Donderdag

Gij hebt ons

aan elkaar gegeven

en wekt ons uit de sluimer

van de eenzaamheid.

Waar onze naam genoemd wordt,

waait uw Geest.

Aanspreekbaar zijn wij

op een nieuwe naam:

kinderen van het Rijk

dat komen zal.

Bind ons met liefde

elkaar op het hart;

dan delen wij

in het leven van uw Zoon,

dan worden wij zijn lichaam

in deze wereld.

Dat onder ons

ook deze dag

uw wil geschiedt,

ja, dat elk van ons

het leven daartoe dient!

Dat bidden wij

om Hem in wie

te lezen staat

hoe Gij van mensen houdt.

6 Vrijdag

Wanneer geen kloof

zich dichten laat,

onoverkomelijk

de bergen zijn

van alle pijn en moeite, –

wees Gij alleen dan

onze God,

een schuilplaats

tegen weer en wind,

een stem die roept,

een hart dat weet.

Wanneer een mens

zich zo verlaten weet

dat hij in zwijgzaamheid verhardt, –

wanneer een mens

zich zo verraden weet

dat zelfs uw Naam gemeden wordt, –

laat dan de woorden

van uw Zoon

ons in het hart geschreven staan:

ons leven in uw handen

aanbevolen.

Uw liefde heeft Hem toegedekt,

voor al de kou

tot in de dood;

ook ons bewaart Gij

voor de nacht die blijft.

Laat deze dag opnieuw

voor ons daarvan

een teken zijn.

7 Zaterdag

Dat Gij zult komen

om de wereld recht te doen, –

is ons verlangen.

Dat Gij zult komen

en niet vergeet

al dat onschuldig bloed

dat van de aarde roept, –

is onze troost.

Dat Gij zult komen

om te rechten,

wie nog gebukt gaan

onder het overwicht

en de zwaarwichtigheid van mensen, –

is onze hoop.

Dat Gij zult komen

om te snoeien

wat aan wreedheid woekert, –

is ons gebed.

Als Gij zult komen,

wordt alleen uw liefde

onderdak

voor heel een wereld –

is ons vertrouwen.

Dat Gij zult komen,

bidden wij ook deze dag;

dat Gij zult komen

om al ons tekort

te bedekken met uw tegoed.

Kom dan vandaag,

want, God, wij dorsten

om te weten

wie Gij zijt.

8 Zondag

God, die de zon aan de hemel hebt gesteld

om de aarde te verwarmen

en de mensen te verlichten,

geef ons een dag van vrede en inkeer,

van rust na het werk van alledag.

Wij bidden dat onze rust geen luiheid wordt,

dat onze geest wakker blijft om U te loven

en om in de week die komt,

met vindingrijkheid en vreugde

onze naasten, ver weg en dichtbij,

van dienst te zijn en te verblijden

met liefde en in gerechtigheid.

Uw Koninkrijk kome.  Amen.

9 Maandag

Verre God, nabije God,

wij weten dat U groot en machtig bent,

maar niet te trots om naar ons om te zien.

Leer ons eerbied hebben

voor alles wat klein en machteloos is,

voor zwakke mensen en arme kinderen,

voor dieren die naar de slachtbank gaan

en bomen die liefdeloos worden geveld.

Hoe klein zijn wij zelf in onze hoogmoed.

Geef ons een groot en eerlijk hart,

geef onze handen kracht

om te zegenen en te genezen.

Uw Koninkrijk kome. Amen.

10 Dinsdag

God die niet altijd toornig blijft,

wij hebben ons terecht uw woede op de hals gehaald

door niet te leven naar uw Woord.

Nu zitten we met de brokken

van een wereld in wanorde,

met het leed van een bitter bestaan.

Ga niet met ons in het gericht,

maar help ons overeind en troost ons.

En als wijzelf in woede ontsteken,

laat het dan zijn om het onrecht,

de ongelijkheid, de tweedracht,

ja alles wat mensen van elkaar verwijdert.

Laat ons niet rusten voordat zij allen één zijn

in U en met elkaar.

Uw Koninkrijk kome. Amen.

11 Woensdag

Goede God,

die de aarde gezegend hebt

met alles waarvan wij leven,

wij willen eerlijke rentmeesters zijn

en niet meer nemen dan ons toekomt,

want gulzigheid leidt tot verderf

en gretigheid is nooit verzadigd.

Geef ons de wijsheid om in eenvoud te leven.

Laat ons een licht opgaan

en leer ons het ware vasten, dat is:

ons brood delen met de hongerige,

de vluchteling onderdak geven

en de verdrukte zijn vrijheid laten.

Dan bidden wij met recht:

uw Koninkrijk kome. Amen.

12 Donderdag

God van liefde en trouw,

die de mensen aan elkaar gegeven hebt,

opdat zij zich in elkaars nabijheid zouden verheugen

en elkaar zouden bijstaan

in goede en slechte tijden,

wij bidden U voor alle mensen

die het slachtoffer zijn van wellust en geweld,

daardoor het geloof in de liefde verloren

en hun medemensen niet meer vertrouwen.

Herstel de slachtoffers in hun waardigheid

als mensen uit één stuk, ongebroken.

Breek de moedwil van de daders

en wees hun genadig als zij schuldig staan

voor U en voor de mensen.

Laat ons zelf een bron van vreugde zijn

voor ongelukkigen en gelukzoekers,

een oase van verwachting voor de hopelozen.

Uw Koninkrijk kome. Amen.

13 Vrijdag

Vrijgevige God, die ieder zijn deel gunt,

geld is de wortel van alle kwaad

en gierigheid is als het graf inhalig.

Maak ons tot gulle gevers

en tot vorstelijke ontvangers.

Laat al uw mensen onbezorgd mogen leven

als de bloemen op het veld,

als de vogels in de bomen.

Wij gedenken met onze gaven

allen die door onze hebzucht hun deel niet krijgen,

en nemen ons aandeel in de strijd om gerechtigheid

van wie daar reikhalzend naar uitzien.

Uw Koninkrijk kome. Amen.

14 Zaterdag

God van Israël en de volken,

rechtvaardig en barmhartig als Gij zijt,

hebt Gij de sabbat gegeven

als een geluksdag voor mens en dier.

Wij danken U voor uw geduld

met een mensheid die steeds weer

zichzelf in het ongeluk stort.

Wij willen onze twisten bijleggen,

onze afgunst sussen,

onze boosheid kalmeren en vrede stichten.

Dan mogen wij eten en drinken en vrolijk zijn

in de geest van de lofprijzing

en in de blijde verwachting

van uw Koninkrijk dat komt. Amen.

15 Zondag

Heer God, wij danken U voor de geest die ons wekt,

voor het licht van deze dag waarbij wij mogen leven,

voor de geborgenheid in uw scheppende liefde.

16 Maandag

Wanneer wij uw hemel zien, het werk van uw handen,

wat is dan de mens, o Heer, dat Gij hem gedenkt?

Laat ons stil worden onder uw bescherming.

17 Dinsdag

Het is goed – de groene aarde vol van uw goedheid,

ondanks de gebrokenheid van het mensenbestaan.

Leer ons steeds opnieuw uw goedheid te prijzen.

18 Woensdag

Wees ons een helder licht in het donker om ons heen;

leid ons op uw weg en laat ons leven in uw waarheid.

Verlicht ons leven met de glans van uw liefde.

19 Donderdag

Midden in het leven dat om ons heen is, o Heer,

mogen wij er zijn om te beheren en te bewaren, in uw naam.

Leer ons verantwoordelijk te zijn voor wie na ons komen.

20 Vrijdag

Als in een tuin geborgen en beschut voor kwaad,

in stille vrede samenlevend, mensen, dieren, bloemen.

Laat het visioen van uw hof ons nooit ontbreken.

21 Zaterdag

Als mensen voor uw aangezicht, o God,

dat wij U niet beschaamd maken, dat wij uw kinderen zijn.

Laat ons niet verloren gaan, buiten de goedheid van uw ogen.

22 Zondag

Gezegende God,

Gij die mensen roept

om elkaar bij te staan

en elkaar lief te hebben,

gun ons een vrede

die alle verstand te boven gaat

in stad en land,

in huis en hof.

Bewaar ons voor overmoed,

onverstand en onrecht,

opdat wij leven

van ootmoed en genade alleen.

23 Maandag

Gezegende God,

Naam in ons midden

die de stilte vult,

uw Woord reikt verder

dan onze horizon

en waait op de adem van uw Geest

naar alle windstreken.

Wees met al uw dienaren,

uw getuigen in oost en west,

noord en zuid,

en maak ons dienstbaar

in gerechtigheid en goedheid

aan alle mensen

ver weg en dichtbij.

24 Dinsdag

Gezegende God,

schepper van hemel en aarde

en onderhouder van al wat leeft,

leer ons het werk van uw handen

te ontzien,

zodat wij zorgvuldig en zorgzaam

omgaan met water en vuur,

lucht en aarde.

Vergeef ons onze kille manier

van leven en werken

en bekeer ons,

opdat de zin van het leven

ons niet ontgaat.

25 Woensdag

Gezegende God,

beschermer van zwakken en verdrukten,

geef ons een oog voor het nietige,

het minuscule leven,

want het grote zijn wij niet waard

als wij het kleine niet eren.

Geef ons een hart

dat eensgezind is

met hen die vechten

voor een menswaardig bestaan

hier en in alle landen.

26 Donderdag

Gezegende God,

die spreekt met gezag,

behoed de plaats waar wij wonen,

haar bestuurders

en haar bewoners.

Dat zij allen in wijsheid toenemen

ten behoeve van een rechte samenleving.

Wees met hen die vallen

tussen de wal van de wet

en het schip van staat,

de zoekers en de zwervers,

de vreemdelingen en bijwoners.

Schep ruimte voor een volledig leven

en maak ons strijdbaar in dienstbetoon.

27 Vrijdag

Gezegende God,

Gij die de harten opent

en hervormingsgezind maakt,

schuif weg het gordijn

van onvrede, onkunde en onmacht,

dat ons scheidt

van onze broeders en zusters

in alle werelddelen.

Beteugel tomeloze driften

en maak ons bereid

tot saamhorigheid in eenvoud

als kenmerk van het ware.

28 Zaterdag

Gezegende God,

genezer en bevrijder,

wij bidden voor hen,

die aan het einde zijn van hun krachten,

om verlossing en uitredding.

Geef glorie aan de ouden van dagen,

want zij zijn ons voorgegaan

in wijsheid, liefde en zorg voor het bestaan.

Gij die alle namen telt,

laat ons niet vallen

dan in uw hand.

29 Zondag – vernieuwing van de kerk

Houd ons zo dicht bij U

en zo bijeen, o God,

dat wij bewogen raken

en in beweging blijven

door wat Gij voor hebt

met uw oecumene,

uw bewoonde wereld,

waarin uw kerk bedoeld is

als teken van uw vrede,

als een voorpost van uw toekomst;

verenig ons tot de dienst aan U,

laat de dienst aan U ons verenigen.

30 Maandag – gerechtigheid wereldwijd

Van U is de aarde, God,

en dus van ons allen samen,

in noord en zuid,

in oost en west;

houd de onrust in ons levend

dat wij deel uitmaken

van een minderheid

die op kosten van de schepping

zich te goed doet

aan wat Gij bestemd hebt

voor alle mensen,

en maak ons bereid te leren

ons leven zo te herzien

dat wat wij het onze noemen

ook ten goede komt

aan de meerderheid

die minder heeft.

31 Dinsdag – verarming in Nederland

O God, geef ons de moed

in verzet te komen

wanneer mensen bekneld raken

en de samenleving aangetast wordt

door wat niet te rechtvaardigen is;

help ons vol te houden

dat armoede onrecht is

en dat wij allen verarmen

als mensen onder ons tekort komen;

breng ons te binnen

dat gerechtigheid een prijs heeft

en dat van ons gevraagd wordt

die prijs ook te betalen.

32 Woensdag – de pluriforme samenleving

Gij hebt ons doen dromen

van een veelkleurige gemeenschap

van volkeren, van mensen,

waarin allen tot hun recht komen

en wij elkaar verrijken;

wek ons op, God,

dat wij die droom verwerkelijken,

niet met grootse woorden,

maar met nuchtere daden:

muren slechten,

grenzen doorbreken,

kloven overbruggen,

vooroordelen uit de weg ruimen,

vrees voor vreemden overwinnen,

en dit alles te beginnen bij onszelf.

33 Donderdag – gelijkwaardigheid van vrouwen en mannen

God van Sara en Abraham,

van Ruth en David,

van Ester en Daniël,

van Maria en de apostelen,

leer ons uw verhaal van voren af aan

zo opnieuw te lezen en te vertellen,

dat vrouwen bemoedigd worden,

mannen nieuwe inzichten opdoen

en gelijkwaardigheid een zorg wordt van ons allen, vrouwen en mannen samen.

34 Vrijdag – verzoening en vrede

Gij die bewogen zijt

om uw goede aarde,

versterk de weerzin en de weerstand

tegen wat uw levenswerk vernielt,

wakker aan de wil tot vrede,

houd in leven de hoop op U

en zegen ons, God,

met vindingrijkheid en volharding.

35 Zaterdag – bescherming van natuur en milieu

Omring met uw liefdevolle zorg, God,

allen die zich aan U hebben toevertrouwd;

wil ons zo doordringen van uw liefde

dat wij zorgzaam zijn voor elkaar

en leren om te gaan

met uw kostbare en kwetsbare schepping.