Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

VI - Gebeden in de nacht

79

Heer, onze God,

geef ons een rustige nacht,

veilig onder uw bescherming.

Wij denken aan hen

die vannacht moeten werken,

aan de mensen die ziek zijn,

aan wie niet kunnen slapen van de zorgen.

Wees voor hen allen een bron van troost,

van kracht en bemoediging.

Blijf met uw zegen bij onze wereld

en waak over uw schepping,

deze nacht en tot in eeuwigheid.

80

Nu het nacht is geworden,

beseffen wij hoezeer wij uw licht nodig hebben

en daarom bidden wij U:

maak ons open en ontvankelijk voor uw licht,

zodat het in ons kan binnenstromen;

verjaag alles wat ons leven donker maakt

en breng aan het licht

wat ons nog in de weg staat en verhindert

ons leven door U te laten bepalen.

Wij bidden U voor alle mensen

die opzien tegen het donker van de nacht,

voor hen die gebukt gaan onder zorgen

die ze niet durven loslaten,

voor hen die ernstig ziek zijn

en zich niet durven toevertrouwen aan de slaap,

omdat ze bang zijn voor de dood,

voor hen die lijden aan slapeloosheid,

voor hen die geen goede plek hebben om te slapen:

de daklozen en de zwervers,

veraf maar ook dichtbij.

Zegen hen allen met het licht van uw ogen

en doordring hen met uw vrede.

Bewaar ons allen deze nacht

en rust ons toe

om, als de nieuwe dag komt,

iets van uw licht

te kunnen verspreiden

in alles wat ons te doen staat.

81

Heer van de waarheid,

laten de edelmoedige dingen die wij deden

ons de innerlijke vrede geven

om onze kwalijkheden onder ogen te zien.

Laat het licht dat wij in ons hart meedragen

ons de moed verschaffen

het duister te boven te komen.

Laten de beproevingen die wij doorstonden

als boete mogen dienen

voor al wat wij achterwege lieten.

Laat de wijsheid die wij mochten verwerven

ons genezen van de schade,

aangericht door wat wij nĂ­et begrepen hebben.

En laat ons verlangen om de weg te gaan

ons uw vriendschap doen winnen,

zodat wij de voltooiing bereiken

tot lof van het grenzeloze Licht.

82

Velen zeggen: wie zal ons het goede doen zien?

Verhef over ons het licht uws aanschijns, o Here!

Gij hebt meer vreugde in mijn hart gegeven

dan toen hun koren en most overvloedig waren.

In vrede kan ik mij te ruste begeven

en aanstonds inslapen,

want Gij alleen, o Here, doet mij veilig wonen.

83

Als met vet en merg word ik verzadigd,

mijn mond looft met jubelende lippen,

wanneer ik Uwer gedenk op mijn legerstede,

in nachtwaken over U peins.

Want Gij zijt mij een hulp geweest,

in de schaduw van uw vleugelen jubel ik.

84

In uw hand beveel ik mijn geest;

Gij verlost mij, Here, getrouwe God.