Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

VII - Gebeden bij de maaltijd

85

Aller ogen wachten op U, o Heer,

en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd.

Gij doet uw hand open

en verzadigt met welbehagen al wat leeft.

86

Here God, hemelse Vader,

zegen ons en deze uwe gaven

die wij uit uw milde goedheid ontvangen.

Door Jezus Christus, onze Heer.

87

Dankt de Heer, want Hij is goed

en zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid;

die spijze geeft aan al wat leeft,

die het vee zijn voeder geeft,

de jonge raven als zij roepen.

Hij heeft geen behagen in de kracht van het paard,

geen welgevallen aan de benen van een man;

de Heer heeft welbehagen in wie Hem vrezen

en op zijn goedheid hopen.

88

Wij danken U, Heer onze God en Vader,

door Jezus Christus, onze Heer

voor al uw weldaden,

U die leeft en regeert in eeuwigheid.

89

Looft de Heer, want Hij is goed,

want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

90

Geprezen zijt Gij, Heer onze God, Koning der wereld,

die het brood uit de aarde doet voortkomen.

91

Heer, almachtige God, die alles geschapen hebt

en nog door uw goddelijke kracht onderhoudt,

en het volk Israël in de woestijn gespijzigd hebt,

wil uw zegen uitstrekken over ons,

uw arme dienaren.

Heilig deze gaven,

die wij van uw milde hand ontvangen,

opdat wij die matig en heilig

naar uw goede wil gebruiken

en daardoor belijden dat Gij onze Vader

en de oorsprong van alle goed zijt.

Geef ook dat wij altijd en bovenal zoeken

het geestelijke brood van uw Woord,

waarmee onze zielen gespijzigd worden

tot het eeuwige leven,

dat Gij ons bereid hebt door het heilige bloed

van uw lieve Zoon, onze Heer, Jezus Christus.

[Onze Vader ...]

92

Heer, zegen deze spijs, want Gij zijt goed

en wilt ons lichaam sparen van de dood.

Gij geeft ons elke dag ons daaglijks brood,

dat het ons leven onderhoudt en voedt.

Heb dank, Heer, want Gij maakt ons deelgenoot

aan heel de wereld en haar overvloed

van waaiend koren en van zomergloed,

van al wat uit uw milde aarde sproot.

Gij die de gever zijt, wees onze gast,

die onze meester zijt, zit bij ons aan:

beheers de zinnen, matig onze toorn,

dat er geen nijd en tweedracht in ons wast,

maar de gemeenschap van uw heilig koren,

het eeuwig wonder van uw tarwegraan.

93

kind:

Wij danken U voor het brood

dat U aan ons hebt willen geven;

wij danken U voor het brood

dat U voor ons hebt willen zijn.

Wij danken U voor de wijn

die U aan ons hebt willen schenken;

wij danken U voor de wijn

die U voor ons hebt willen zijn.

volwassene:

Leer ons wegen te vinden

om anderen volop te laten delen

in wat wij ontvangen hebben.

En breng ons aan het eind

allen samen voor het grote feestmaal

in uw Rijk,

tot uw vreugde, tot ons geluk.

Want uw goedheid, Heer,

is hemelhoog en wereldwijd,

en uw aanwezigheid

is voor ons een bron van vreugde,

onuitputtelijk,

tot in eeuwigheid!

94

kind:

Dank U, Heer,

dat we samen aan tafel zitten

en in deze kleine kring

alles met elkaar delen

wat op tafel wordt gezet.

volwassene:

Wij bidden voor mensen

die elke dag alleen aan tafel gaan

en alleen eten,

die verlangen om met anderen

hun brood te delen.

Vandaag denken we aan hen.

96

God,

U omringt kleinen

en groten met uw zorg.

Leer ons eerbiedig

en dankbaar omgaan

met heel uw schepping

en met alle mensen.

Door Jezus Christus.

Amen.

97

Goede God,

kom met ons aan tafel,

zegen het eten,

spreek een woord

dat sterkt en troost,

en maak ons hart

en ons huis gastvrij.

Amen.

98

O Heer,

het eten staat dampend vóór ons op tafel

en het ruikt lekker.

Het water erbij is helder en fris.

Wij zijn gelukkig en tevreden.

Maar nu moeten wij

aan onze zusters en broeders

over de hele wereld denken,

die niets te eten hebben

en maar weinig te drinken.

Geef toch alstublieft uw voedsel

en uw drank aan allen.

Dat is het belangrijkste.

Geef hun wat ze nodig hebben,

iedere dag

om het leven door te komen.

Zoals U in de woestijn het volk Israël

eten en drinken hebt gegeven,

geef het zo ook

onze hongerige en dorstige broeders en zusters,

nu en altijd.

99

Voor alle goede gaven, Heer,

zij U de dank en eer.