III - Morgengebeden
De gebeden 45 en 51 zijn in het bijzonder geschikt om met kinderen te bidden.
36.
In uw handen, barmhartige God,
bevelen wij onszelf vandaag;
laat ons, van begin tot einde,
bewust zijn van uw aanwezigheid;
herinner ons eraan dat wij
in alle goeds dat we doen, U dienen;
maak ons attent en waakzaam,
zodat we in alles uw wil onderscheiden,
en die kennende, die ook vreugdevol vervullen,
tot eer en glorie van uw Naam,
door Jezus Christus, onze Heer.
37.
Meester, heilige en ondoorgrondelijke God,
Gij hebt bevel gegeven aan het licht
om te stralen in de duisternis.
Gij hebt ons doen uitrusten in de slaap,
maar ons gewekt om U te verheerlijken
en uw goedheid aan te roepen.
Laat U bewegen door uw eigen barmhartigheid
en neem ons aan, nu wij U aanbidden
en U danken naar de mate van onze kracht,
en aanvaard alle gebeden voor ons heil.
Maak ons tot kinderen van het Licht
en van de volle dag,
als erfgenamen van uw eeuwige goederen.
Gedenk, Heer, in de volheid van uw barmhartigheid,
geheel Uw volk dat hier aanwezig is om te bidden.
Gedenk al onze broeders en zusters die overal,
te land of ter zee, uitzien naar uw genade en hulp.
en schenk ons allen uw grote barmhartigheid,
opdat wij, gered naar lichaam en ziel,
uw wonderbare en hooggeloofde Naam
mogen verheerlijken:
Vader, Zoon en heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
38.
Bij het eerste ochtendgloren
prijzen wij U, o Heer.
Gij zijt de Verlosser
van heel de schepping.
Geef ons in uw barmhartigheid
een dag, vol van vrede.
Vergeef ons onze schulden.
Laat onze hoop geen schipbreuk lijden.
Verberg U niet voor ons.
In uw zorgzame liefde draagt Gij ons.
Laat ons niet los,
zoals wij het eigenlijk verdienen.
Gij alleen kent onze zwakheid.
O God, verlaat ons niet.
39.
Zoals Gij ons de hele nacht bewaard hebt
en ons het daglicht liet bereiken,
bewaar ons, o Heer,
in heil en vrede,
zonder zonde en verzoeking,
Gij barmhartige,
God onze Heer.
Wij verheffen en prijzen U,
alle hemellegers prijzen U,
de engelen loven U.
Wij verheffen U,
wij noemen U heilig,
onze Vader, onze Heer,
onze God en onze Schepper.
40.
Ik dank U, mijn hemelse Vader,
door Jezus Christus, uw geliefde Zoon,
dat Gij mij deze nacht voor alle kwaad
en alle gevaren hebt bewaard.
Ik bid U dat Gij mij deze dag ook wilt bewaren
voor zonden en alle kwaad,
opdat al mijn doen en laten U welgevallig is.
Ik beveel mijzelf, mijn lichaam, mijn ziel en alles
in uw handen aan.
Mogen uw heilige engelen met mij zijn,
opdat de boze vijand geen macht over mij krijgt.
41.
Heer Jezus,
ik draag U op:
mijn hele dag,
mijn werk, mijn strijd,
mijn vreugde en verdriet.
Laat mij door U denken,
met U werken,
in U leven.
Laat mij U beminnen
met heel mijn hart
en U dienen
met al mijn krachten.
Die genade vraag ik ook
voor allen die mij dierbaar zijn,
opdat ook zij U verheerlijken.
Sta ons allen bij met uw genade
en bewaar ons in uw liefde en vrede,
vandaag en alle dagen.
42.
Gij hebt mij 't eerst bemind, o God.
De hele dag,
het hele leven door
bemint Gij mij het eerst.
Als ik in de morgen ontwaak
en mijn ziel zich tot U wendt,
zijt Gij de eerste:
Gij hebt mij 't eerst bemind.
Als in de dageraad
ik opsta van mijn bed
en op datzelfde ogenblik
mij biddend richt tot U,
zijt Gij mij voor:
Gij hebt mij 't eerst bemind.
Als in de dag ik mij onttrek
aan de verstrooiing van het leven,
mijn ziel tot inkeer breng
en denk aan U,
dan denkt Gij reeds aan mij:
Gij hebt mij 't eerst bemind.
En ik, ondankbaar mens,
die altijd denk en spreek
alsof Gij maar één keer
het eerst mij hebt bemind.
43.
Vandaag wil ik U danken,
danken zomaar omdat U er bent.
Ben ik eenzaam of verlaten,
dan bent U voor mij een thuis.
Ben ik moe en uitgeput,
dan geeft Gij nieuwe kracht.
Ben ik soms hard en koud,
dan zijt Gij dooi en warmte.
Ben ik angstig en vol twijfel,
dan zijt Gij zekerheid.
Mijn dromen en verlangens
blijven bij U steeds levend.
Mijn vreugde en blijdschap
kan ik met U delen.
Loop ik op drijfzand,
Gij zijt mijn vaste grond.
Sluit ik me op,
Gij gooit de ramen open.
Loop ik soms weg,
Gij holt mij achterna.
Blijf ik koppig staan,
Gij trekt mij voort.
Mijn spanning, afkeer en berouw
kan ik bij U ontladen.
Is alles donker rondom mij,
dan zijt Gij licht en hoop.
Ik dank U omdat Gij de ruimte zijt
waarin ik leef.
Ik dank U omdat Gij de adem zijt
waardoor ik leef.
Ik dank U omdat Gij degene zijt
voor wie ik leef.
Ik dank U omdat Gij mij hebt geleerd
waarom ik leef.
Ik dank U omdat Gij er zijt.
44.
Vaag weg de sporen van de nacht.
Verjaag de dood uit mij.
Maak mij helder
als de dag die is verschenen.
Doe mij U zien
die zelf verschenen zijt
in het licht van deze dag gehuld.
Doe mij lachen,
hef mijn hart omhoog,
verheug mij.
Doe mij hier zijn,
maak mij aanwezig.
Stel mij aansprakelijk voor mensen.
Dat ik volhard
in aandacht en mededogen.
Dat ik niet raak afgestompt
door pijn en zorgen.
Dat mij niet begeeft
de kracht tot liefde.
Verhaast de dag van de gerechtigheid.
Zie het niet langer aan
dat her en der in deze wereld
mensen gemarteld worden,
kinderen gedood;
dat wij de aarde schenden
en elkaar het licht ontroven.
Wek in ons geweten
woede en schaamte,
dat wij omkeren,
terug naar uw woord.
45.
Lieve God, U danken wij
voor alle fijne dingen,
voor het licht van deze dag,
voor de mensen die ons helpen,
voor alles wat goed is of mooi.
Geef ons allemaal
dat wij ook vandaag
weer iets zien of horen
waar we blij mee zijn,
waar we anderen blij mee maken.
46.
Barmhartige, eeuwige God en Vader,
wij danken U,
dat Gij ons deze nacht genadig bewaard hebt
en ons deze dag weer schenkt.
Behoed ons op alle wegen,
die we zullen gaan
en laten wij deze dag
in uw dienst mogen doorbrengen.
Leer ons niets te zeggen,
te denken of te doen,
wat niet uw vaderlijke wil zou zijn,
opdat al ons werk
tot eer van uw heilige naam
en tot heil van onze naaste moge dienen.
Verlicht ons door uw heilige Geest,
opdat wij geleid worden
op de weg van uw gerechtigheid,
door Jezus Christus onze Heer.
47.
O Here, die het licht uitzendt om zijn pad te lopen,
die de zon doet opgaan over bozen en goeden,
over rechtvaardigen en onrechtvaardigen,
Gij die de dageraad schept,
de ganse wereld verlicht,
en heerst over alle dingen,
verlicht ook onze harten.
Geef ons op deze dag U welbehagelijk te zijn,
bewaar ons voor alle zonde en boze werken,
bescherm ons tegen alle pijl, die des daags vliegt,
en tegen elke vijandige macht.
Want Gij zijt onze ontfermer en verlosser,
en tot U zenden wij onze lofzegging op,
Vader, Zoon en heilige Geest,
nu en altijd
en van eeuwigheid tot eeuwigheid.
48.
Waardig en goed is het, dat wij U aanbidden,
almachtige God, die alle dingen hebt geschapen,
en dat wij U tezamen dankzeggen
voor al de weldaden,
welke wij van uw milde hand voortdurend ontvangen.
Gij hebt ons bewaard in deze nacht,
Gij hebt ons het morgenlicht geschonken,
en nu mogen wij voor U staan.
O Heer, wij loven U en willen U dienen,
op deze dag en geheel ons leven.
Wij onderwerpen ons aan uw goede en heilige wil.
Leid ons en bewaar ons in uw vrede en blijdschap
en in de vreze van uw Naam –
door Jezus Christus, onze Heer,
die met U en met de heilige Geest
in eeuwigheid geprezen zij.
49.
Getrouwe God en Vader,
die de kracht zijt der zwakken,
de beschermer der armen,
de troost van alle geslagenen en eenzamen,
die U ontfermt over allen
die verzocht worden en in zonde zijn gevallen,
zie in genade op ons neer,
nu, deze dag en al de dagen van ons aardse leven.
Schenk ons geloof,
vervul ons met uw liefde.
Sterk ons tot alle arbeid, waartoe Gij ons roept,
en stel ons tot een zegen.
Geleid ons op de weg die wij als pelgrims reizen,
en breng ons veilig door alle gevaren
tot het land van onze eeuwige bestemming,
door Jezus Christus, onze Heer.
50.
O barmhartige Vader, wij danken U,
dat Gij deze nacht zo getrouw over ons gewaakt hebt,
en bidden U, dat Gij ons voor deze nieuwe dag
wilt sterken door uw heilige Geest.
Laat die ons geleiden, opdat wij deze dag
en al de dagen van ons leven mogen besteden
tot alle gerechtigheid en heiligheid;
en dat, bij al wat wij ter hand nemen,
het steeds ons oogmerk zij uw eer te verbreiden
en de voorspoed alleen van uw milde hand te verwachten.
Wil ons daartoe naar uw belofte
om het heilig lijden en de bloedstorting
van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus
al onze zonden vergeven,
want zij zijn ons van harte leed.
Verlicht ook onze harten,
opdat wij,
alle werken der duisternis afgelegd hebbende,
als kinderen van het licht
in een nieuw leven mogen wandelen.
Geef ook uw zegen op de verkondiging
van uw goddelijk Woord.
Verstoor alle werken van de duivel.
Sterk alle kerkdienaars
en bekwaam de overheden van uw volk.
Troost alle vervolgde en benauwde harten,
door Jezus Christus, uw lieve Zoon,
die ons beloofd heeft dat Gij ons alles
wat wij U in zijn Naam vragen, zeker geven zult
[en ons alzo heeft leren bidden:
Onze Vader ...].
51.
O lieve Heer, ik ben zo blij
2
Dank, dat ik voor uw aangezicht,
de lieve lange dag,
met alle kind’ren van het licht
spelen en zingen mag.
3
O lieve Heer, ik ben zo blij
dat U mij steeds omringt.
U bent niet ver, U bent dichtbij,
dichtbij elk mensenkind.
52. Dank U, Heer, voor deze nieuwe dag,
dank U dat de dag het wint van de nacht,
dank U dat het licht het wint van de duisternis.
Wij bidden om geduld
met mensen die we vandaag tegenkomen.
Wij bidden om liefde
voor mensen met wie we vandaag te maken hebben.
Wij bidden, Heer,
omring ons met uw liefde.
Amen.