V - Avondgebeden
De gebeden 64, 65, 70, 74, 76 en 77 zijn in het bijzonder geschikt om met kinderen te bidden.
58.
Heer, blijf bij ons,
want het is avond en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij uw ganse kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons
met uw genade en goedheid,
met uw troost en zegen,
met uw Woord en Sacrament.
Blijf bij ons
wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons
in leven en in sterven,
in tijd en eeuwigheid.
59.
Blijf bij ons, Heer,
want de dag loopt ten einde
en de avond valt over ons neer.
Blijf bij ons, Heer,
want wij vrezen het duistere dreigen
van een nacht die een eeuwigheid duurt.
Blijf bij ons, Heer,
want wij wachten gespannen op de morgen
en wij weten niet of hij wel komt.
Blijf tot ons spreken, ook als wijzelf
door onheil vandaag woordloos zijn geworden.
Blijf naar ons omzien, wanneer onze ogen
speuren naar een lichtpunt in het donker.
Blijf naar ons luisteren, als wij U zeggen
wat wij nog aan niemand hebben toevertrouwd.
Blijf bij ons, Heer,
met een enkel woord, een eenvoudig gebaar
vol warmte en troost en gemeenschap.
Blijf bij ons, Metgezel,
ga met ons mee onderweg en vertel ons
het geheim van geloof, hoop en liefde.
Blijf bij ons, Vriend,
en help ons dat wij jóu niet verlaten
in al jouw eenzaamheid van deze nacht.
Blijf bij ons, blijf ons nabij, blijf bij ons.
60.
Heer, mijn God, ik dank U
dat deze dag voorbij is.
Ik dank U dat Gij ziel en lichaam rusten laat,
uw hand heeft mij beschermd en bewaard.
Vergeef mijn klein geloof
en alle onrecht deze dag bedreven,
en help mij allen te vergeven
die mij onrecht deden.
Laat mij in vrede slapen onder uw bescherming
en bewaar mij voor de dreiging
van de duisternis.
In uw handen leg ik
allen die ik liefheb,
dit huis,
mijn eigen lichaam en ziel.
God, uw heilige Naam zij geprezen.
Amen.
61.
De ene dag zegt de ander:
mijn leven is een reis
naar onbegrensde eeuwigheid.
Eeuwigheid,
mijn hart wil aan je wennen,
ik ben in deze tijd niet thuis.
62.
Gij die de nacht geslagen hebt,
Gij die het licht
hebt losgeslagen uit de duisternis
als water uit de rots,
doe mij in vrede rusten,
dat ik mij in dit donker
niet verloren waan,
dat ik mij niet gevangen geef aan dromen.
Nu is de nacht gevallen op de naakten
die door geen mensenhand ter wereld
zijn gekleed –
verduisterd zijn
uw naamgenoten in ons midden:
vreemdeling, vluchteling,
kinderen ongewenst.
Kome een nieuwe dag
over ons allen.
Kome uw koninkrijk.
Als over mij de nacht gekomen is
en ik dood zal zijn, een blinde vlek
in het geheugen van mijn zielsgeliefden,
laat mij geborgen zijn in U
die stilte zijt,
laat niet de tweede dood
over mij komen.
63.
Gestreden heb ik levenslang met U.
Ik vind geen andere vrede dan bij U,
Hitte des daags, weder zijt gij geweken.
Oase van de avond, thans bij U.
64.
Neem mij in uw hoede, Heer, vannacht.
Maak, dat wij gelukkige dagen mogen hebben.
Laat uw heilige engelen ons bewaren en bewaken.
Bescherm ons tegen gevaar
en doe ons in blijdschap ontwaken.
65.
’s Avonds als ik slapen ga,
volgen mij veertien engeltjes na:
twee aan mijn hoofdeind,
twee aan mijn voeteneind,
twee aan mijn rechterzij,
twee aan mijn linkerzij,
twee die mij dekken,
twee die mij wekken,
en twee die mij wijzen
naar ’s hemels paradijzen.
66.
Almachtige God, neem ons in uw heilige hoede
en bewaar ons al de dagen van ons leven.
Vermeerder en voltooi uw genade in ons,
totdat Gij ons gebracht hebt
tot de volkomen vereniging
met uw Zoon Jezus Christus, onze Heiland,
die de ware zon van onze ziel is,
die ons dag en nacht zonder ophouden
tot in eeuwigheid verlicht.
En opdat wij deze genade van U ontvangen mogen,
bidden wij U
dat Gij onze vroegere zonden niet meer wilt gedenken
en ze ons wilt vergeven
door uw oneindige barmhartigheid,
zoals Gij hun hebt toegezegd,
die U van ganser harte zoeken.
Verhoor ons, o God, onze Vader en Heiland,
door Jezus Christus, onze Heer.
67.
Heer, wij danken U in dit avonduur
dat Gij ons hebt gegeven
om onder uw bescherming deze dag te beëindigen;
dat Gij ons kracht gegeven hebt tot onze arbeid
en ons draagt door uw barmhartigheid.
Wij bidden U, Heer,
doe tot zegen worden
al wat ons benauwt en bezwaart.
Zoals de vruchten van het veld rijpen
onder zonneschijn, wind en wolken,
laat ons zo rijp worden voor uw oogst.
Wij bidden U, hemelse Vader,
dat Gij de glans van uw aangezicht
wilt laten schijnen
over de mensen, die wij liefhebben,
over de mensen, die wij moeilijk kunnen verdragen.
Van U zijn wij, in het licht en het donker der tijden.
Gij zegent onze uitgang en onze ingang,
in eeuwigheid.
68.
Heer,
kom,
en dek mij toe met de nacht.
Spreid uw genade over ons uit,
zoals U het beloofd hebt.
Uw beloften zijn meer
dan alle sterren aan de hemel,
uw genade is dieper dan de nacht.
Heer,
het wordt koud.
De nacht van deze aarde komt
met een adem van de dood.
De nacht komt,
het einde komt,
maar Jezus Christus komt ook.
Heer,
op Hem wachten wij,
dag en nacht.
69.
Ik voel de dag in mijn botten.
Dankbaar ben ik,
dat ik me mocht afsloven
voor een goede zaak,
en dat ik er geld voor kreeg.
Heer,
dat ik mijn stem kon gebruiken,
mijn schouders,
mijn armen,
mijn handen.
Heer,
ik ben zo moe.
Ik slaap al haast.
Halleluja voor de dag.
70.
kind:
Ik ben niet bang
voor het donker.
Wat kan het donker
mij doen?
Het licht komt weer
als ik wakker word.
Ik ben niet bang
om te dromen,
zelfs niet om te dromen
van leeuwen.
Wat kunnen dromen mij doen?
Die zijn weer voorbij
als ik wakker word.
volwassene:
Voorbij gaat het donker,
het licht zal komen.
Het licht van God
blijft tot in eeuwigheid.
71.
Heer, onze God,
Gij hebt de hemelen neergebogen
en Gij zijt afgedaald om ons te redden.
Zie ook nu neer op ons, uw volk.
Want voor U hebben wij ons hoofd gebogen,
ontzagwekkende en menslievende rechter.
Niet van mensen verwachten wij hulp,
maar wij hopen op uw genade
en zien uit naar uw verlossing.
Behoed ons deze avond en deze nacht
voor alles wat ons bedreigen kan,
voor angstige dromen en beklemmende gedachten.
Moge uw macht geloofd en geprezen zijn,
Vader, Zoon en heilige Geest,
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
72.
Nu alles om mij heen
rustig wordt en stil,
kom ik tot U, Heer.
Ik dank U,
want deze dag was goed:
dank voor het leven,
voor de mensen die ik heb ontmoet,
voor iedere kleine vreugde.
Ik dank U,
omdat Gij mij kracht hebt gegeven
in moeilijke ogenblikken.
Vergeef me,
indien ik vandaag
geen teken van uw liefde was.
Heel deze dag
leg ik dankbaar terug in uw handen.
73.
Deze dag is tot een eind gekomen.
Over de aarde verspreidt zich het donker,
nu de zon in het westen is ondergegaan.
Alle dingen keren terug tot hun oorsprong.
Uit de veelheid hebben wij ons losgemaakt
om ons te keren tot onszelf,
ons te keren tot U,
die de bron van ons leven wilt zijn.
Wij brengen U wat in ons is:
gedachten en zorgen,
vragen en angsten,
vreugde, verlangen en dank.
Wil het raken met uw zuiverende nabijheid.
Alle dingen mogen komen en gaan in de stilte –
emoties en beelden, ze trekken ons voorbij.
En als het denken even is vertrokken,
opent in de leegte zich ons hart.
Dat het duister ons niet zal verschrikken,
zo bidden wij nu,
dat het een geleide mag worden
op de weg naar U toe:
uw beschermende aanwezigheid
als een engel om ons heen.
Geef Gij het uw beminden in de slaap,
Gij, die zegent met vrede.
74. De dag gaat nu bij ons vandaan
2
Ook als de wereld donker ziet:
de Heer is in ons midden!
De duisternis verbergt Hem niet;
Hij hoort de kind’ren bidden.
3
Hij houdt het kwaad van ons vandaan,
bij Hem zijn wij geborgen.
Wij kunnen rustig slapen gaan,
en wachten op de morgen.
75.
Goede Jezus,
wanneer de dag naar de avond neigt,
en het daglicht verdwijnt in het nachtelijk duister,
begint alles mij tegen te staan,
wordt alles wat ik zie mij tot last.
Iemand spreekt en ik luister nauwelijks;
iemand klopt en ik hoor het bijna niet.
Mijn hart is zo hard als een rots,
mijn tong kleeft vast aan mijn gehemelte,
de bronader van mijn ogen is droog.
Dan open ik de Heilige Schrift,
ik noteer mijn overwegingen.
Dan snelt uw genade, goede Jezus, mij tegemoet.
Haar lichtende aanwezigheid verdrijft mijn duisternis,
mijn tegenzin is verdwenen,
de hardheid is doorbroken.
De tranen die ik schrei,
dragen hemelse vreugde mee.
76.
kind:
Wij gaan slapen, God,
want het wordt avond,
doen nu onze ogen dicht,
houden op met spelen
en met praten,
wachten morgen op het licht.
volwassene:
Wil ons in de nacht behoeden,
grote God die onze Vader zijt,
niet alleen onszelf
maar alle mensen,
nu en tot in eeuwigheid.
77.
kind:
Als de nacht komt,
gaan wij slapen.
volwassene:
Aan U vertrouwen wij ons toe.
Bij U is het licht
dat geen einde heeft.
78.
Ik dank U, hemelse Vader
door Jezus Christus, uw lieve Zoon,
dat U mij deze dag genadig bewaard hebt,
en ik bid U:
wil mij al mijn zonden vergeven,
alles waarin ik onrecht gedaan heb,
en wil mij deze nacht genadig bewaren.
Want in uw handen beveel ik mij,
mijn lichaam en ziel en alles;
laat uw heilige engel bij mij zijn,
zodat de boze vijand geen macht over mij krijgt.