Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

V - Avondgebeden

58

Heer, blijf bij ons,

want het is avond en de nacht zal komen.

Blijf bij ons en bij uw ganse kerk

aan de avond van de dag,

aan de avond van het leven,

aan de avond van de wereld.

Blijf bij ons

met uw genade en goedheid,

met uw troost en zegen,

met uw Woord en Sacrament.

Blijf bij ons

wanneer over ons komt

de nacht van beproeving en van angst,

de nacht van twijfel en aanvechting,

de nacht van de strenge, bittere dood.

Blijf bij ons

in leven en in sterven,

in tijd en eeuwigheid.

59

Blijf bij ons, Heer,

want de dag loopt ten einde

en de avond valt over ons neer.

Blijf bij ons, Heer,

want wij vrezen het duistere dreigen

van een nacht die een eeuwigheid duurt.

Blijf bij ons, Heer,

want wij wachten gespannen op de morgen

en wij weten niet of hij wel komt.

Blijf tot ons spreken, ook als wijzelf

door onheil vandaag woordloos zijn geworden.

Blijf naar ons omzien, wanneer onze ogen

speuren naar een lichtpunt in het donker.

Blijf naar ons luisteren, als wij U zeggen

wat wij nog aan niemand hebben toevertrouwd.

Blijf bij ons, Heer,

met een enkel woord, een eenvoudig gebaar

vol warmte en troost en gemeenschap.

Blijf bij ons, Metgezel,

ga met ons mee onderweg en vertel ons

het geheim van geloof, hoop en liefde.

Blijf bij ons, Vriend,

en help ons dat wij jóu niet verlaten

in al jouw eenzaamheid van deze nacht.

Blijf bij ons, blijf ons nabij, blijf bij ons.

60

Heer, mijn God, ik dank U

dat deze dag voorbij is.

Ik dank U dat Gij ziel en lichaam rusten laat,

uw hand heeft mij beschermd en bewaard.

Vergeef mijn klein geloof

en alle onrecht deze dag bedreven,

en help mij allen te vergeven

die mij onrecht deden.

Laat mij in vrede slapen onder uw bescherming

en bewaar mij voor de dreiging

van de duisternis.

In uw handen leg ik

allen die ik liefheb,

dit huis,

mijn eigen lichaam en ziel.

God, uw heilige Naam zij geprezen.

Amen.

61

De ene dag zegt de ander:

mijn leven is een reis

naar onbegrensde eeuwigheid.

Eeuwigheid,

mijn hart wil aan je wennen,

ik ben in deze tijd niet thuis.

62

Gij die de nacht geslagen hebt,

Gij die het licht

hebt losgeslagen uit de duisternis

als water uit de rots,

doe mij in vrede rusten,

dat ik mij in dit donker

niet verloren waan,

dat ik mij niet gevangen geef aan dromen.

Nu is de nacht gevallen op de naakten

die door geen mensenhand ter wereld

zijn gekleed –

verduisterd zijn

uw naamgenoten in ons midden:

vreemdeling, vluchteling,

kinderen ongewenst.

Kome een nieuwe dag

over ons allen.

Kome uw koninkrijk.

Als over mij de nacht gekomen is

en ik dood zal zijn, een blinde vlek

in het geheugen van mijn zielsgeliefden,

laat mij geborgen zijn in U

die stilte zijt,

laat niet de tweede dood

over mij komen.

63

Gestreden heb ik levenslang met U.

Ik vind geen andere vrede dan bij U,

Hitte des daags, weder zijt gij geweken.

Oase van de avond, thans bij U.

64

Neem mij in uw hoede, Heer, vannacht.

Maak, dat wij gelukkige dagen mogen hebben.

Laat uw heilige engelen ons bewaren en bewaken.

Bescherm ons tegen gevaar

en doe ons in blijdschap ontwaken.

65

’s Avonds als ik slapen ga,

volgen mij veertien engeltjes na:

twee aan mijn hoofdeind,

twee aan mijn voeteneind,

twee aan mijn rechterzij,

twee aan mijn linkerzij,

twee die mij dekken,

twee die mij wekken,

en twee die mij wijzen

naar ’s hemels paradijzen.

66

Almachtige God, neem ons in uw heilige hoede

en bewaar ons al de dagen van ons leven.

Vermeerder en voltooi uw genade in ons,

totdat Gij ons gebracht hebt

tot de volkomen vereniging

met uw Zoon Jezus Christus, onze Heiland,

die de ware zon van onze ziel is,

die ons dag en nacht zonder ophouden

tot in eeuwigheid verlicht.

En opdat wij deze genade van U ontvangen mogen,

bidden wij U

dat Gij onze vroegere zonden niet meer wilt gedenken

en ze ons wilt vergeven

door uw oneindige barmhartigheid,

zoals Gij hun hebt toegezegd,

die U van ganser harte zoeken.

Verhoor ons, o God, onze Vader en Heiland,

door Jezus Christus, onze Heer.

67

Heer, wij danken U in dit avonduur

dat Gij ons hebt gegeven

om onder uw bescherming deze dag te beëindigen;

dat Gij ons kracht gegeven hebt tot onze arbeid

en ons draagt door uw barmhartigheid.

Wij bidden U, Heer,

doe tot zegen worden

al wat ons benauwt en bezwaart.

Zoals de vruchten van het veld rijpen

onder zonneschijn, wind en wolken,

laat ons zo rijp worden voor uw oogst.

Wij bidden U, hemelse Vader,

dat Gij de glans van uw aangezicht

wilt laten schijnen

over de mensen, die wij liefhebben,

over de mensen, die wij moeilijk kunnen verdragen.

Van U zijn wij, in het licht en het donker der tijden.

Gij zegent onze uitgang en onze ingang,

in eeuwigheid.

68

Heer,

kom,

en dek mij toe met de nacht.

Spreid uw genade over ons uit,

zoals U het beloofd hebt.

Uw beloften zijn meer

dan alle sterren aan de hemel,

uw genade is dieper dan de nacht.

Heer,

het wordt koud.

De nacht van deze aarde komt

met een adem van de dood.

De nacht komt,

het einde komt,

maar Jezus Christus komt ook.

Heer,

op Hem wachten wij,

dag en nacht.

69

Ik voel de dag in mijn botten.

Dankbaar ben ik,

dat ik me mocht afsloven

voor een goede zaak,

en dat ik er geld voor kreeg.

Heer,

dat ik mijn stem kon gebruiken,

mijn schouders,

mijn armen,

mijn handen.

Heer,

ik ben zo moe.

Ik slaap al haast.

Halleluja voor de dag.

70

kind:

Ik ben niet bang

voor het donker.

Wat kan het donker

mij doen?

Het licht komt weer

als ik wakker word.

Ik ben niet bang

om te dromen,

zelfs niet om te dromen

van leeuwen.

Wat kunnen dromen mij doen?

Die zijn weer voorbij

als ik wakker word.

volwassene:

Voorbij gaat het donker,

het licht zal komen.

Het licht van God

blijft tot in eeuwigheid.

71

Heer, onze God,

Gij hebt de hemelen neergebogen

en Gij zijt afgedaald om ons te redden.

Zie ook nu neer op ons, uw volk.

Want voor U hebben wij ons hoofd gebogen,

ontzagwekkende en menslievende rechter.

Niet van mensen verwachten wij hulp,

maar wij hopen op uw genade

en zien uit naar uw verlossing.

Behoed ons deze avond en deze nacht

voor alles wat ons bedreigen kan,

voor angstige dromen en beklemmende gedachten.

Moge uw macht geloofd en geprezen zijn,

Vader, Zoon en heilige Geest,

nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

Amen.

72

Nu alles om mij heen

rustig wordt en stil,

kom ik tot U, Heer.

Ik dank U,

want deze dag was goed:

dank voor het leven,

voor de mensen die ik heb ontmoet,

voor iedere kleine vreugde.

Ik dank U,

omdat Gij mij kracht hebt gegeven

in moeilijke ogenblikken.

Vergeef me,

indien ik vandaag

geen teken van uw liefde was.

Heel deze dag

leg ik dankbaar terug in uw handen.

73

Deze dag is tot een eind gekomen.

Over de aarde verspreidt zich het donker,

nu de zon in het westen is ondergegaan.

Alle dingen keren terug tot hun oorsprong.

Uit de veelheid hebben wij ons losgemaakt

om ons te keren tot onszelf,

ons te keren tot U,

die de bron van ons leven wilt zijn.

Wij brengen U wat in ons is:

gedachten en zorgen,

vragen en angsten,

vreugde, verlangen en dank.

Wil het raken met uw zuiverende nabijheid.

Alle dingen mogen komen en gaan in de stilte –

emoties en beelden, ze trekken ons voorbij.

En als het denken even is vertrokken,

opent in de leegte zich ons hart.

Dat het duister ons niet zal verschrikken,

zo bidden wij nu,

dat het een geleide mag worden

op de weg naar U toe:

uw beschermende aanwezigheid

als een engel om ons heen.

Geef Gij het uw beminden in de slaap,

Gij, die zegent met vrede.

75

Goede Jezus,

wanneer de dag naar de avond neigt,

en het daglicht verdwijnt in het nachtelijk duister,

begint alles mij tegen te staan,

wordt alles wat ik zie mij tot last.

Iemand spreekt en ik luister nauwelijks;

iemand klopt en ik hoor het bijna niet.

Mijn hart is zo hard als een rots,

mijn tong kleeft vast aan mijn gehemelte,

de bronader van mijn ogen is droog.

Dan open ik de Heilige Schrift,

ik noteer mijn overwegingen.

Dan snelt uw genade, goede Jezus, mij tegemoet.

Haar lichtende aanwezigheid verdrijft mijn duisternis,

mijn tegenzin is verdwenen,

de hardheid is doorbroken.

De tranen die ik schrei,

dragen hemelse vreugde mee.

76

kind:

Wij gaan slapen, God,

want het wordt avond,

doen nu onze ogen dicht,

houden op met spelen

en met praten,

wachten morgen op het licht.

volwassene:

Wil ons in de nacht behoeden,

grote God die onze Vader zijt,

niet alleen onszelf

maar alle mensen,

nu en tot in eeuwigheid.

77

kind:

Als de nacht komt,

gaan wij slapen.

volwassene:

Aan U vertrouwen wij ons toe.

Bij U is het licht

dat geen einde heeft.

78

Ik dank U, hemelse Vader

door Jezus Christus, uw lieve Zoon,

dat U mij deze dag genadig bewaard hebt,

en ik bid U:

wil mij al mijn zonden vergeven,

alles waarin ik onrecht gedaan heb,

en wil mij deze nacht genadig bewaren.

Want in uw handen beveel ik mij,

mijn lichaam en ziel en alles;

laat uw heilige engel bij mij zijn,

zodat de boze vijand geen macht over mij krijgt.