Inleiding
Inleiding
Naast de ambtsdragers kent onze kerk ook kerkelijk werkers, die een dienst verrichten en in een bediening kunnen worden gesteld (Ordinantie 3-12 en 3-13). De diensten zijn gegeven met het oog op het openbare ambt van Woord en Sacrament. Kerkelijk werkers worden tot deze dienst geroepen door de kerkenraad, de classicale vergadering, de evangelisch-lutherse synode of door de generale synode. De kerkorde noemt met name diensten ten behoeve van de kerkmuziek, de missionaire arbeid, het jeugd- en jongerenwerk, de vorming, toerusting en catechese, de pastorale arbeid, de diaconale arbeid en de gemeenteopbouw. In hun opleiding hebben kerkelijk werkers zich een bekwaamheid verworven, waardoor zij hun arbeid ten dienste van kerk en gemeente kunnen verrichten. Naast de ambtsdragers ondersteunen zij de arbeid van de genoemde kerkelijke vergaderingen in de opdracht die deze hebben ten aanzien van vele aspecten van het leven der gemeente en der kerk.
Wie in een dienst werkzaam is, kan ook in een bediening worden gesteld. De roeping van wie in een bediening wordt gesteld, geschiedt door een ambtelijke vergadering. Dit betekent dat degene die in een dienst gesteld is een belofte aflegt en in een kerkdienst wordt ingeleid in een bediening. De kerkelijk werker belooft bereid te zijn in het werk van zijn/haar bediening te getuigen van het heil in Christus Jezus en te blijven in de weg van het belijden van de kerk; bereid te zijn ijverig en trouw zijn/haar arbeid te verrichten en bereid te zijn zich te onderwerpen aan de regels die in de orde van de kerk gesteld zijn voor haar leven en werken (Ordinantie 3-12-8). Ook is er de vraag naar de geheimhouding van datgene waarvan men in een bediening vertrouwelijk kennisneemt.
De inleiding in een bediening staat in het kader van de gebeden. Bij iedere bijzondere plaatsbepaling van een gemeentelid past een bijzondere voorbede. Door het eigen karakter van een bediening in het leven van kerk en gemeente heeft de inleiding in een bediening plaats in een openbare eredienst, bij voorkeur in de context waar degene die ingeleid wordt werkzaam zal zijn. Dit kan een gemeente zijn, maar bijvoorbeeld ook een zorginstelling of justitiële inrichting. De orde voor de inleiding in de bediening wordt gekarakteriseerd door het gebed. De handoplegging drukt uit dat Gods aanwezigheid en werkzame tegenwoordigheid wordt ervaren als tastbare nabijheid.