Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

Inleiding

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

Inleiding

Niemand leeft voor zichzelf,

niemand sterft voor zichzelf.

Wij leven en sterven voor God onze Heer:

aan Hem behoren wij toe.

(naar Rom. 14:7-8)

 

De kerk spreekt van leven dat sterker is dan de dood. Gedachtig aan het woord van Jezus Christus dat de God van Abraham en de God van Izaak en de God van Jakob niet een God van doden maar van levenden is (Lucas 20:38), belijdt de kerk de opstanding van het vlees en het eeuwige leven. Voor ons is de dood een onoverkomelijke grens, maar wij vertrouwen onze doden toe aan de levende God. Hij is het die Jezus heeft opgewekt uit de dood en wij vertrouwen dat wie gelooft in Hem die in eigen persoon de opstanding en het leven is, zal leven ook al is hij gestorven (Johannes 11:25). In het aangezicht van de dood wil de kerk daarom van leven spreken. Waar een mensenleven ten einde is gegaan, viert de kerk het wonder van Pasen, in de hoop op het eeuwige leven (Titus 1:2).

 

Pastoraat en liturgie

Vijf dagen kunnen er verlopen tussen overlijden en uitvaart. Dagen die onwezenlijk lijken of waarin de mooiste herinneringen en verhalen tot leven worden gewekt. Vijf dagen waarin de rust weerkeert na een tijd van wachten op de dood of waarin de vragen en de onrust zich vermenigvuldigen. Dagen van intense vreugde om een leven dat geweest is of van onverdraaglijk verdriet om het onverwachte einde van een mensenleven. Aan het sterven kan een periode van ziekte zijn voorafgegaan; de stervende zelf en wie hem of haar omringen, hebben een stervensproces doorgemaakt, dat leidde naar het moment van overlijden. En na de begrafenis of crematie volgt voor de nabestaanden een tijd van rouwen.

Die paar dagen tussen overlijden en uitvaart zijn de kern van

een periode in het leven van mensen die intens beleefd wordt. Bij het overlijden van een geliefde worden mensen meer dan ooit op zichzelf teruggeworpen. In de tijd tussen overlijden en uitvaart, in wat daar misschien aan voorafging en wat erop volgt, wordt veel van mensen gevraagd. Zij worden aangesproken op de essentie van hun mens zijn en op hun geloof.

In deze tijd zal de kerk pastoraal betrokken zijn bij gemeenteleden. Een pastor heeft weet van wat hen overkomt als de dood in hun leven inbreekt. Zij kan hen nabij zijn, woorden zoeken voor wat hen nu overkomt, speuren naar hoop die verder reikt dan de onvermijdelijke dood, bidden en troost geven die de donkerheid van dit moment overstijgt. Zo roept het pastoraat liturgie op. Nabijheid en troost krijgen mede vorm in liturgische handelingen en liturgische taal. Er wordt uit de Schrift gelezen, eventueel avondmaal gevierd en gezegend. Liturgie blijkt pastoraat: de woorden en eventuele handelingen van de uitgeleide troosten en bevestigen Gods trouw over de grenzen van de dood heen.

 

Kerkelijke uitvaart

In dagen van rouw zoeken leden van de gemeente de nabijheid van de kerk. De gemeente is immers ‘gemeenschap der heiligen’, zichtbare gestalte van de opgestane Heer met al de zijnen, op heel deze aarde en door alle geslachten. In de nabijheid van de dood kan de kerk haar leden bijstaan in het zoeken naar de troost en de beloften van het evangelie. Waar de kerkelijke gemeenschap kan delen in het verdriet van de nabestaanden, wordt de gemeenschap met Christus zichtbaar, die ons ervan verzekert dat wij ‘door de doop in zijn dood met hem begraven zijn om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden’ (Romeinen 6:4).

In de laatste decennia is de overtuiging gegroeid dat de kerk

rouwende gemeenteleden niet alleen pastoraal bijstaat in hun verdriet, maar ook samen met hen de begrafenis of crematie van hun doden wil stellen in het licht van de opstanding van Jezus Christus, haar Heer. De Kerkorde rekent dan ook tot de taak van de predikant ‘het leiden van (…) diensten van rouwdragen en gedenken’ (Ordinantie 3-9).

De nabestaanden die hun dode moeten begraven of laten

cremeren vertrouwen bij een kerkelijke uitvaart de leiding van de begrafenis of crematie toe aan de kerk. De kerk treedt dan op als gastvrouw, de uitvaartonderneming is dienstverlenend aanwezig. Dit geldt niet alleen als de uitvaartdienst in de kerk, maar ook als die in een aula plaatsvindt.

Wanneer de gemeente samen met de nabestaanden haar doden

begraaft of cremeert, zal vaak een predikant of een kerkelijk werker in de uitvaartdienst voorgaan. De gemeente kan het leiden van de uitvaart ook aan een ander gemeentelid toevertrouwen. Bij alle uitvaartdiensten wordt de gemeente vertegenwoordigd door een ambtsdrager.

Bij de kerkelijke uitvaart spelen zowel het gedenken van de gestorvene als het vertroosten van de nabestaanden een rol. Familie en vrienden en de kerkelijke gemeente nemen afscheid van iemand uit hun midden. De overledene moet worden losgelaten, maar zij mogen haar of hem in handen geven van de levende God. Daarom gedenken de nabestaanden hun dode, haar leven en sterven, haar vertrouwen en verlangen, haar angst en haar hoop. Zo brengen zij haar of hem ook in Gods gedachtenis. Over het afscheid schijnt het licht van de opstanding van Jezus Christus. Dat evangelie troost ook de nabestaanden met vertrouwen in de toekomst die God schenkt.

De voorganger zal rekening houden met de aard van de kerkelijke betrokkenheid van hen die in de uitvaartdienst aanwezig zijn. Dit kan zich vertalen in taal- en beeldgebruik, de keuze van lezingen en liederen of in de wijze waarop de aanwezigen worden aangesproken.

 

Nieuwe inzichten

De plaats van de kerk in de samenleving is sinds het verschijnen van Liturgie in dagen van rouw in 1987 niet onveranderd gebleven. Onmiskenbaar zijn kerk en geloof steeds meer tot de individuele sfeer gaan behoren. Het is niet meer vanzelfsprekend dat de kerk bij de uitvaart van een gemeentelid betrokken wordt en de nabestaanden zijn lang niet altijd vertrouwd met de rol die de kerk kan spelen bij de uitvaart van een overleden gemeentelid. Los daarvan zijn de actieve betrokkenheid van mensen bij de vormgeving van een uitvaart en het uitvoeren ervan sterk toegenomen. In de hier aangeboden orden en aanwijzingen wordt er dan ook van uitgegaan dat de kerkelijke uitvaart in een samenspel van de nabestaanden en de gemeente in de persoon van de voorganger wordt voorbereid en zal plaatsvinden.

Inmiddels is ook de overtuiging gegroeid dat naast woorden,

handelingen een belangrijke plaats verdienen als de kerk haar leden bijstaat wanneer zij hun dode begraven moeten of cremeren. Wij worden sprakeloos omdat wij nauwelijks woorden hebben voor wat ons overkomt wanneer de dood inbreekt in een mensenleven. Taal alleen is niet toereikend om de troost van de opstanding van Jezus Christus ter sprake te brengen. Juist dan geven symbolen en rituelen stem aan wat hier en nu gezegd wil zijn. In de orden en de toelichting worden handreikingen gedaan om het kerkelijk handelen bij de uitvaart van een lid der gemeente gestalte te geven.

Woorden zijn vaak ontoereikend in de nabijheid van de dood,

maar juist daarom zullen wij zoeken naar woorden die tenminste het verdriet en de pijn niet zullen verzwijgen en de zekere hoop dat de dood het einde niet is zullen verkondigen. De aangereikte teksten en gebeden kunnen zonder wijzigingen gebruikt worden, door de voorganger worden aangepast aan degenen die zij bij de uitvaart verwacht of dienen als bron van inspiratie voor eigen gebeden en teksten.

In deze uitgave zijn ook orden en teksten opgenomen voor momenten in de tijd voor en na de uitvaart. Tevens vindt men gebeden voor bijzondere situaties.

Bij de uitvaart van een kind kan gebruik gemaakt worden van

een van de aangeboden orden van dienst. De gebruikte bewoordingen zullen door de voorganger worden aangepast aan de leeftijd en de situatie. In de orden zijn suggesties voor schriftlezingen opgenomen. Gebeden voor de uitvaart van een kind zijn bij de Keuzeteksten te vinden.

 

Plaats

Met het liturgisch jaar zal in de meeste gevallen weinig verband gelegd worden. De bijzondere reden waarom de gemeente hier samenkomt, zal de inhoud van de dienst kleuren.

Een kerkelijke uitvaart, hoe sober wellicht ook vormgegeven,

vindt bij voorkeur plaats in het kerkgebouw. De kerk is te allen tijde een ruimte om te vieren, een aula of andere plaats van samenkomen moet dat in de korte tijd dat men er bijeenkomt nog worden. Andere bijeenkomsten, in de tijd voor de begrafenis of crematie en in de periode erna, worden in de kerk, bij de nabestaanden thuis, op de begraafplaats of bij het crematorium gehouden.

 

Drie orden

Voor de uitvaartdienst worden drie orden aangeboden. De eerste is de eenvoudigste en heeft de vorm van een gebedsdienst, de tweede is een dienst van Schrift en Gebed, de derde een dienst van Schrift en Maaltijd. Met het breken van het brood benadrukt de laatste orde dat het de paasgemeente is die hier bijeen is, de ogen geopend voor de aanwezigheid van de Levende. Het vieren van de Maaltijd van de Heer heeft echter in niet elke gemeente zo’n vanzelfsprekende plaats dat er ook bij een uitvaart Avondmaal gevierd zal worden. Bovendien zal het vaak zo zijn dat er onder hen die zijn samengekomen velen niet vertrouwd zijn met het vieren van de Maaltijd van de Heer. Daarom is er de tweede orde waarin de dankzegging onderdeel van de gebeden is. De eerste orde is gedacht voor situaties waar een sobere bijeenkomst gewenst is.

 

In schema zien de verschillende orden er als volgt uit:

 

 

Orde I

Gebedsdienst

 

IN DE KERK OF DE

AULA

 

 

 

 

 

 

Bemoediging of

Openingsvers

 

Inleidend woord

Psalm of gezang

Gebed

 

Gedachtenis

Lied

 

 

 

 

 

 

Schriftlezing

 

 

Lied

Overdenking

 

[Lied]

 

 

 

 

 

Dankzegging en

voorbede

 

 

 

 

 

Orde II

Schrift en Gebed

 

IN DE KERK

 

INTREDE

Groet en inleidend

woord

 

 

 

Bemoediging

Gebed van toenade-

ring

 

Psalm of intredelied

 

 

Gedachtenis

Lied of muziek

 

 

Gebed van de dag

 

DE HEILIGE

SCHRIFT

Lezingen

(met liederen)

 

 

Prediking

 

Lied/instrumentale

muziek

[Geloofsbelijdenis]

 

 

GEBEDEN

Dankzegging en

voorbede

 

 

 

 

Orde III

Schrift en Maaltijd

 

IN DE KERK

 

INTREDE

Groet en inleidend

woord

Gebed van toenade-

ring

of

Bemoediging

Gebed van toena

dering

 

Psalm of intredelied

Kyrie

of

Gedachtenis

[Gloria of een an-

dere lofzang]

 

Gebed van de dag

 

DE HEILIGE

SCHRIFT

Eerste schriftlezing

Antwoordpsalm

Tweede schriftlezing

Lied

Prediking

 

Lied/instrumentale

muziek

[Geloofsbelijdenis]

 

MAALTIJD VAN

DE HEER

Dankzegging en

voorbede

Nodiging

Vredegroet

Inzameling van de

gaven

Gebed over de gaven

 

 

 

 

 

 

Uitgeleide

Lied

 

BEGRAAFPLAATS

OF CREMATORIUM

[Geloofsbelijdenis]

Gebed des Heren

Zegen(bede)

 

 

 

 

 

 

Uitgeleide

Lied

 

BEGRAAFPLAATS

OF CREMATORIUM

[Geloofsbelijdenis]

Gebed des Heren

Zegen

Tafelgebed

Gebed des Heren

Gemeenschap van

brood en wijn

Dankzegging

 

Uitgeleide

Lied

 

BEGRAAFPLAATS

OF CREMATORIUM

[Geloofsbelijdenis]

Gebed des Heren

Zegen

 

Karakteristiek voor de uitvaart zijn de volgende elementen:

In de persoonlijke gedachtenis wordt de gestorvene getekend als mens op deze aarde. Familieleden en vrienden kunnen deze gedachtenis stem geven of door de voorganger laten uitspreken. De persoonlijke gedachtenis wordt onderbroken of besloten met een kyrie of met strofen van een lied.

In schriftlezing en prediking laat de voorganger over het leven

en sterven van een mens het licht van het evangelie schijnen.

In de voorbede zal de dankzegging niet ontbreken, maar zullen

ook het verdriet en de pijn voor het aangezicht van God gebracht worden. Er zal verbondenheid uitgesproken worden met de lijdende schepping en met allen die de dood in hun leven ervaren.

In de Maaltijd van de Heer zeggen wij de Heer dank voor zijn

dood en leven in verbondenheid met wie ons zijn voorgegaan en voegen wij ons in de lofzang voor de troon.

In het uitgeleide wordt uitgesproken dat de gemeente de gestorvene uit handen geeft en toevertrouwt aan de eeuwige God.

De uitvaartdienst wordt besloten op de begraafplaats of in het

crematorium. Bij de graflegging of een laatste afscheid van

de dode voordat diens lichaam zal worden gecremeerd, wordt

het geloof in de opstanding der doden beleden en het gebed des

Heren gebeden