Inleiding
Inleiding
Het leven van mensen wordt wel gezien als het gaan van een weg, als een onderweg zijn. Op die weg zijn verschillende momenten en halteplaatsen te markeren. De ene periode is niet de andere. Men komt ergens aan en vertrekt. Men komt thuis of zoekt een andere bestemming. Men verlaat zijn vertrouwde omgeving en vestigt zich tijdelijk elders. Een familielid wordt opgezocht of men gaat een taak vervullen of werkkring aanvaarden ver buiten de eigen woonomgeving. Een ongekende toekomst, een nieuwe cultuur wacht. Nieuwe mensen worden als naasten ontdekt. De dagelijkse gang van zaken wordt doorbroken. Het leven zelf wordt ervaren als een reis. De mens is onderweg. Gaandeweg zoekt men naar en hoopt men op een uiteindelijke bestemming.
God stuurt mensen ook op weg. Abraham wordt geroepen zijn vertrouwde omgeving te verlaten, Mozes dient zijn werk een nieuwe inhoud te geven op een andere plaats. Ook Jezus was voortdurend onderweg. Zij allen hebben ervaren dat God met ons mee trekt. We zijn op zoek naar de stad van de vrede, om burgers te worden van een hemels vaderland, op aarde belijden wij vreemdelingen en bijwoners te zijn (Hebreeën 11:13–16). Tot
aan de uiteinden der aarde, tot in alle windstreken zullen de leerlingen van Jezus gaan, gesterkt door zijn aanwezigheid: ‘En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld’ (Matteüs 28:20). In het voetspoor van Christus worden zijn discipelen ‘aanhangers van de Weg’ genoemd (Handelingen 9:2).
Ons onderweg zijn mag gezegend zijn, ons gaan begeleid door gebed. Onze ‘vaart’ kan een bedevaart zijn. Zo zijn we biddend onderweg, gedragen door de gemeenschap met wie wij verbonden blijven. Daarbij kunnen vertrek en aankomst bijzonder zegenrijk zijn, duidelijke markeringspunten. Op deze wijze wordt ook inzichtelijk dat ons leven een reis is op weg naar anderen, naar de Ander. Een doortocht naar nieuw leven, een pelgrimage, gepaard met een proces van loslaten en sterven. Met kans op onzekerheden en gevaren, van niet weten of men aankomt of terugkomt. Elke reis kan ervaren worden als een geschenk, een tijd van genade. Men wordt rijker.
In de kring van de gemeente, in de kerk of thuis, kan op momenten dat mensen besluiten een langere tijd op weg te gaan om als levensoriëntatie een bepaalde plek te bezoeken, gebruik gemaakt worden van de volgende ‘orde voor een reiszegen’. Deze is geschikt voor een gezamenlijke reis – bijvoorbeeld wanneer er een bezoek gebracht wordt aan een partnergemeente – als wel voor persoonlijk gebruik. Het is ook mogelijk om slechts enkele onderdelen ervan te gebruiken. In ieder geval zal de kern van de orde, na een kort openingswoord, bestaan uit een Schriftwoord en een zegen voor de reiziger/pelgrim.