Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

Inleiding

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

Inleiding

 

Dat een mens eet en drinkt, is een dagelijks gebeuren, nodig voor zijn lichamelijk voortbestaan en het opdoen van energie. Dat hij daar soms de tijd voor neemt en het liever niet alleen doet, geeft aan dat naast voeding het eten ook een bron van inspiratie kan zijn voor onderlinge ontmoeting, uitwisseling van vreugde en verdriet. Dan wordt het eten meer dan het tot zich nemen van voedsel. Het wordt een maaltijd. Deze kan een feestelijk en een sober karakter hebben, naar gelang de aard van de ontmoeting. Maar telkens is de verbondenheid met elkaar reden voor de samenkomst aan tafel. Communicatie en verzadiging gaan hand in hand. Waar mensen noodgedwongen alléén eten, wordt de eenzaamheid vaak pijnlijk gevoeld. In sommige situaties is er ook onder huisgenoten slechts een keer per dag de mogelijkheid elkaar tijdens de maaltijd wat langer te ontmoeten.

 

Door het voedsel en de maaltijd weet men zich ook verbonden met de schepping. Aarde en zee, planten en dieren zijn de natuurlijke leefomgeving van de mens en vormen de basis voor zijn leven en voeding. Tevens is er ook, misschien wat meer op afstand, een verbondenheid met hen die uit deze ‘natuurproducten’ ons dagelijks brood bereiden. Daarnaast zal men zich regelmatig realiseren dat niet iedereen op aarde over voldoende voedsel kan beschikken, een reden om dankbaarheid te tonen voor zijn eigen omstandigheden en een mogelijke impuls om zich in te zetten voor een betere voedselverdeling in de wereld. Een maaltijd is bron en voedingsbodem voor groeiende humaniteit. Ook gastvrijheid krijgt een bijzonder accent, juist wanneer gasten aan tafel worden uitgenodigd.

 

Wie gelooft dat hij zijn leven ontvangt uit Gods hand, zal ook rond de maaltijd stilstaan bij deze verwondering. Vele verhalen in de Schriften, over de ontmoeting van God en mensen en mensen onderling, getuigen van de bijzondere plaats die de maaltijd daarbij inneemt. We kunnen denken aan de ontvangst van de engelen des Heren door Abraham aan zijn tafel (Genesis 18:1–15),

aan de spijziging en de lafenis van het volk Gods in de woestijn (Exodus 16 en 17), aan het profetische visioen van de maaltijd voor alle volken op de berg des Heren (Jesaja 25:6–12), aan de

presentie van de Mensenzoon in de hongerige en dorstige naaste (Matteüs 25:31–45), aan zijn aanwezigheid aan tafel in de huizen van zijn leerlingen, maar ook van tollenaars en zondaars. In al deze verhalen markeert de maaltijd de ontmoeting van God en mensen. Vlak voor zijn dood en direct na zijn verschijning als de Verrezene zit Christus aan tafel met zijn vrienden. Voor een christen is er geen maaltijd meer, waar niet ook de Heer aanzit. Hij is de Gast aan tafel. En ook de Gastheer. Juist omdat Hij tijdens de maaltijd met zijn vrienden deze gemaakt heeft tot een teken van zijn blijvende aanwezigheid onder ons.

 

Naast het ochtend- en avondgebed is de maaltijd in de ‘huiselijke eredienst’ het moment om de dankbaarheid voor het leven uit te drukken. Men bidt en vraagt om zegen ‘over deze spijze’, men overweegt een woord uit de Schriften. De tafelgenoten spreken hun dankbaarheid uit over de ontvangen en toebereide gaven en bidden met de Heer om het dagelijks brood in het Onze Vader. In het gebed wordt het verlangen uitgedrukt naar eenheid en saamhorigheid onder de tafelgenoten, om leniging van de hongersnood in de wijde wereld. Daarbij kan een accent gegeven worden aan de tijd en de dag binnen het liturgisch jaar, zodat de verbondenheid met de kerk op aarde tot uitdrukking komt.

 

Het Onze Vader is de meest eenvoudige vorm van het maaltijdgebed. De onderstaande orden bieden een mogelijkheid om de zegening voor de maaltijd en de dankzegging na de maaltijd verder gestalte te geven. De orden voor kleine en grotere kring kunnen afwisselend gebruikt worden. De kern van de orde bestaat uit een Schriftwoord, het Gebed des Heren en de zegen voor maaltijd en tafelgenoten.