Liturgische kleuren
Zie voor de verbinding van liturgische kleuren met liturgische kleding de desbetreffende paragraaf in de inleiding van het hoofdstuk ’Ingebruikneming van kerkgebouwen’.
De verbinding van specifieke kleuren met de seizoenen en feesten van het liturgisch jaar, vindt haar achtergrond zowel in algemene overwegingen vanuit de betekenis en werking van kleuren als in meer bijbelse overwegingen. Vanuit de eerste optiek wordt bijvoorbeeld rood met bloed verbonden; geel met energie; wit met zuiverheid; goud, als intensivering van wit, met feest; purper met waardigheid; groen met groei; lichtblauw met hoop; donkerblauw, paars en zwart met inkeer, wanhoop en rouw.
De eerste verwijzing naar specifieke kleuren in de kerk betreft de kleur van de doop: de witte gewaden waarmee de dopelingen na hun doop worden bekleed. Het is dan ook de kleur bij uitstek voor een liturgisch gewaad: het tekent het priesterschap van alle gelovigen en kan dus elk gemeentelid gedragen worden. De insignes (bijvoorbeeld stola’s) die eigen zijn aan ambt of bediening, kunnen daarop worden aangebracht. Deze volgen de kleur van de dag.
Ook de antependia op lezenaar en avondmaalstafel en de leeslinten in de bijbel volgen de kleuren van het liturgisch jaar.
De in de kerken in Nederland thans gebruikelijke kleursymboliek is:
Advent paars
(Advent III roze)
Kerstavond t/m Epifanie wit / goud
Zondagen van Epifanie groen of wit
Veertigdagentijd (vanaf Aswoensdag) paars
(Laetare = Veertigdagentijd IV roze)
(Palm- en Passiezondag rood / paars)
Witte Donderdag wit
Goede Vrijdag geen kleur of rood / paars
Paaswake en Paastijd wit / goud
(Paaswake, tweede vorm rood / paars en wit / goud)
Pinksteren rood
Trinitatis wit / goud
Zondagen van Trinitatis,
Zomer- en Herfsttijd groen
Doop en belijdenis wit
Apostelen, evangelisten, martelaren rood
Overige heiligen en Allerheiligen wit
Bevestiging van ambtsdragers rood
Trouwviering wit
Uitvaart wit / paars
Kerkwijding wit
De kleur van de weekdagen volgt de zondag, met uitzondering van:
Advent III (roze) weekdagen: paars
Veertigdagentijd IV (roze) weekdagen: paars
Pinksteren (rood) weekdagen: groen
Trinitatis (wit / goud) weekdagen: groen
Indien een feest op een weekdag valt, volgt dit de eigen kleur.
De verbinding van specifieke kleuren met de seizoenen en feesten van het liturgisch jaar vindt haar achtergrond in de traditie van de kerk. In de bijbel wordt wit – en goud als intensivering van wit – met zuiverheid en met feest verbonden. Rood is traditioneel verbonden met bloed, geel met energie, purper met waardigheid, groen met groei, lichtblauw met hoop, donkerblauw, paars en zwart met inkeer, wanhoop en rouw.
Het gebruik van kleuren is in de eerste plaats verbonden met de feesten, zondagen en gedenkdagen van het liturgisch jaar.
Het liturgisch jaar volgt de heilsdaden van Jezus Christus en geeft daarmee kleur, ritme en ordening aan het leven van de gemeente. Is er bij een viering geen aanleiding om te kiezen voor een specifieke kleur, dan wordt de kleur van de dag of de tijd gevolgd.
Wit is de enige kleur die sterk in de heilige Schrift is gefundeerd: in de hemelse eredienst dragen de getuigen witte gewaden. Zij zijn gewassen of gedoopt in het bloed van het Lam (Openbaring 7:9,14). Het is bovendien de kleur van de voltooiing van het koninkrijk der hemelen (Openbaring 3:4). Wit is dan ook de kleur van de doop: de dopelingen worden met witte gewaden bekleed. Omdat het licht van Pasen hen die in Christus gestorven zijn, verlicht, kan ook bij de uitvaart de kleur wit gebruikt worden.
Wit of goud is eveneens de kleur van een feestelijke gebeurtenis. Te denken is dan uiteraard aan een trouwviering. Maar zeker ook aan de ingebruikneming van kerkgebouwen: het kerkgebouw is onder meer een verwijsplaats naar de gouden stad, het hemelse Jeruzalem, waar Christus alles in allen is. Vanuit dit perspectief kan ook de huiszegen als een door wit gekleurd feest gelden.
Rood is de kleur van het bloed en van het vuur. Het verwijst daarom naar het bloedgetuigenis van de martelaren en naar het vuur van de Geest. Rood is daarom passend voor de bevestiging van ambtsdragers of de inleiding in een bediening. In het evangelie zegt Christus: ‘Een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen’ (Johannes 15:20).
Paars is de kleur geworden van inkeer, boete en rouw. Dat betekent dat bij de bediening van de verzoening paars de kleur zal zijn. Bij de uitvaart kunnen er situaties zijn waarbij liever voor paars dan voor wit gekozen wordt.
Groen is verbonden geraakt met het ‘gewone’ leven van de kerk. Wordt er geen specifieke kleur verlangd, dan is groen de gebruikelijke kleur.
De in de kerken in Nederland thans gebruikelijke kleursymboliek is:
Doop en belijdenis | wit |
Maaltijd van de Heer | kleur van de dag/tijd |
Bevestiging en verbintenis van ambtsdragers | rood |
Inleiding in een bediening | rood |
Bediening van de verzoening | paars |
Zegeningen |
|
Dankzegging na geboorte of adoptie | kleur van de dag/tijd |
Reiszegen | kleur van de dag/tijd |
Zegening en zalving van zieken | kleur van de dag/tijd |
Huiszegen | wit of kleur van de dag/tijd |
Tafelzegen | kleur van de dag/tijd |
(Her)ingebruikneming van kerkgebouwen | wit |
Ingebruikneming voorwerpen voor de eredienst | wit |
Buitengebruikstelling van kerkgebouwen | kleur van de dag/tijd |
Trouwviering | wit |
Uitvaart en rouw | wit of paars |