IX - Met de kinderen
Met de kinderen
In de kring van de vierende gemeente hebben de kinderen hun eigen plaats. Zij doen, zoals elk gemeentelid, mee aan alle onderdelen van de eredienst. Hun inbreng, hun expressiviteit en hun ontvankelijkheid zijn onmisbaar voor de geloofsbeleving van allen die samen de eredienst vieren. De kinderen worden als volwaardige gemeenteleden meegeteld, omdat ook hun geloof in de eredienst wordt opgebouwd en zij op hun eigen, onmisbare wijze bijdragen aan de lof des Heren.
Dit betekent dat in het vieren van de eredienst rekening wordt gehouden met de ontwikkelingsfasen, de mogelijkheden en onmogelijkheden van het denken en doen van kinderen. Daarbij wordt de orde niet omgebogen naar (alleen) de kinderen en worden de kinderen niet geforceerd om ze te kunnen betrekken bij wat aan de orde is. De geloofsbeleving van kinderen en ouderen groeit door hun deelname aan de eredienst. Alles wat daar gebeurt – lezingen, liederen en gebeden –, het zijn even zovele mogelijkheden om gaandeweg thuis te raken in 'Gods geheimen en in zijn heiligdom'. Zij gaan ouderen en jongeren tezamen te boven en daarom oefenen zij ze tezamen in.
Een belangrijk aspect hierbij is dat kinderen onbevangen mogen meedoen, meezingen en meespreken, op een manier die hen eigen is: beweeglijk en direct. Met hen kan een intredelied ook worden wat het is: een lied om op te lopen, zelfs te dansen zo nodig, zoals David achter de ark. De kyrie-intenties kunnen uit de kindermond een indringende uitroep worden. Of omgekeerd kunnen de kinderen de kyrie-acclamaties uitzingen, zoals in de eerste eeuwen in de gemeente in Jeruzalem. Hun heldere stemmen dragen dan heel de gemeente. Een van de lezingen kan ook door de iets oudere kinderen gelezen worden. En mocht er een gesprek met hen gevoerd worden rond de lezingen, dan zijn zij het die de vragen stellen. Zij kunnen de gebeden zeggen. Zij kunnen helpen, zoals dat ook thuis gebeurt: orden van dienst uitreiken, gaven inzamelen, brood en wijn aandragen. En ook wordt, zoals thuis, na de viering de kerk weer op orde gebracht. Steeds is de vraag hoe ook de kinderen zich kunnen inleven in het huis van de Heer. Helpen betekent daarbij: delen in verantwoordelijkheid. Het gaat om de eigen inbreng van kinderen: uit hun mond immers heeft de Eeuwige sterkte gegrondvest.
In de eredienst heeft iedereen er recht op aangesproken te worden in een taal en vorm die hun eigen kan zijn of worden. Zie ook wat hiervoor is gezegd over de liturgische taal. Dit betekent dat er met kinderen samen gesproken, gezongen en gebeden wordt. Zo komen allen tot een verbeelding van wat samen-kerk-zijn mag heten. Bij de gebeden en gezangen die in dit DIENSTBOEK worden aangeboden, is daarom niet altijd aangegeven of zij specifiek voor kinderen bedoeld zijn, ook al is een aantal gebeden en gezangen ontstaan met het oog op gebruik met kinderen.
In de zondagsviering is voor kinderen hetzelfde aan de orde als voor andere gemeenteleden. Wanneer zij de dienst enige tijd in een nevenruimte voortzetten, om later weer terug te keren bij de gehele gemeente, vallen ze niet uit dat patroon. Wat onmisbaar is voor volwassenen, is ook onmisbaar voor kinderen, en omgekeerd. Uitleg zonder schriftlezing, verkondiging zonder evangelie is ondenkbaar. Dus geen 'vertelling' zonder lezing. Soms kan de Schrift voor kinderen beter worden opengeslagen ná gesprek en verhaal dan daarvóór. De taal van de Schrift krijgt voor hen meer spanning als er sprake is van een toeleiding. De lezing wordt dan de afsluiting en de bekroning van de gezamenlijke zoektocht naar de 'zin van de Schriften'.
De liturgische vormen in de kindernevendienst maken deel van de gemeenschappelijke viering. De nevenruimte zal gekenmerkt worden door ‘liturgisch meubilair’: een plaats voor de Schrift, een verwijzing naar de avondmaalstafel in de kerk, een goede plaats voor de kaarsen: de kindernevendienst als ‘kinderkapel’. De verbinding tussen kerk en kapel wordt onder meer duidelijk door het licht van de paaskaars mee te nemen naar de eigen ruimte van de kinderen.
De gezamenlijkheid en de wederkerigheid spelen ook een rol als na terugkeer van de kinderen eventueel een gesprek met hen plaatsvindt. Het is van belang dat dit gesprek past in de voortgang van de dienst en geen intermezzo is. Het gaat in dit alles om toeleiding naar de viering van de Maaltijd van de Heer en de zending in de wijde wereld.