I - De orden
De orden
Het Dienstboek Online biedt een viertal orden voor de eredienst van de gemeente op de dag des Heren en andere feest- en gedenkdagen.
Orde I, de heilige Schrift en de Maaltijd van de Heer
Orde II, de heilige Schrift, gebeden en gaven
Orde III, de leerdienst
Orde IV, de samenkomst van de huisgemeente
Orde I, de heilige Schrift en de Maaltijd van de Heer
De zondagmorgendienst bestaat uit twee delen die vanaf het begin zo nauw met elkaar verbonden zijn geraakt, dat zij één gestalte van eredienst vormen. Het eerste deel, de dienst van de heilige Schrift, gaat terug op een type dienst waarin de verkondiging en de catechese centraal staan. Onder meer in het evangelie van Lucas wordt deze synagogale vorm van eredienst verondersteld (Luc. 4: 14-30). Door de eeuwen heen vinden we de ‘Schriftdienst’ als een zelfstandige vorm die op alle dagen van de week plaats kan vinden. Op de dag des Heren raakt de verkondiging van de heilige Schrift nauw verbonden met de viering van de Maaltijd van de Heer. De eenheid van Schrift en Maaltijd wordt beeldend beschreven in het verhaal van de Emmaüsgangers (Luc. 24: 13-35). Ook in de Handelingen van de Apostelen wordt het onderricht en ‘het breken van het brood’ in één adem genoemd (Hand. 2: 42). En op de eerste dag van de week komt de gemeente in Troas bijeen om het brood te breken, waarbij Paulus een toespraak houdt (Hand. 20: 7). Nadat in de loop der eeuwen de nadruk was komen te liggen op de Maaltijd, werd in de tijd van de Reformatie een hernieuwd accent gelegd op de verkondiging van de Schriften in de eredienst op de zondag, maar ook op de overige weekdagen. Toch bleven de lutherse en de gereformeerde traditie de nadruk leggen op de verbondenheid van Schrift en Maaltijd van de Heer als karakteristiek voor de heiliging van de dag des Heren.
De eerste orde geeft aan hoe deze verbondenheid van beide delen van de dienst vorm krijgt zowel in een meer oecumenisch georiënteerde als in een gereformeerde traditie. De vormen van eredienst zijn in beide tradities facetten van dezelfde intentie: de viering en de heiliging van de dag des Heren. Om deze reden worden de mogelijke varianten binnen één orde aangegeven. Het Dienstboek volgt daarmee de ontwikkelingen die wij aantreffen in recente dienstboeken van kerken van lutherse, gereformeerde en presbyteriale signatuur in Europa en Noord-Amerika.
Orde II, de heilige Schrift, gebeden en gaven
In de traditie van de Reformatie wordt in het algemeen de Tafel van de Heer niet alle zondagen aangericht. Het accent valt in de zondagsdiensten op het onderricht en de prediking uit de heilige Schrift. Het verband met en de verwijzing naar de Maaltijd van de Heer wordt verondersteld bij de inzameling van de diaconale gaven en het gebed des Heren (als avondmaalsgebed bij uitstek). Ook in de dankzegging die in een Schriftdienst aan de voorbede voorafgaat zijn dezelfde elementen te vinden als in de grote dankzegging (de prefatie) waarmee het tafelgebed bij de Maaltijd van de Heer begint. Orde II verschilt in beginsel dan ook niet van Orde I, maar is omwille van de praktische bruikbaarheid als een zelfstandige orde aangegeven.
Orde III, de leerdienst
In de leerdienst wordt een verbinding gelegd tussen eredienst en catechese. Al in voor-reformatorische tijden hebben deze diensten een eigen plaats in het leven van de gemeente. Het onderricht uit de heilige Schrift kan in de leerdienst worden geordend aan de hand van de verschillende catechismussen. Ook andere gezaghebbende geschriften uit de traditie van de kerk kunnen als leidraad dienen. De ordening van deze diensten is eenvoudig. Zij volgt de primaire drieslag, die kenmerk van alle eredienst is: lezing, overweging en gebed. De concrete invulling kan variëren. Naast de preek kunnen verschillende vormen van toeëigening worden benut. Te denken valt aan gesprek, bibliodrama, muziek, dans en andere vormen van expressie.
Orde IV, de samenkomst van de huisgemeente
Vele gemeenten worden gevormd door een samengaan van meerdere kleine kernen. Het is dan niet altijd mogelijk elke zondag een kerkdienst te houden waarin een predikant voorgaat. Soms ook wordt nadrukkelijk gekozen voor een viering waarin de onderlinge bemoediging centraal staat. De kerk spreekt dan van een huisgemeente. De orde voor de samenkomst van de huisgemeente verlangt geen ambtelijke aanwezigheid van een predikant, wel draagt de kerkenraad verantwoordelijkheid voor deze samenkomsten. Dit wordt tot uitdrukking gebracht doordat tenminste één kerkenraadslid (mede) leiding geeft aan de viering. Omdat deze vieringen in de eerste plaats onderlinge samenkomsten van gemeenteleden zijn, verwijzen zij naar de viering van het dagelijks gebed. Ook daar is ieder gemeentelid geroepen om, zo nodig, voorganger te zijn. In de orde voor de samenkomst van de huisgemeente wordt daarom verondersteld dat elke deelnemer in principe aandeel kan hebben in de leiding van de viering. De elementen voor de orde zijn goeddeels ontleend aan de orden voor het dagelijks gebed. De orde gaat ten opzichte van het dagelijks gebed een eigen weg, omdat niet het psalmgebed centraal staat, maar de omgang met de heilige Schrift in lezing en overweging. Daarnaast vormen, zoals in elke eredienst het geval is, de lofzang en het gebed het dragende kader van deze viering op zondagmorgen.