37 ‘Eeuwige Wijsheid’
(Passietijd)
O, heilige Wijsheid,
altijd tegengesteld aan onze wijsheid
en begaan met onze zwakheid,
wij prijzen U en zeggen U dank,
omdat Gij hebt afgezien van al uw macht
en onze strijd bent gaan delen,
ons weerloos bestaan hebt aangenomen.
Gij opende wijd uw armen voor ons op het kruis
en werd tot een aanstoot om onzentwil,
opdat Gij zelfs het graf mocht heiligen
tot een plaats waar hoop groeit voor uw mensen.
Daarom,
met degenen die onterecht gevangen zitten,
door vrienden verraden of in de steek gelaten,
wier lichamen worden geschonden of gepijnigd,
met degenen die alleen zijn gestorven,
onwaardig en zonder troost of hoop,
en met heel de gemeenschap van heiligen
die U in hun wonden hebben meegedragen,
opdat zij met leven mochten worden vervuld,
prijzen wij U en zeggen (zingen):
Heilig, heilig, heilig,
Gij, kwetsbare God,
vol zijn hemel en aarde
van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend die komt in de naam van God.
Hosanna in de hoge.
Liturgische Gezangen 100
Gezegend is onze broeder Jezus,
been van ons gebeente en vlees van ons vlees,
aan wie de beker van het lijden niet voorbijging;
die, in de nacht waarin Hij werd verraden,
brood nam, U dankte, het brak en zei:
Dit is mijn lichaam voor u.
Doet dit om Mij te gedenken.
Evenzo nam Hij na de maaltijd de beker en zei:
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.
Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
om Mij te gedenken.
Christus gestorven,
Christus verrezen,
Christus zal komen, opnieuw.
Liturgische Gezangen 101
Daarom,
nu wij eten van dit brood
en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood van Christus
totdat Hij komt.
In het gebroken lichaam en het vergoten bloed
geven wij de gebroken en vergeten slachtoffers
van tirannie en zonde
een plaats in onze herinnering en hoop
en zien wij uit naar het brood van morgen
en de wijn van de tijd die komen zal.
Kom dan,
levengevende Geest van onze God,
broed op deze aardse gaven
en maak ons tot één lichaam in Christus,
dat wij, die gedoopt zijn in zijn dood,
mogen wandelen in het nieuwe leven;
dat wat gezaaid is in oneer
mag worden opgewekt in heerlijkheid,
en wat gezaaid is in zwakheid
mag worden opgewekt in kracht.
Amen.
Liturgische Gezangen 102
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)