30 ‘Gezegend is uw Naam’
(v: voorganger, k: kind)
v:
Goede God,
wij zijn blij
en wij danken U
dat wij tot U mogen komen.
Gezegend is uw Naam.
k:
U hebt ons lief
en schenkt ons deze aarde.
Gezegend is uw Naam.
k:
U hebt ons lief
en schenkt ons uw Zoon Jezus.
Gezegend is uw Naam.
k:
U hebt ons lief
en brengt ons hier samen.
Gezegend is uw Naam.
v:
Daarom danken wij U
en zingen met alle engelen:
Heilig, heilig, heilig,
o HEER van alle machten.
Hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
v:
Wij danken U, goede God,
om Jezus, uw lieve Zoon.
Hij is een vriend van mensen.
Wie Hem nodig heeft, die helpt Hij.
Voor ons is Hij alles
wat wij zullen zijn.
Hij heeft ons zijn Geest gegeven
om te leven als uw kinderen.
k:
Daarom danken wij U
en zingen met al wat adem heeft:
Gezegend Hij die komt
in de naam van de HEER
Hosanna in de hoge.
v:
Ja, gezegend is Jezus
die gekomen is in uw Naam.
Want Hij heeft in de nacht,
dat Hij werd overgeleverd,
het brood genomen.
Hij dankte U,
brak het brood
en gaf het aan zijn leerlingen
met de woorden:
Neemt en eet,
dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.
Doet dit tot mijn gedachtenis.
Zo nam Hij ook na de maaltijd
de beker met wijn,
Hij dankte U
en gaf hem aan zijn leerlingen
met de woorden:
Neemt deze beker
en drinkt hier allen uit.
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
tot mijn gedachtenis.
Gezegend is uw Naam,
nu wij eten van het brood
en drinken van de wijn, –
totdat Hij komt, voorgoed.
k:
Geef ons allen, goede God,
uw Geest van liefde
en breng ons dicht bij U
en bij elkaar.
Amen.
v:
Zo bidden wij U
met alle mensen
van vroeger en nu:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
uw Naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden
zoals ook wij onze schuldenaars vergeven.
En leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het koninkrijk
en de kracht
en de heerlijkheid,
in eeuwigheid. Amen.
v:
Weest allen nu welkom
aan de tafel van de Heer!
Wij danken U, o God!
Liturgische gezangen 90
Hierna vindt de gemeenschap van brood en wijn plaats (blz. 171)