Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

24 ‘Heer van hemel en aarde’ 

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

Vrede zij met u.

En met uw geest.

Verheft uw harten.

Wij hebben ze bij de HEER.

Laat ons dankzeggen de HEER, onze God.

Het is waardig en recht.

Ja, waardig is het en recht, 

betamend en heilaanbrengend,

dat wij U, heilige Heer,

almachtige Vader, eeuwige God,

te allen tijde en aan alle plaatsen dankzeggen

door Christus, onze Heer,

(1) Advent

die Gij gezonden hebt tot uw volk,

opdat wij zijn verschijning zouden aanschouwen

en vervuld zou worden onder de volken

wat de profeten beloofd hebben.

Daarom zingen wij met engelen en aartsengelen

de lof van uw heerlijkheid:

(2) Kersttijd

want het Woord is vlees geworden,

wat voor de wereld verborgen was

is nu verschenen

en het licht van uw heerlijkheid

heeft onze ogen verlicht.

Daarom zingen wij met engelen en aartsengelen

de lof van uw heerlijkheid:

(3) Veertigdagentijd

want Hij heeft onze zonden op zich genomen,

opdat wij, aan de zonde gestorven, 

met Hem in het nieuwe leven zouden wandelen.

Daarom zingen wij met engelen en aartsengelen 

de lof van uw heerlijkheid:

(4) Paastijd

want Hij is het waarachtige Paaslam,

dat de zonden der wereld wegneemt.

Hij heeft onze dood door zijn sterven vernietigd

en door zijn opstanding het leven weergebracht.

Daarom zingen wij met engelen en aartsengelen

de lof van uw heerlijkheid:

(5) Pinksteren

want Gij hebt de beloofde Geest

uitgestort over de kinderen van zijn genade.

Daarover juicht de gehele aarde

en roemen de volken met menigerlei tongen.

Daarom zingen wij met engelen en aartsengelen

de lof van uw heerlijkheid:

(6) Trinitatis

U, die met uw eniggeboren Zoon

en met de heilige Geest

een enig God en Heer zijt.

Daarom zingen wij met engelen en aartsengelen

de lof van uw heerlijkheid:

(7) laatste drie zondagen van het kerkjaar

want wij, die aan de dood onderworpen waren,

leven door Hem

in de verwachting van de opstanding uit de doden.

Daarom zingen wij met engelen en aartsengelen

de lof van uw heerlijkheid:

Heilig, heilig, heilig is God,

de Here Zebaôth.

Vol zijn hemel en aarde

van zijn heerlijkheid.

Hosianna in den hoge.

Geloofd zij Hij,

die komt in de naam van de HEER.

Hosianna in den hoge.

Geloofd zijt Gij, Heer van hemel en aarde,

dat Gij U over uw schepselen ontfermd hebt

en uw eengeboren Zoon 

als mens ter wereld hebt doen komen.

Wij danken U voor de verlossing,

die Gij ons bereid hebt

door het heilig offer

van onze Heer Jezus Christus,

aan het kruishout gebracht.

Wij loven U

om zijn heerlijke opstanding uit de doden

en om zijn hemelvaart tot uw eeuwig heiligdom,

waar wij in Hem, onze Hogepriester,

altijd tegenwoordig zijn voor U.

In zijn naam bidden wij U, Heer:

zend ons uw heilige Geest

en geef, dat wij onder brood en wijn

het waarachtig lichaam en bloed van uw Zoon

met waar geloof en dankzegging ontvangen mogen.

Breng uw gemeente van de einden der aarde 

samen in uw rijk

en doe ons de wederkomst van uw Zoon

in gelovig vertrouwen verwachten.

U zij eer in eeuwigheid.

Amen.

Onze Vader, 

die in de hemelen zijt,

uw naam worde geheiligd,

uw rijk kome,

uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden,

gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren,

en leid ons niet in verzoeking,

maar verlos ons van het kwade.

Want U is het rijk en de kracht en de heerlijkheid

in eeuwigheid. Amen.

In de nacht, 

toen onze Heer Jezus Christus overgeleverd werd, 

nam Hij het brood,

dankte, brak het

en gaf het aan zijn discipelen en zei:

Neemt en eet, dit is mijn lichaam,

dat voor u gegeven wordt;

doet dit tot mijn gedachtenis.

Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd,

dankte, gaf hun die en zei:

Neemt en drinkt allen daaruit,

want deze beker is het nieuwe verbond

in mijn bloed,

dat voor u vergoten wordt

tot vergeving van zonden;

Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,

tot mijn gedachtenis.

Hierna volgt het ‘Christus, o Lam Gods’ (bladzijde 171)

25 ‘Geloofd zijt Gij’

(‘groene’ zondagen)

Vrede zij met u.

En met uw geest.

Verheft uw harten.

Wij hebben ze bij de HEER.

Laat ons dankzeggen de HEER, onze God.

Het is waardig en recht.

Ja, heilzaam is het en goed, o HEER,

U te loven en te danken te allen tijde,

God van Abraham, Izaak en Jakob,

want in Jezus Christus

hebt Gij uw beloften gestand gedaan.

Daarom, met uw volk Israël

en al uw profeten,

met al uw engelen en boden,

met allen die U dienen, nabij en ver,

zingen ook wij:

Heilig, heilig, heilig is God,

de Here Zebaôth.

Vol zijn hemel en aarde

van zijn heerlijkheid.

Hosianna in den hoge.

Geloofd zij Hij,

die komt in de naam van de HEER.

Hosianna in den hoge.

Geloofd zijt Gij, HEER,

die de eerste zijt en de laatste.

Gij hebt uw volk bezocht en verlost

om zonder vrees U te dienen,

met ontferming zijt Gij bewogen.

Gij hebt naar ons omgezien

en richt onze voeten op de weg van de vrede.

Gij zult altijd met ons zijn

tot het einde der dagen.

Doe ons delen in uw beloften, HEER onze God,

door Jezus Christus, uw Zoon,

die in de nacht toen Hij werd overgeleverd,

het brood nam, dankte, het brak

en aan zijn discipelen gaf, zeggende:

Neemt en eet, dit is mijn lichaam

dat voor u gegeven wordt;

doet dit tot mijn gedachtenis.

Evenzo nam Hij de beker na de maaltijd,

dankte, gaf hun die, zeggende:

Neemt en drinkt allen daaruit,

want deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,

voor u vergoten tot vergeving der zonden;

doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,

tot mijn gedachtenis.

Onze Vader, 

die in de hemelen zijt,

uw naam worde geheiligd,

uw rijk kome,

uw wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood

en vergeef ons onze schulden,

gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren,

en leid ons niet in verzoeking,

maar verlos ons van het kwade.

Want U is het rijk en de kracht en de heerlijkheid

in eeuwigheid. Amen.

Gij, Opgang uit de hoogte, zie naar ons om

en vervul ons met uw heilige Geest,

zodat wij U dienen in heiligheid en gerechtigheid

en uitgaan voor uw aangezicht, al onze dagen,

om uw wegen te bereiden.

Door de Zoon van David,

Jezus Christus, onze Heer.

Amen.

Hierna volgt het ‘Christus, o Lam Gods’ (bladzijde 171)