4 ‘Door water en woestijn’
(Veertigdagentijd)
U komt onze dank toe,
HEER onze God,
overal en altijd,
door Jezus, onze Heer.
Want Gij zijt onze bondgenoot
op leven en dood.
Gij hebt ons geroepen
om als uw volk op weg te gaan
door water en woestijn
naar het land van uw belofte.
Uw Woord wijst ons de weg,
uw Geest houdt ons in leven.
Daarom, HEER onze God,
hebben wij het hart
om samen met allen
die uw roep hebben gehoord
en uw weg zijn gegaan
onze stem te verheffen
tegen al wat U onteert,
tegen al wat ons bedreigt,
en U te huldigen
met ons lofgezang:
Heilig, heilig, heilig,
HEER God van alle machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer.
Hosanna in de hoge.
Gezegend zijt Gij, God onze Vader,
en gezegend is Jezus die komt in uw Naam.
Want Hij heeft ons de weg gewezen,
toen Hij ons allen voorging
door de nacht van onze duisternis
naar de morgen van uw licht.
Hij is U trouw gebleven
en heeft ons liefgehad
tot het bittere einde van zijn eenzame gang.
En toen Hij gekruisigd werd
als de minste der mensen,
hebt Gij Hem opgewekt uit de dood
als de eerste van ons allen
en Hem de Naam gegeven boven alle naam.
Laat uw Geest zijn woorden vervullen,
nu wij doen wat Hij ons opdroeg:
Hij heeft in de nacht van de overlevering
het brood genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
het gebroken en aan zijn discipelen gegeven,
en gezegd:
Neemt en eet,
dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt,
doet dit tot mijn gedachtenis.
Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
hem rondgegeven
en gezegd:
Drinkt allen daaruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
tot mijn gedachtenis.
Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
Maranatha.
Bijeen tot zijn gedachtenis
komen wij tot U, o God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.
Zend uw Geest in ons midden
en voeg ons allen tezamen
tot een levende gemeenschap
die U eert en dient,
recht doet aan mensen,
vrede sticht op aarde
en hoopvol uw dag tegemoet gaat,
met allen die wij voor uw aangezicht gedenken .....,
met allen die ons zijn voorgegaan,
met wie ons lief waren
en die we moesten verliezen .....,
met de heiligen van naam
en de ontelbare vergetenen,
heel uw mensenvolk,
genodigd aan uw maaltijd.
Gezegend zijt Gij, o God,
nu en alle dagen
en in uw Rijk dat komt,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)