6 ‘Als kracht van omhoog’
(Zomertijd)
U komt onze dank toe,
HEER onze God,
overal en altijd,
door Jezus, onze Heer.
Want als kracht van omhoog,
als vuur in onze koude,
als stem in onze stilte,
als leven voor doden,
zijt Gij in ons midden gedaald.
Tot het eind van de tijd
zal waaien uw adem,
zal klinken uw stem:
tegenwind en weerwoord
in een harde wereld
van kale feiten
en kille waarheden.
Daarom, HEER onze God,
verheffen wij onze stem
om samen met allen
die door U zijn geraakt
en van uw Geest zijn bezield,
U van ganser harte
de lofzang toe te zingen:
Heilig, heilig, heilig,
HEER God van alle machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam van de HEER.
Hosanna in de hoge.
Gezegend zijt Gij, God onze Vader,
en gezegend is Jezus die komt in uw Naam.
Want Hij heeft zijn volk niet verlaten,
maar gaat ons allen voor
en vuurt ons aan
als uw stem die ons hart verwarmt,
als uw woord dat ons opwekt
uit een doods bestaan.
Laat uw Geest zijn woorden vervullen,
nu wij doen wat Hij ons opdroeg:
Hij heeft in de nacht van de overlevering
het brood genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
het gebroken en aan zijn discipelen gegeven,
en gezegd:
Neemt en eet,
dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt,
doet dit tot mijn gedachtenis.
Zo heeft Hij ook de beker genomen,
daar de dankzegging over uitgesproken,
hem rondgegeven
en gezegd:
Drinkt allen daaruit,
deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor velen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt,
tot mijn gedachtenis.
Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
Maranatha.
Bijeen tot zijn gedachtenis
komen wij tot U, o God,
met dit brood en deze beker
en wij bidden U:
gedenk het offer van de Zoon van uw liefde
en aanvaard ons offer van lof en dank.
Zend uw scheppende Geest
en maak ons tot lichaam van Christus,
verbonden met Hem en elkaar
als een volk van getuigen,
een levende tegenspraak
tegen alles op aarde
wat moedeloos maakt en wanhopig,
verbonden met allen
die wij voor uw aangezicht gedenken .....,
met allen die ons zijn voorgegaan,
met wie ons lief waren
en die we moesten verliezen .....,
met de heiligen van naam
en de ontelbare vergetenen,
heel uw mensenvolk,
genodigd aan uw maaltijd.
Want zo wordt uw Naam gezegend,
God onze Vader,
hier en overal,
nu en tot in lengte van dagen,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)