Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

17 ‘Met heel uw gemeente’

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

(Herfsttijd)

De HEER zij met u.

Zijn Geest in ons midden.

Heft uw harten omhoog.

Wij heffen ons hart op tot God.

Brengen wij dank aan de HEER, onze God.

Hij is het waard onze dank te ontvangen.

Ja, met recht en met reden, o God,

spreken wij onze lofzegging uit,

hier en nu, overal en altijd,

want Gij geeft zin aan ons bestaan,

Gij gaat met ons de tijden door,

op weg naar de laatste onthulling

van uw kracht en koninkrijk

dat Gij voorgoed bevestigd hebt

in uw geliefde, de Gekruisigde.

Gij blijft ons, ballingen, nabij,

op onze tocht door alle eeuwen,

vol risico en struikeling.

Gij zult ons nimmer laten vallen,

uw hand draagt ons ook in de diepte

van dood en eenzaamheid.

Gij begeleidt ons naar het land

achter die gevreesde grens

van ons beperkt bestaan.

Daarom zingen wij het lied

dat nooit is onderbroken,

met de getuigen van de gemeente

van alle tijden en plaatsen,

met alle heiligen en alle zielen

die ons in geloof zijn voorgegaan

en hebben volhard tot het einde:

Heilig, heilig, heilig,

o HEER van alle machten,

hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.

Hosanna in de hoge!

Gezegend Hij die komt in de Naam van de HEER!

Hosanna in de hoge!

Ja, gezegend is Jezus, die met zijn komst

ons leven met uw Naam heeft verbonden

en met al wat daarin besloten ligt

aan mededogen, liefde en genade;

die weer zal komen met heerlijkheid,

ten einde recht te verschaffen

aan allen die ontrecht zijn;

die regeert vanaf het kruis,

wiens rijk geen einde hebben zal;

die ons, zijn broeders en zusters,

een teken van trouw heeft gegeven;

die op de avond voor zijn dood

zijn liefde voor ons heeft bezegeld

met de tekenen van deze gaven,

toen Hij een brood nam,

de dankzegging daarover uitsprak,

het brak en aan de zijnen gaf

met de woorden:

Dit is mijn lichaam voor u;

doet dit tot mijn gedachtenis!

Ook toen Hij na de maaltijd de beker nam,

de dankzegging daarover uitsprak,

en die aan de zijnen gaf

met de woorden:

Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed;

doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot mijn gedachtenis!

[Acclamatie]

Zo gedenken wij dan, grote God,

het geheim van de Gekruisigde,

Jezus Christus, de Rechtvaardige,

die Gij uit de dood hebt opgewekt.

Zend, bidden wij, uw heilige Geest

over deze gaven van brood en wijn;

stort uw Geest ook uit over ons:

dat wij elkaar dragen en verdragen

op onze weg naar uw toekomst,

om met alle volken het feestmaal te vieren.

Samen met alle nu levenden

die wij aan U opdragen:

hen met wie wij vreugde beleven

en hen over wie wij zorgen hebben .....,

samen ook, lieve God, met onze doden,

die wij uit handen hebben moeten geven

en die wij voor U en elkaar gedenken .....,

en samen met alle geloofsgetuigen,

die onze gidsen zijn geweest

op weg naar het land van belofte .....,

zo, verenigd met heel uw gemeente,

al de uwen, in hemel en op aarde,

loven wij, God van liefde, uw Naam,

zegenen wij, God van genade, uw glorie,

en prijzen wij, God van belofte, uw trouw –

door Hem en met Hem en in Hem,

Jezus Christus, onze Heer,

die ons bijeen zal brengen in uw Rijk

waar wij om bidden met de woorden:

Onze Vader ...

Hier volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)