Protestantse Kerk
Doorgaan naar hoofdinhoud
Vindplaats van geloof, hoop en liefde
subline-curl
Dienstboek

11 ‘Met heel uw gemeente’

Bewerk hoofdstuk Split hoofdstuk

(Advent)

De HEER zij met u.

Zijn Geest in ons midden.

Heft uw harten omhoog.

Wij heffen ons hart op tot God.

Brengen wij dank aan de HEER, onze God.

Hij is het waard onze dank te ontvangen.

Ja, met recht en met reden, o God,

spreken wij onze lofzegging uit,

hier en nu, overal en altijd,

omdat Gij ons met kleurrijke woorden

van uw profeten en evangelisten

het zicht hebt geboden op een wereld,

beschenen door het licht van uw heil:

de aarde vol van waarheid en vrede,

de hemel waaruit gerechtigheid neerziet.

Zo hebt Gij in ons verloren bestaan

grote verwachtingen gewekt:

troost voor degenen die treuren,

genezing voor degenen die lijden,

ontferming, genade en vergeving

voor allen die zich tot U keren.

Daarom, o God, met Sion op haar wachtpost,

uitziende naar de grote verlossing;

met Maria, die opgetogen

van haar verwachting getuigd heeft;

met Elisabeth en Zacharias,

verwonderd over de weg die Gij met hen ging;

en met allen die Israëls vertroosting

hebben verwacht en bezongen,

verheffen ook wij onze stem: 

Heilig, heilig, heilig,

o HEER van alle machten,

hemel en aarde zijn vol van uw heerlijkheid.

Hosanna in de hoge!

Gezegend Hij die komt in de Naam van de HEER!

Hosanna in de hoge!

Ja, gezegend is Jezus, die met zijn komst

ons leven met uw Naam heeft verbonden

en met al wat daarin besloten ligt

aan mededogen, liefde en genade;

die in allergrootste nederigheid

aan uw rijk gestalte heeft gegeven;

die zijn hart volledig heeft geopend

voor vermoeide, machteloze mensen;

die de kleinen niet geminacht,

de geringen niet vergeten heeft;

die op de avond voor zijn dood

zijn liefde voor ons heeft bezegeld

met de tekenen van deze gaven,

toen Hij een brood nam,

de dankzegging daarover uitsprak,

het brak en aan de zijnen gaf

met de woorden:

Dit is mijn lichaam voor u;

doet dit tot mijn gedachtenis!

Ook toen Hij na de maaltijd de beker nam,

de dankzegging daarover uitsprak,

en die aan de zijnen gaf

met de woorden:

Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed;

doet dit, zo dikwijls ge die drinkt, tot mijn gedachtenis!

[Acclamatie]

Zo gedenken wij dan, grote God,

het geheim van de Gekruisigde,

Jezus Christus, de Rechtvaardige,

die Gij uit de dood hebt opgewekt.

Wek op uw macht, o HEER, en kom,

verlos al degenen die leven

in duisternis, angst en verschrikking.

Zend, bidden wij, uw heilige Geest

over deze tekenen van brood en wijn

en over heel onze gemeenschap;

dat hiermee in ons groeien mag

de vaste hoop op een toekomst

die niemand ons ontnemen kan.

Samen met alle nu levenden

die wij aan U opdragen:

hen met wie wij vreugde beleven

en hen over wie wij zorgen hebben ....,

samen ook, lieve God, met onze doden,

die wij uit handen hebben moeten geven

en die wij voor U en elkaar gedenken .....,

en samen met alle geloofsgetuigen,

die onze gidsen zijn geweest

op weg naar het land van belofte .....,

zo, verenigd met heel uw gemeente,

al de uwen, in hemel en op aarde,

loven wij, God van liefde, uw Naam,

zegenen wij, God van genade, uw glorie,

en prijzen wij, God van belofte, uw trouw –

door Hem en met Hem en in Hem,

Jezus Christus, onze Heer,

die ons bijeen zal brengen in uw Rijk

waar wij om bidden met de woorden:

Onze Vader ...

Hier volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)