20 ‘Kom ons bevrijden’
(‘groene’ zondagen)
Vrede u allen.
Vrede ook u!
Harten omhoog.
Wij heffen ze op!
Laten wij danken de HEER, onze God.
Hij is het waard onze dank te ontvangen!
God van Abraham, Izaak, Jakob,
Gij die uw volk hebt geleid uit Egypte,
God van bewogenheid, God van beweging,
Gij die verborgen zijt, nochtans aanwezig.
Gij die ons kent: het werk van uw handen,
mensen van hoop en vrees, glorie, misère,
mensen op weg naar het land van belofte,
aarzelend gaande met vallen en opstaan.
Gij die van ver met uw woord ons nabijkomt,
Gij die ons voorgaat, de God die er zijn zal,
twistend, vertroostend, beproevend, belovend,
waarheid, gerechtigheid, wijsheid en vrede.
Samen met engelen, machten en krachten,
doden en levenden, boven, beneden,
stemmen wij in met de lof, U gebracht,
roepen U aan en zingen U toe:
Heilig, ja heilig, hoogheilig zijt Gij,
Schepper van mensen en God van de machten.
Heel de aarde is vol van uw glorie.
Hosianna, o HEER in de hoge.
Hij zij gezegend die komt in uw Naam.
Hosianna, o HEER in de hoge.
Redder der wereld, o kom ons bevrijden.
U zij de glorie om Jezus Messias,
licht uit den hoge, aan mensen verschenen,
zon van gerechtigheid over de wereld.
Alle gerechtigheid heeft Hij vervuld,
wet en profeten ten volle doen gelden,
om aan de wereld zijn toekomst te geven.
Hij die als meester de minste gediend heeft,
Hij die als koning het kruis heeft gedragen,
blinkende morgenster, wortel van David,
Hij die de weg is, de waarheid, het leven,
die op de avond voordat Hij ging sterven,
nacht van verloochening, nacht van verraad,
met zijn discipelen maaltijd gehouden
en voor zijn vrienden het brood heeft gebroken:
Neemt, zei Hij, eet, want dit is mijn lichaam,
doet dit tot mijn gedachtenis.
Zo ook de beker, die rondging bij allen,
die Hij betekenis gaf met de woorden:
Dit is het nieuwe verbond in mijn bloed,
doet dit tot mijn gedachtenis.
Steeds als wij nemen het brood en de beker,
delend de dood van de levende Heer,
zijn wij getuigen van Hem die zal komen.
Redder der wereld, kom ons bevrijden,
Gij onze hoop, onze toekomstverwachting.
Koning der wereld, wij roepen: hoe lang nog
alle verbijstering, vrees en verdriet,
honger en onrecht, vernedering, leugen,
eenzaamheid, ongeluk, dood en verderf?
Waak op voor allen die mateloos lijden,
alle gemartelden, alle verminkten,
alle getuigen van waarheid en recht,
allen wier naam staat gegrift in uw hand!
Redder der wereld, kom ons bevrijden,
Gij onze hoop, onze toekomstverwachting.
Zend dan, o God, uw Geest in ons midden,
brand uit ons weg alle haat en geweld,
maak ons tot mensen met nieuwe verwachting.
Wil het gezicht van de aarde vernieuwen,
oorlogen smoren, verdrukking verbreken,
opdat uw Koninkrijk kome met kracht,
en alle dingen voltooid zullen zijn.
Redder der wereld, kom ons bevrijden,
Gij onze hoop, onze toekomstverwachting.
Zoals dit brood was verstrooid op de velden
en is geoogst en gebundeld tot één,
koren, verzameld tot voedsel van velen,
breng zo uw volk in het rijk van uw vrede,
haal hen van heinde en verre bijeen,
zamel hen op uit de grote verstrooiing,
samen met allen die roepen tot U:
Lam Gods, dat draagt de zonde der wereld,
schenk ons ontferming en kom ons bevrijden.
Lam Gods, dat draagt de zonde der wereld,
schenk ons ontferming en kom ons bevrijden.
Lam Gods, dat draagt de zonde der wereld,
kom ons bevrijden en geef ons uw vrede!
Liturgische gezangen 88
Hierna volgen de vredegroet, het Gebed des Heren en de gemeenschap van brood en wijn (bladzijde 169vv.)