23 ‘Wij danken U, God’
De HEER zij met u.
En met uw geest.
De harten omhoog.
Wij keren ze naar de HEER.
Brengen wij dank aan de HEER.
Dat is passend en goed.
Wij danken U, God,
door uw welbeminde Zoon Jezus Christus,
die Gij ons gezonden hebt in deze eindtijd
als Verlosser en Heiland en Verkondiger van uw wil.
Hij is uw onafscheidelijk Woord
door wie Gij alles hebt gemaakt
en in wie Gij uw welbehagen hebt gesteld.
Gij hebt Hem uit de hemel gezonden
in de schoot van een vrouw.
Hij is door haar ontvangen en in haar mens geworden
en heeft zich geopenbaard als uw Zoon,
geboren uit de heilige Geest en de maagd Maria.
Om uw wil te volbrengen
en U een heilig volk te verwerven
heeft Hij, toen Hij leed, zijn handen uitgestrekt
om allen die U vertrouwen
van het lijden te verlossen.
Toen Hij zich vrijwillig overleverde aan het lijden
om de dood te vernietigen,
de banden van de duivel te verbreken,
de onderwereld te vertreden
en de rechtvaardigen te verlichten,
om de voltooiing te brengen
en de verrijzenis te openbaren,
nam Hij brood, bracht U dank en sprak:
Neemt, eet: dit is mijn lichaam
dat voor u gebroken wordt.
Zo nam Hij ook de beker en sprak:
Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed,
dat voor u vergoten wordt.
Wanneer gij dit doet, viert gij mijn gedachtenis.
Nu wij dan zijn dood en verrijzenis gedenken,
komen wij tot U met dit brood en deze beker
en danken U dat Gij ons waardig hebt gekeurd
om voor uw aanschijn te staan en U te dienen.
En wij smeken U: zend uw heilige Geest neer
over de gaven van uw heilige Kerk,
verzamel haar tot eenheid
en schenk aan allen die deze heilige geheimen ontvangen,
dat zij vervuld worden van uw heilige Geest
tot bevestiging van hun geloof in de waarheid.
Zo zullen wij U loven en verheerlijken
door uw Zoon Jezus Christus,
door wie aan U de heerlijkheid is en de eer,
Vader en Zoon met de heilige Geest
in de heilige Kerk,
nu en in de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)