19 ‘Gezegend zij uw Naam’
Gezegend, o God, zij uw Naam,
die telkens aan ons doorgegeven is,
door alle eeuwen heen en overal.
Zo veel is ons ontschoten of ontnomen,
verdampt of spoorloos zoekgeraakt
in het zwaar geweld der tijden.
Maar met uw Naam bent U nabij gebleven,
met al wat daarin veilig is gesteld,
eens en voorgoed, voor ieder van ons.
Door Jezus Christus, onze broeder,
aan wie U de naam gegeven hebt
die boven alle namen uitgaat.
Nederig tot het bittere einde,
heeft Hij een brood genomen, het gebroken,
en gezegd: ‘Dit is mijn lichaam voor u’.
Zo heeft Hij ook de beker genomen, en gezegd:
‘Dit is het nieuwe verbond in mijn bloed,
doet dit om Mij te gedenken’.
Gedenk Gij òns, roep ons bij onze namen,
wees hier aanwezig door uw Geest,
tot onze vertroosting en vrede.
Vernieuw het aanschijn van deze aarde,
verenig ons met wie zijn voorgegaan
op de weg van geloof, hoop en liefde.
En behoed in ons het visioen van uw Rijk,
bewaar in ons de hoop op die voltooide tijd,
waarin uw Naam zal zijn: ‘Alles in allen’.
Hierna volgt het Gebed des Heren (bladzijde 169-170)